TSa: <-Dat de groote mannen die in onzen tijd leven dezen tijd met hun naam nietzullen teekenen, dat zult gij misschien niet willen toegeven? maar> neem nueens
D1: <n>>N>eemnu eens
TSa: <Houtekloet>>vanden borre> <+ die altijd op zijn houten kloefen was en> die dood is
D1a: <vanden borre>>Van Den borre> die altijd op <- zijn> houten<kloefen>>klompen> <was>>liep> en<die>>nu> dood is
D2: <VanDen borre>>Van den Borre> die altijd op houten klompen liep en nu doodis
TSa: <à peu près>>àpeuprès> bijeengevaagd en in den grond gestopt,
D2: àpeuprès bijeengevaagd en in de<-n> grond gestopt,
TSa: zijnnaam <- ,> zijn geval <- ,> teekent onzen tijd <;>>.>en ik zal niets zeggen over de werkloozen en ook geen vergelijking maken tusschenhen en hem, maar <Houtekloet>>van den borre> ging 's morgens naarden dop
D1: zijn naam zijn geval teekent onzen tijd. <e>>E>n ik zal niets zeggen over de werkloozen en ook geen vergelijking maken tusschen hen en hem, maar van den borre ging 's morgens naar den dop
D1a: zijn naam zijn geval te<-e>kent <onzen>>deze> tijd. <- En ik zal niets zeggen over de werkloozen en ook geen vergelijking maken tusschen hen en hem, maar> <van>> Van> den borre <ging>>schoof> 's morgens <naar den dop>>aan in de werklozenrijen>
D2: zijnnaam zijn geval tekent deze tijd. [+X] Van den <b>>B>orre schoof 's morgens aan in de werklozenrij<-en>
TSa: enreed in den nanoen den steenweg op en af met een <karreken>>houtenbak> en een borstel en een koolschop,
D1a: en reed in den nanoen de<-n> steenweg op en af met een houten bak <+ ,> <en>> waarin er> een borstel en een koolschop,
D2: en <reed>>ging> in de<-n> nanoen de steenweg op <- en af> met een houten bak, waarin <- er> een borstel en een koolschop,
TSa: met dàt wat de paarden hadden laten vallen, dan verkocht hij het <,>>.> zeker <- ,>
D1: met dàt wat de paarden hadden laten vallen, dan verkocht hij het. <z>>Z>eker
D1a: met <dàt>>dat> wat de paarden <hadden laten>>lieten> vallen, <- dan> verkocht hij <het>>dat> <+ aan wie een tuintje bezat>. Zeker <+ ,>
TSa: zooveelwinsten als gij bijvoorbeeld <+ ,> die <- ,> niemand twijfelt eraan <- ,> een eerzaam burger zijt
D1a: zooveelwinsten als <gij>>u> bijvoorbeeld, die <+ ,> niemand twijfelter aan <+ ,> een eerzaam burger zijt
D1b: zooveelwinsten als u bijvoorbeeld, die <- ,> niemand twijfelt er aan, eeneerzaam burger zijt
D2: zo<-o>veel winsten als u bijvoorbeeld, die <- niemand twijfelt er aan,> een eerzaam burger zijt
D1a: hoegij den volgenden dag zult knoeien en zorgen en sparen <- enzoovoort><,>>.> <m>>M>aar hij had het gemakkelijk<+er>
D2: hoe<gij>>ge> de<-n> volgende<-n> dag zult knoeien enzorgen en sparen. Maar hij had het gemakkelijker
D1a: de<-n><l>>L>uien <h>>H>oek <+ .> <en>>Hij>voerde er het hooge woord
D2: deLuie<-n> Hoek. Hij voerde er het ho<-o>ge woord
D1a: in<zijn gazet>>de krant> gelezen had
D2: inde krant gelezen had <+ , >
TSa: enmaar <voor de helft>>1/2> begrepen en <de andere helft>>al 1/2> vergeten was
<+ (hij nam vòòr den oorlog de vooruit van de socialisten en hij nam binst den oorlog de vooruit! van de duitschers en hij heeft nooit geweten dat daar een verschil in was)> <- ,> en hij had maar van <één>>I> ding schrik en dat was dat men
D1a: en maar <1/2>>half> begrepen en al <1/2>>half> vergeten was (hij nam vòòr den oorlog <de vooruit>>het blad Vooruit> van de socialisten en hij nam binst den oorlog <de vooruit!>>het blad Vooruit> van de duitschers en hij heeft <nooit geweten dat daar een verschil in was>>daar nooit het [xxxx] verschil in gemerkt>) en hij had maar van <I>>een[?]> ding schrik <+ angst><+ ,> en dat was dat men
D2: en maar <half>>voor de helft> begrepen en <al half>>reeds voor de nadere helft> vergeten <- was> (hij nam <vòòr>>vóór> de<-n> oorlog het blad Vooruit van de socialisten en <- hij> nam binst de<-n> oorlog het blad Vooruit van de <duitschers>> Duitsers> en <- hij> heeft daar nooit <het>>een> <- [xxxx]> verschil in gemerkt en hij had maar <van>>voor> <een[?]>>één> ding <- schrik> angst <,>>:> <- en dat was> dat men
TSa: zou opgeëischt hebben lijk in I4-I8 toen hij <- , weeral,> niet willen werken had en men hem <halfdood>>I/2 dood> geslagen had <;>>.> maar
D1: zou opgeëischt hebben lijk in I4-I8 toen hij niet willen werken had en men hem I/2 dood geslagen had. <m>>M>aar
D1a: zou opgeëischt hebben <lijk>>zoals> in I4-I8 toen hij niet <willen>>wou> werken <- had> en men hem <I/2>>bijna> dood <geslagen had>>had geslagen>. Maar
D2: <zou opgeëischt hebben zoals in 14-18>>zoals in I4-I8 zou opgeëist hebben> <+ ,> toen hij niet wou werken en men hem bijna dood had geslagen. [+X]Maar
D1a: overdeze<-n> oorlog sprak hij niet <,>>.> <d>>D>at
D1a: onder de baan gemitrailleerd en gebombardeerd <- waren geweest> <+ ,> was iets dat hem niet aanging <,>>.> <w>>W>el knikte hij <+ toestemmend>
D2: <onder de baan>>onderweg> gemitrailleerd en gebombardeerd, was iets dat hem niet aanging. Wel knikte hij toestemmend
TSa: maar hij dacht in hoofdzaak aan zichzelf <->>,>
D1a: <+,> maar hij dacht in hoofdzaak aan zichzelf,
D2: , maar hij dacht in hoofdzaak aan zichzelf <,>>->
D1a: de<+ ]>[?] anderen
D2: de<- ]>[?] anderen
TSa: hebben moeten denken? <- - > maar
D1: hebben moeten denken? <m>>M>aar
D2: <-hebben> moeten denken? Maar
TSa: <koopen kon>>kon koopen> dan 3 gesmokkelde rantsoenbrooden <à 24 frank>>aan 24 fr.> het brood zonder boter of bijval,
D1a: kon koopen dan <3>>drie> gesmokkelde rantsoenbrooden <- aan 24 fr.het brood> zonder boter of <bijval>>belegsel>,
D2: <kon koopen>>geven kon> dan drie gesmokkelde rantsoenbro<-o>den zonder boter of belegsel,
D2: de borde<-e>len
D1a: <+ tot> in onze straat vlogen,
p.49-50
TSa: over dezen oorlog te denken <,>>.> <- « > nu wordt het erg <- » > zei hij, en ik keek hem aan <- ,> en werkelijk <- ,> het werd erg <- ,>
D1: over dezen oorlog te denken. <n>>N>u wordt het erg zei hij, en ik keek hem aan en werkelijk het werd erg
D1a: over deze<-n> oorlog <+ na> te denken. Nu wordt het erg zei hij, en ik keek hem aan en werkelijk <+ ,> het werd erg <+ :>
D2: over deze oorlog na te denken. Nu wordt het erg <+ , > zei hij<,>>.> <- en> <i>>I>k keek hem aan en werkelijk,het werd erg:
p.50
TSa: zijn knieen staken door zijn broe<k>>j=k> <+ van armoe> en zijn oogen <... zijn oogen...>>kropen uit zijn kop van honger> <+ .> en almeteens was hij aan den luien hoek weg <- ,> ik zat
D1: zijn knieen staken door zijn broek van armoe en zijn oogen kropen uit zijn kop van honger. <e>>E>n almeteens was hij aan den luien hoek weg ik zat
D1a: zijn knieen staken door zijn broek van armoe en zijn oogen kropen uit zijn kop van honger. En almeteens was hij aan de<-n> <l>>Luien <h>>H>oek weg <+...> <i>>I>k zat
D2: zijn knieen staken door zijn broek van armoe en zijn o<-o>gen kropen uit zijn kop van honger. En almeteens was hij aan de Luie<-n> Hoek weg... Ik zat
D1a: op <- mijn> <+ de stoep> drempel en hij kwam voorbijgestapt
D2: op de stoep <- drempel> en hij kwam <voorbijgestapt>>voorbijgestapt>
D1a: <lijk>>zoals>
D2: <zoals>>gelijk>
TSa: met zijn kop, goeiendag zei hij <- ,> en ik zag dat hij van ver<-re>kwam <,>>.> <D=d>uitschland?
D1: met zijn kop, goeiendag zei hij en ik zag dat hij van ver kwam.<d>>D>uitschland?
D1a: met zijn kop <,>>.> <g>>G>oeiendag zei hij en ik zag dat hij van ver kwam. Duitschland?
D2: met zijn kop. Goeie<-n>dag <+ ,> zei hij en ik <zag>>merkte> dat hij van ver kwam. Duits<-ch>land?
TSa: vroeg ik, en hij zette zich naast mij, neen hij was in de <W>>w>alen in<F>>f>lorenne
D1a: vroeg ik <,>>.> <- en> <h>>H>ij zette zich naast mij<+ neer> <,>>.> <neen>>Nee> <+ ,> hij was in de <w>>W>alen <+ ,> in <f>>F>lorenne<+ ,>
TSa: vaneigens niet zooveel als de anderen in <D>>d>uitschland
D1: vaneigens niet zooveel als de anderen in <d>>D>uitschland
D2: <vaneigens>>vanzelfsprekend> niet zo<-o>veel als de anderen in <duitschland>> Duitsland> <+ ,>
TSa: om de <veertien>>I4> dagen naar huis en deed dan roltabak mee <-,>
D1a: om de I4 <+ veertien> dagen naar huis en <deed>>kocht> danroltabak <- mee>
D2: om de <- I4> veertien dagen naar huis en kocht dan roltabak
TSa: <men griste het ginder uit zijn handen>>die men ginder uit zijn handen griste><- zoo een gebrek hadden ze aan roltabak>, en à propos <weet ge mij>>of ik hem> van geen porijzaad <+ wist>? en werken,
D1: die men ginder uit zijn handen griste, en à propos of ik hem van geen porijzaad wist? <e>>E>n werken,
D1a: die men <+ hem> ginder uit <zijn>>de> handen griste <,>>.> <e>>E>n à propos <+ ,> of ik hem van geen <porijzaad>>prijzaad> wist? En werken,
TSa: <ze>>zij> hadden geluk dat ze een schop in <+ hun> handen h<o=i>elden
TSa: omver van luiheid <,>>.> en hij lachte, er had een<D>>d>uitscher
D1: omver van luiheid. <e>>E>n hij lachte, er had een duitscher
D1a: om<-ver> van luiheid. En hij lachte <,>>.> <- er had><e>>E>en duitscher <+ had>
D2: om van luiheid. En hij lachte. Een <duitscher>>Duitser> had
TSa: gezegd <- «> laat het wat vooruitgaan <- ,> <Houtekloet>>fan ten porre> <»>> ,> en hij had geantwoord <- «> heb geen angst <- ,> ik zal het niet tegenhouden <- »> <,>>.> maar vooral -
D1: gezegd laat het wat vooruitgaan fan ten porre, en hij had geantwoord heb geen angst ik zal het niet tegenhouden. <m>>M>aar vooral -
D1a: gezegd <+ :> laat het wat vooruitgaan <+ ,> <fan ten porre>>Fan Ten Porre> <,>>.> <e>>E>n hij had geantwoord <+ :> heb geen angst <+ ,> ik zal het niet tegenhouden. Maar vooral -
D2: gezegd: laat het wat vooruitgaan, Fan <Ten>>ten> Porre. En hij had geantwoord: heb geen angst, ik zal het niet tegenhouden. Maar vooral -
D1a: de<-n>mond
TSa: daar niet! en hij keek <- ,> <+ al> knikkende met zijn kop <- ,> naar zijn voeten om zijn stillen lach weg te steken <;>>.> en dan,
D1: daar niet! en hij keek al knikkende met zijn kop naar zijn voeten om zijn stillen lach weg te steken. <e>>E>n dan,
D1a: daar niet! <e>>E>n hij keek al knikkende met zijn kop naar zijn voeten om zijn stillen lach weg te steken. En dan,
D2: daar niet <!>>.> En hij keek al knikkende met zijn kop naar zijn voeten om zijn stille<-n> lach <weg te steken>>te verbergen>.[+X] En dan,
TSa: daar wèl, almeteens, en <Houtekloet>>van den borre><- ,>
D1a: daar wèl, almeteens, en van den borre <+ ,>
D2: daar <wèl>>wel>, almeteens, en <van den borre>>Van den Borre>,
TSa: om niet omver te vallen <- ,> werd <à peu près>>àpeuprès> in den grond gestoken, en zijn vrouw
D1a: om niet omver te vallen werd àpeuprès in den grond <gestoken>>gestopt>, <- en> zijn vrouw
D2: om niet om<-ver> te vallen, werd àpeuprès in de<-n> grond gestopt <,>>.> <z>>Z>ijn vrouw
TSa: een doodsbeeldeken <+ :> <dat hij overleden was>>overleden> bij oorlogsomstandigheden te <F>>f>lorenne den 9 <M>>m>ei 1944
D1a: een doodsbeeldeke<-n>: overleden bij oorlogsomstandigheden te<f>>F>lorenne den 9 mei 1944
D2: een doods<beeldeken>>prentje>: overleden bij oorlogsomstandigheden teFlorenne de<-n> 9 mei 1944
TSa: den arbeid liefhad en dat hij weggemaaid <+ (inderdaad)> was toen niemand eraan dacht <,>>.> en
D1: den arbeid liefhad en dat hij weggemaaid (inderdaad) was toen niemand er aan dacht.<e>>E>n
D1a: de<-n> arbeid liefhad en dat hij weggemaaid (inderdaad) was toen niemand er aan dacht.En
TSa: <Houtekloet>>vanden borre>
D2: <vanden borre>>Van den Borre>
TSa: <F>>f>lorenne
D2: <f>>F>lorenne
D2: <,>>.><e>>E>n zij had haar zwarte<-n> doek
TSa: en was naar een bewijs <geen>>gaan> vragen
D1a: en was <+ op de kommandantur> <- naar> een bewijs gaan vragen
TSa: naar <F>>f>lorenne te begeven, en waar zij dat bewijs moest halen had men haar gezegd <- «> och het is de moeite niet <- ,> gij zult er toch niets meer van vinden <- »><- , ziet ge, dat was Houtekloet>.
D1a: naar <f>>F>lorenne te begeven, en <waar zij dat bewijs moest halen>>op de kommandantur> had men haar gezegd <+ geantwoord> <+ :> och het is de moeite niet <+ ,> gij zult er toch niets meer van vinden.
D2: naar Florenne te begeven, en op de kommandantur had men haar <- gezegd> geantwoord: och het is de moeite niet, <gij>>ge> zult er toch niets meer van <+ terug>vinden.
ZP: [tekstdeel ontbreekt]
TSa: [romein, volgende pagina]
TSb: [handschrift zetter:] geen nwe bldz.
D1: [cursief]
D1: [1witregel]
D2: [2witregels]
D1a: [hele alinea wordt geschrapt]
p.51
D1a: <en de eigenlijke witte bende>>En overal wordt gefluisterd aan[?] de Weerstand en de Witte Brigade>, <+ -> die geen <w>>W>itte<b>>B>ende is
D1b: En overal wordt gefluisterd <aan[?]>>over> de Weerstand en de Witte Brigade, - die geen Witte Bende is
D2: En overal wordt gefluisterd over de <W>>w>eerstand en de<W>>w>itte <B>>b>rigade <- ,> - die geen <Witte Bende>>witte brigade> is
D1a: en er geen cent mèèr zal mee hebben <+ ,> <- noch> nu noch na de<-n> oorlog,
D2: en <er>>daar> geen cent <mèèr>>méér> zal mee hebben, nu noch na de oorlog,
D1a: van ook dàn <in den bak te zullen vliegen>in de gevangenis te worden opgesloten>
D2: van ook <dàn>>dán> in de gevangenis te worden opgesloten <+ . >
D1a: en<m>>M>aurice en<r>>R>oger-<die-een-beetje>>die wat>-slist <+ ,><die alle 2>>die allebei>
D2: <e>E>>n Maurice en <Roger-die wat-slist>>Roger die wat slist>, die allebei
D1a: een duitsche<-n> soldaat <ontdekt hebben>>hebben ontdekt>
D2: een <duitsche>>Duitse> soldaat hebben ontdekt <+ ,>