Van den borre
VW, p. 49-51

p.49

TSa:     <HOUTEKLOET>>vanden borre> [- gecentreerd]

D1:       <vanden borre>>VAN DEN BORRE> [+ gecentreerd]

D2:       <VANDEN BORRE>>Van den Borre> [- gecentreerd]

 


TSa:     <-Dat de groote mannen die in onzen tijd leven dezen tijd met hun naam nietzullen teekenen, dat zult gij misschien niet willen toegeven? maar> neem nueens

D1:       <n>>N>eemnu eens

 

TSa:     <Houtekloet>>vanden borre> <+ die altijd op zijn houten kloefen was en> die dood is

D1a:     <vanden borre>>Van Den borre> die altijd op <- zijn> houten<kloefen>>klom­pen> <was>>liep> en<die>>nu> dood is

D2:       <VanDen borre>>Van den Borre> die altijd op houten klompen liep en nu doodis

 

TSa:     <à peu près>>àpeuprès> bijeengevaagd en in den grond gestopt,

D2:       àpeuprès bijeengevaagd en in de<-n> grond gestopt,

 

TSa:     zijnnaam <- ,> zijn geval <- ,> teekent onzen tijd <;>>.>en ik zal niets zeggen over de werkloozen en ook geen vergelijking maken tusschenhen en hem, maar <Houtekloet>>van den borre> ging 's morgens naarden dop

D1:       zijn naam zijn geval teekent onzen tijd. <e>>E>n ik zal niets zeggen over de werkloozen en ook geen vergelijking maken tusschen hen en hem, maar van den borre ging 's morgens naar den dop

D1a:     zijn naam zijn geval te<-e>kent <onzen>>deze> tijd. <- En ik zal niets zeggen over de werkloozen en ook geen vergelijking maken tusschen hen en hem, maar> <van>> Van> den borre <ging>>schoof> 's morgens <naar den dop>>aan in de werklozenrijen>

D2:       zijnnaam zijn geval tekent deze tijd. [+X] Van den <b>>B>orre schoof 's morgens aan in de werklozenrij<-en>

 

TSa:     enreed in den nanoen den steenweg op en af met een <karreken>>houtenbak> en een borstel en een koolschop,

D1a:     en reed in den nanoen de<-n> steenweg op en af met een houten bak <+ ,> <en>> waarin er> een borstel en een koolschop,

D2:       en <reed>>ging> in de<-n> nanoen de steenweg op <- en af> met een houten bak, waarin <- er> een borstel en een koolschop,

 

TSa:     met dàt wat de paarden hadden laten vallen, dan verkocht hij het <,>>.> zeker <- ,>

D1:       met dàt wat de paarden hadden laten vallen, dan verkocht hij het. <z>>Z>eker

D1a:     met <dàt>>dat> wat de paarden <hadden laten>>lieten> vallen, <- dan> verkocht hij <het>>dat> <+ aan wie een tuintje bezat>. Zeker <+ ,>

 

TSa:     zooveelwinsten als gij bijvoorbeeld <+ ,> die <- ,> niemand twijfelt eraan <- ,> een eerzaam burger zijt

D1a:     zooveelwinsten als <gij>>u> bijvoorbeeld, die <+ ,> niemand twijfelter aan <+ ,> een eer­zaam burger zijt

D1b:     zooveelwinsten als u bijvoorbeeld, die <- ,> niemand twijfelt er aan, eeneerzaam burger zijt

D2:       zo<-o>veel winsten als u bijvoorbeeld, die <- niemand twijfelt er aan,> een eerzaam burger zijt

 

D1a:     hoegij den volgenden dag zult knoeien en zorgen en sparen <- enzoovoort><,>>.> <m>>M>aar hij had het gemakkelijk<+er>

D2:       hoe<gij>>ge> de<-n> volgende<-n> dag zult knoeien enzorgen en sparen. Maar hij had het gemakkelijker

 

D1a:     de<-n><l>>L>uien <h>>H>oek <+ .> <en>>Hij>voerde er het hooge woord

D2:       deLuie<-n> Hoek. Hij voerde er het ho<-o>ge woord

 

D1a:     in<zijn gazet>>de krant> gelezen had

D2:       inde krant gelezen had <+ , >

 

TSa:     enmaar <voor de helft>>1/2> begrepen en <de andere helft>>al 1/2> vergeten was

<+ (hij nam vòòr den oorlog de vooruit van de socialisten en hij nam binst den oorlog de vooruit! van de duitschers en hij heeft nooit geweten dat daar een ver­schil in was)> <- ,> en hij had maar van <één>>I> ding schrik en dat was dat men

D1a:     en maar <1/2>>half> begrepen en al <1/2>>half> verge­ten was (hij nam vòòr den oorlog <de vooruit>>het blad Vooruit> van de socialisten en hij nam binst den oorlog <de vooruit!>>het blad Vooruit> van de duitschers en hij heeft <nooit geweten dat daar een verschil in was>>daar nooit het [xxxx] verschil in gemerkt>) en hij had maar van <I>>een[?]> ding schrik <+ angst><+ ,> en dat was dat men

D2:       en maar <half>>voor de helft> begrepen en <al half>>reeds voor de nadere helft> vergeten <- was> (hij nam <vòòr>>vóór> de<-n> oorlog het blad Vooruit van de socialisten en <- hij> nam binst de<-n> oorlog het blad Vooruit van de <duit­schers>> Duitsers> en <- hij> heeft daar nooit <het>>een> <- [xxxx]> ver­schil in gemerkt en hij had maar <van>>voor> <een[?]>>één> ding <- schrik> angst <,>>:> <- en dat was> dat men

 

TSa:     zou opgeëischt hebben lijk in I4-I8 toen hij <- , weeral,> niet willen werken had en men hem <halfdood>>I/2 dood> geslagen had <;>>.> maar

D1:       zou opgeëischt hebben lijk in I4-I8 toen hij niet willen werken had en men hem I/2 dood geslagen had. <m>>M>aar

D1a:     zou opgeëischt hebben <lijk>>zoals> in I4-I8 toen hij niet <willen>>wou> werken <- had> en men hem <I/2>>bijna> dood <geslagen had>>had geslagen>. Maar

D2:       <zou opgeëischt hebben zoals in 14-18>>zoals in I4-I8 zou opgeëist hebben> <+ ,> toen hij niet wou werken en men hem bijna dood had geslagen. [+X]Maar

 

D1a:     overdeze<-n> oorlog sprak hij niet <,>>.> <d>>D>at

 

D1a:     onder de baan gemitrailleerd en gebombardeerd <- waren geweest> <+ ,> was iets dat hem niet aanging <,>>.> <w>>W>el knikte hij <+ toestemmend>

D2:       <onder de baan>>onderweg> gemitrailleerd en gebombardeerd, was iets dat hem niet aanging. Wel knikte hij toestemmend

 

TSa:     maar hij dacht in hoofdzaak aan zichzelf <->>,>

D1a:     <+,> maar hij dacht in hoofdzaak aan zichzelf,

D2:       , maar hij dacht in hoofdzaak aan zichzelf <,>>->

 

D1a:     de<+ ]>[?] anderen

D2:       de<- ]>[?] anderen

 

TSa:     hebben moeten denken? <- - > maar

D1:       hebben moeten denken? <m>>M>aar

D2:       <-hebben> moeten denken? Maar

 

TSa:     <koopen kon>>kon koopen> dan 3 gesmokkelde rantsoenbrooden <à 24 frank>>aan 24 fr.> het brood zonder boter of bijval,

D1a:     kon koopen dan <3>>drie> gesmokkelde rantsoenbrooden <- aan 24 fr.het brood> zonder boter of <bijval>>belegsel>,

D2:       <kon koopen>>geven kon> dan drie gesmokkelde rantsoenbro<-o>den zonder boter of belegsel,

 

D2:       de borde<-e>len

 

D1a:     <+ tot> in onze straat vlogen,

 

p.49-50

TSa:     over dezen oorlog te denken <,>>.> <- « > nu wordt het erg <- » > zei hij, en ik keek hem aan <- ,> en werkelijk <- ,> het werd erg <- ,>

D1:       over dezen oorlog te denken. <n>>N>u wordt het erg zei hij, en ik keek hem aan en werkelijk het werd erg

D1a:     over deze<-n> oorlog <+ na> te denken. Nu wordt het erg zei hij, en ik keek hem aan en werkelijk <+ ,> het werd erg <+ :>

D2:       over deze oorlog na te denken. Nu wordt het erg <+ , > zei hij<,>>.> <- en> <i>>I>k keek hem aan en werkelijk,het werd erg:

 

p.50

TSa:     zijn knieen staken door zijn broe<k>>j=k> <+ van armoe> en zijn oogen <... zijn oogen...>>kropen uit zijn kop van honger> <+ .> en almeteens was hij aan den luien hoek weg <- ,> ik zat

D1:       zijn knieen staken door zijn broek van armoe en zijn oogen kropen uit zijn kop van honger. <e>>E>n almeteens was hij aan den luien hoek weg ik zat

D1a:     zijn knieen staken door zijn broek van armoe en zijn oogen kropen uit zijn kop van honger. En almeteens was hij aan de<-n> <l>>Luien <h>>H>oek weg <+...> <i>>I>k zat

D2:       zijn knieen staken door zijn broek van armoe en zijn o<-o>gen kropen uit zijn kop van honger. En almeteens was hij aan de Luie<-n> Hoek weg... Ik zat

 

D1a:     op <- mijn> <+ de stoep> drempel en hij kwam voorbijgestapt

D2:       op de stoep <- drempel> en hij kwam <voorbijgestapt>>voorbijgestapt>

 

D1a:     <lijk>>zoals>

D2:       <zoals>>gelijk>

 

TSa:     met zijn kop, goeiendag zei hij <- ,> en ik zag dat hij van ver<-re>kwam <,>>.> <D=d>uitschland?

D1:       met zijn kop, goeiendag zei hij en ik zag dat hij van ver kwam.<d>>D>uitschland?

D1a:     met zijn kop <,>>.> <g>>G>oeiendag zei hij en ik zag dat hij van ver kwam. Duitschland?

D2:       met zijn kop. Goeie<-n>dag <+ ,> zei hij en ik <zag>>merkte> dat hij van ver kwam. Duits<-ch>land?

 

TSa:     vroeg ik, en hij zette zich naast mij, neen hij was in de <W>>w>alen in<F>>f>lorenne

D1a:     vroeg ik <,>>.> <- en> <h>>H>ij zette zich naast mij<+ neer> <,>>.> <neen>>Nee> <+ ,> hij was in de <w>>W>alen <+ ,> in <f>>F>lo­renne<+ ,>

 

TSa:     vaneigens niet zooveel als de anderen in <D>>d>uitschland

D1:       vaneigens niet zooveel als de anderen in <d>>D>uitschland

D2:       <vaneigens>>vanzelfsprekend> niet zo<-o>veel als de anderen in <duitschland>> Duitsland> <+ ,>

 

TSa:     om de <veertien>>I4> dagen naar huis en deed dan roltabak mee <-,>

D1a:     om de I4 <+ veertien> dagen naar huis en <deed>>kocht> danroltabak <- mee>

D2:       om de <- I4> veertien dagen naar huis en kocht dan roltabak

 

TSa:     <men griste het ginder uit zijn handen>>die men ginder uit zijn handen griste><- zoo een gebrek hadden ze aan roltabak>, en à propos <weet ge mij>>of ik hem> van geen porijzaad <+ wist>? en werken,

D1:       die men ginder uit zijn handen griste, en à propos of ik hem van geen porijzaad wist? <e>>E>n werken,

D1a:     die men <+ hem> ginder uit <zijn>>de> handen griste <,>>.> <e>>E>n à propos <+ ,> of ik hem van geen <porijzaad>>prijzaad> wist? En werken,

 

TSa:     <ze>>zij> hadden geluk dat ze een schop in <+ hun> handen h<o=i>elden

 

TSa:     omver van luiheid <,>>.> en hij lachte, er had een<D>>d>uitscher

D1:       omver van luiheid. <e>>E>n hij lachte, er had een duitscher

D1a:     om<-ver> van luiheid. En hij lachte <,>>.> <- er had><e>>E>en duitscher <+ had>

D2:       om van luiheid. En hij lachte. Een <duitscher>>Duitser> had

 

TSa:     gezegd <- «> laat het wat vooruitgaan <- ,> <Houtekloet>>fan ten porre> <»>> ,> en hij had geantwoord <- «> heb geen angst <- ,> ik zal het niet tegenhouden <- »> <,>>.> maar vooral -

D1:       gezegd laat het wat vooruitgaan fan ten porre, en hij had geantwoord heb geen angst ik zal het niet tegenhouden. <m>>M>aar vooral -

D1a:     gezegd <+ :> laat het wat vooruitgaan <+ ,> <fan ten porre>>Fan Ten Porre> <,>>.> <e>>E>n hij had geantwoord <+ :> heb geen angst <+ ,> ik zal het niet tegenhouden. Maar vooral -

D2:       gezegd: laat het wat vooruitgaan, Fan <Ten>>ten> Porre. En hij had geantwoord: heb geen angst, ik zal het niet tegenhouden. Maar vooral -

 

D1a:     de<-n>mond

 

TSa:     daar niet! en hij keek <- ,> <+ al> knikkende met zijn kop <- ,> naar zijn voeten om zijn stillen lach weg te steken <;>>.> en dan,

D1:       daar niet! en hij keek al knikkende met zijn kop naar zijn voeten om zijn stillen lach weg te steken. <e>>E>n dan,

D1a:     daar niet! <e>>E>n hij keek al knikkende met zijn kop naar zijn voeten om zijn stillen lach weg te steken. En dan,

D2:       daar niet <!>>.> En hij keek al knikkende met zijn kop naar zijn voeten om zijn stille<-n> lach <weg te steken>>te verbergen>.[+X] En dan,

 

TSa:     daar wèl, almeteens, en <Houtekloet>>van den borre><- ,>

D1a:     daar wèl, almeteens, en van den borre <+ ,>

D2:       daar <wèl>>wel>, almeteens, en <van den borre>>Van den Borre>,

 

TSa:     om niet omver te vallen <- ,> werd <à peu près>>àpeuprès> in den grond gestoken, en zijn vrouw

D1a:     om niet omver te vallen werd àpeuprès in den grond <gestoken>>gestopt>, <- en> zijn vrouw

D2:       om niet om<-ver> te vallen, werd àpeuprès in de<-n> grond gestopt <,>>.> <z>>Z>ijn vrouw

 

TSa:     een doodsbeeldeken <+ :> <dat hij overleden was>>overleden> bij oorlogsomstandigheden te <F>>f>lorenne den 9 <M>>m>ei 1944

D1a:     een doodsbeeldeke<-n>: overleden bij oorlogsomstandigheden te<f>>F>loren­ne den 9 mei 1944

D2:       een doods<beeldeken>>prentje>: overleden bij oorlogsomstandigheden teFloren­ne de<-n> 9 mei 1944

 

TSa:     den arbeid liefhad en dat hij weggemaaid <+ (inderdaad)> was toen niemand eraan dacht <,>>.> en

D1:       den arbeid liefhad en dat hij weggemaaid (inderdaad) was toen niemand er aan dacht.<e>>E>n

D1a:     de<-n> arbeid liefhad en dat hij weggemaaid (inderdaad) was toen niemand er aan dacht.En

 

TSa:     <Houtekloet>>vanden borre>

D2:       <vanden borre>>Van den Borre>

 

TSa:     <F>>f>lorenne

D2:       <f>>F>lorenne

 

D2:       <,>>.><e>>E>n zij had haar zwarte<-n> doek

 

TSa:     en was naar een bewijs <geen>>gaan> vragen

D1a:     en was <+ op de kommandantur> <- naar> een bewijs gaan vragen

 

TSa:     naar <F>>f>lorenne te begeven, en waar zij dat bewijs moest halen had men haar gezegd <- «> och het is de moeite niet <- ,> gij zult er toch niets meer van vinden <- »><- , ziet ge, dat was Houtekloet>.

D1a:     naar <f>>F>lorenne te begeven, en <waar zij dat bewijs moest halen>>op de kommandantur> had men haar gezegd ­<+ geantwoord> <+ :> och het is de moeite niet <+ ,> gij zult er toch niets meer van vinden.

D2:       naar Florenne te begeven, en op de kommandantur had men haar <- gezegd> geantwoord: och het is de moeite niet, <gij>>ge> zult er toch niets meer van <+ terug>vinden.

 

ZP:       [tekstdeel ontbreekt]

TSa:     [romein, volgende pagina]

TSb:     [handschrift zetter:] geen nwe bldz.

D1:       [cursief]

 

D1:       [1witregel]

D2:       [2witregels]

 

D1a:     [hele alinea wordt geschrapt]

 

p.51

D1a:     <en de eigenlijke witte bende>>En overal wordt gefluisterd aan[?] de Weerstand en de Witte Brigade>, <+ -> die geen <w>>W>itte<b>>B>ende is

D1b:     En overal wordt gefluisterd <aan[?]>>over> de Weer­stand en de Witte Brigade, - die geen Witte Bende is

D2:       En overal wordt gefluisterd over de <W>>w>eerstand en de<W>>w>itte <B>>b>rigade­ <- ,> - die geen <Witte Bende>>witte brigade> is

 

D1a:     en er geen cent mèèr zal mee hebben <+ ,> <- noch> nu noch na de<-n> oorlog,

D2:       en <er>>daar> geen cent <mèèr>>méér> zal mee hebben, nu noch na de oorlog,

 

D1a:     van ook dàn <in den bak te zullen vliegen>in de gevangenis te worden opgesloten>

D2:       van ook <dàn>>dán> in de gevangenis te worden opgesloten <+ . >

 

D1a:     en<m>>M>aurice en<r>>R>oger-<die-een-beetje>>die wat>-slist <+ ,><die alle 2>>die allebei>

D2:       <e>E>>n Maurice en <Roger-die wat-slist>>Roger die wat slist>, die allebei

 

D1a:     een duitsche<-n> soldaat <ontdekt hebben>>hebben ontdekt>

D2:       een <duitsche>>Duitse> soldaat hebben ontdekt <+ ,>

 

D1a:     <staat>>stond> en hen toch niet binnen<laat>>liet>,

D2:       <stond>>staat> en hen toch niet binnen<liet>>laat>,

 

D1a:     <+,> <zegt>>zei> hij - <- godomme> <v>>V>an die duitschers zoudt ge uw bloot gat laten zien zegt maurice

D1b:     , zei hij - <Van die duitschers zoudt ge uw bloot gat laten zien zegt maurice>>Ja, en een Duitser blijft een Duit­ser, antwoordde[?] Maurice>

D2:       , <zei>>zegt> hij <->>.> [+X] Ja, en een Duitser blijft een Duitser, antwoord<de>> t> Maurice <+ .>

 

VW:      en van de moeder van roger die naast den B.P. [spatie weg] woont

D1a:     en van de moeder van <r>>R>oger <+ ,> die naast <den B. P.>>de benzineopslagplaats> woont

D2:       <e>>E>n van de moeder van Roger, die naast de <benzineopslagplaats>>benzine-opslagplaats> woont

 

VW:      en als de engelschen er komen naar smijten hebben ze den B.P. [spatie weg] niet,

D1a:     en als de engelschen er komen naar smijten <hebben ze den B.P. niet>>de opslagplaats niet hebben[?]>,

D2:       <enals>>waar> de <engelschen>>Engelsen> <- er> komennaar <smijten>> gooien> <+ :> de opslagplaats <niet hebben[?]>>hebben ze niet>,

 

D1a:     het rootje werkmanshuizen - en die is dood en een <+ die is> <- ander><1/2>>half> dood <+ ,> en <- nog> een andere <-:> <daar mankeert niets aan>>die als bij wonder niets heeft staat alsmaar te roepen: [xx] als men een omelet bakt moet men er eieren voorstukslaan> <+ .>

D1b:     het rootje werkmanshuizen - en die is dood en een <- die> is half dood, en een andere die als bij wonder niets heeft staat alsmaar te roepen: [xx] als men een omelet <bakt>>wil bakken> moet men er <+ nu eenmaal> eieren voor stukslaan> <+ .>

D2:       <het rootje>>de rij> werkmanshuizen <+ ernaast> <->>.> <e>>E>n die is dood en een <is half dood>>die is halfdood>, en een andere die als bij wonder <niets heeft>>ontsnapt is> <+ , > staat alsmaar te roepen: <- [xx]> als men een omelet wil bakken moet men <- er> nu eenmaal eieren <- voor> stukslaan>.