p.45
Fr: Uitleen-bibliotheek.
Een novelle van Louis-P. Boon
Ts1: De/DE[?] UITLEENBIBLIOTHEEK. [dubbel
onderlijnd]
Ts2: Boontje’s UITLEENBIBLIOTHEEK. [dubbel
onderlijnd]
Aan mijn vrouw,
jeanne<-ke> [enkel onderlijnd]
D1: Boontje’s Uitleenbibliotheek
D2:
Uitleenbibliotheek [auteur:
Boontje]
VW: Uitleen-bibliotheek
[-
Een novelle van Louis-P. Boon][ondertitel expliciet voor feuilleton-verhaal
in Front]
p.47
Fr:
(Vanzelfsprekend
is ook dit verhaal – dat min of meer als een vervolg op Maagpijn mag
aanzien worden – volkomen gefantaseerd)
<-
(Vanzelfsprekend is ook dit verhaal – dat min of meer als een vervolg op Maagpijn
mag aanzien worden – volkomen gefantaseerd)>
[opmerking/asterix
van de auteur op p.5 bij ‘Inhoud’:]
‘Bij
alles wat heilig is – en dat zal, helaas, niet bijster veel zijn – zweer ik dat
deze beide spoken van kop tot teen verzonnen werden. Mocht echter de een of
andere zich onder de afgeschilderde personages menen te herkennen, dan gaat
niemand anders daar schuld aan hebben dan deze zojuist genoemde een of andere. boontje
p.49
Ts2:
had
<die>>de> dokter gezegd<?>>.>
Ts1:
niet
<zoo>>zo> goed in orde kwam
D2:
niet
<-zo> goed in orde kwam
Ts1:
...
hoe zal ik het zeggen<...>..>
D1:
...
hoe zal ik het zeggen<..>...>
Ts1:
<werd
aangeleerd>>aangeleerd werd>
Ts1:
en
tevens <- veel> geld te verdienen... of neen,
Ts2:
en
tevens geld te verdienen<...>>.> <of>>Of> neen,
Ts2:
te
moeten kijken< – >>.> <i>>I>k weet niet
D2:
te
moeten kijken<.>>...> <I>>i>k weet niet
Ts1:
inderdaad<+,
letterlijk en figuurlijk>...
Ts2:
van
het trouwboekje < – >>.> <want>>En> op de duur
Ts1:
[-
nieuwe alinea] Anders was het
ginder zeer goed, ik had altijd gewerkt
D2:
met
politiek gemoeid<-,> en nu
Ts1:
dàt
wat men in het algemee<n>>m>[typefout] God’s vrije natuur
noemt
Ts2:
dàt
wat men in het <algemeem>>algemeen> <G>>g>od’s vrije
natuur noemt
D2:
<dàt>>dát>
wat men in het algemeen <g>>G>od’s vrije natuur noemt
VW:
[dàt]]dát]
Ts1:
e<+e>nige
jongens d<[x]+i>e [typefout wordt onmiddellijk gecorrigeerd]
D1:
e<-e>nige
jongens die
Ts1:
dan
ik ooit <was geweest>>geweest was>
Ts2:
<lijk>>gelijk>
Ts1:
uitspuwden
< – >>+> een koe van Gustave De Smet die
Ts2:
uitspuwden
<+,> + een koe van <Gustave De Smet>>gustave de smet> die
D2:
uitspuwden,
<+>>plus> een koe van <gustave de smet>>Gustave De
Smet> <+,> die
D1:
<omhoogstak>>omhoog
stak>
D2:
<omhoog
stak>>omhoogstak>
Ts1:
nodig
had < – >> +> de mierennest<+en>
Ts2:
nodig
had <+,> + de mierennest<-en>
D2:
nodig
had, <+>>plus> de mierennest
Ts2:
<+,>
en zag het er naar uit
D2:
<-,>
en zag het er naar uit
Ts1:
binnen
een paar <minuutjes>>minuten>
[Ts1-laag heeft mogelijk gediend als basistekst voor
D2, mits enkele correcties o.a. interpunctietekens (vb. ‘plus’)]
Ts1:
,
maar ik zeg <het>>niet>, onbewust dacht ik aan <het
trouwboekje>>mijn huishouden>
Ts2:
,
<- maar ik zeg niet,> <+ Maar> onbewust dacht ik aan <het
trouwboekje>>mijn huishouden>
D1:
<,>>.>
Maar onbewust dacht ik aan mijn huishouden
D2
<.>>,>
<M>>m>aar <+ ik zeg niet,> onbewust dacht ik aan mijn
huishouden
[=
Ts1: ‘maar ik zeg niet’, mogelijk een typefout in Ts1, die wordt overgenomen in D2]
Ts1:
En
een namiddag <waarin>>dat> ik mij meer gekweld had dan
gerust<...>>....>
D1:
En
een namiddag dat ik mij meer gekweld had dan gerust<....>>...>
Ts1:
hebt
<gij>>ge> st<[x]+i>kwerk
Ts1:
ja<-,>
<maar>>meer>[typefout] ik sukkel met mijn garen<n+,>
Ts2:
ja<+,>
<meer>>maar> ik sukkel met mijn garen,
D2:
ja<-,>
maar ik sukkel met mijn garen,
p.50
Ts1:
ging
<door>>dóór> mij heen,
D1:
ging
<dóór>>door> mij heen,
D2:
ging
<door>>dóór> mij heen,
Ts1:
dan
zou ik het <zo>>zó> doen:
Ts1:
om
en <weer>>weet>[typefout] gaat...
Ts2:
om
en <weet>>weer> gaat...
Ts1:
maar
in de zetel<-,>
Ts1:
om
te laten verstellen<-,> dachten...
Ts1:
om
zijn tra<+k>pkooi[typefout] in het <oranje>>orange> te
schilderen<-,>
Ts2:
om
zijn tra<-k>pkooi in het <orange>>oranje> te schilderen
D2:
om
zijn tropkooi in het oranje te schilderen<+,>
Ts1:
van
zijn <gang>>trap> had volgesmeerd
Ts1:
<Oranje>>orange>
heb ik gezegd!
Ts2
<orange>>oranje>
heb ik gezegd!
Ts1:
wat
hij met <oranje>>orange> eigenlijk bedoelde<-,> wees hij
Ts2
wat
hij met <orange>>oranje> eigenlijk bedoelde wees hij
D2:
En
iemand vroeg mij om <+ een> glas te komen inzetten
Ts1:
dadelijk<+,>
dadelijk,
D1:
het
was 10 uur <’s avonds>>savonds>
D2:
het
was 10 uur <savonds>>’s avonds>
Ts1:
einde<,>>;>
en als ik <dan>>dat>[typefout] mestnat in zijn huis stond,
Ts2:
einde;
en als ik <dat>>dan> mestnat in zijn huis stond,
D2:
einde<;>>...>
en als ik dan mestnat in zijn huis stond<-,>
Ts1:
en
hij antwoordde<-,> o<-,> de schrijnwerker
D2:
en
hij antwoordde<+:> o de schrijnwerker
Ts1:
om
wat an<+k>ekdoten[typefout]<
,>, > de hemel beware mij
daarvan,
Ts2:
om
wat an<-k>ekdoten, de hemel beware mij daarvan,
VW:
om
wat anekdoten[
,]], ] de hemel beware mij daarvan,
Ts1:
zij
dienen slechts <ter>> tot> illustratie
Ts1:
begon
te onderv<o+i>nden met haar naaiwerk
D2:
<-,>
bracht een schotelvo<d>>t>-van-een-versleten-kleed
D2:
en
daar een kleed <van te maken>>uit te snijden>
Ts1:
met
een grote<-n> omslag
Ts1:
en
als het kon<-,> ook nog een neusdoek of <vier>>4>.
p.51
Ts1:
En
zij kwam<-en> acht dagen daarna
Ts1:
grote
o<-o>gen en klein verstand<-,> bracht een stuk
<oorlogs-stof>>oorlogsstof><-,>
Ts1:
kon
doorheen zaaien<-,>
Ts2:
kon
doorheen zaaien<+,>
D1:
kon
doorheen zaaien<-,>
Ts1:
en
daar wou <zij>>ze> een zeer<-,> zeer schoon kleed van hebben,
D2:
en
daar wou ze een zeer <- zeer> schoon kleed <van>>uit> hebben,
Ts1:
als
het kleed af was<+...> omdat het nog altijd <diezelfde>>de
zelfde> <oorlogs-stof>>oorlogsstof> was.
D2:
als
het kleed <af>>gemaakt> was... omdat het nog altijd <de
zelfde>>diezelfde> oorlogsstof was.
Ts1:
kunt
ge hen niet meer aankijken van ergernis<+.> Ik, in de tijd, [zetfout
in Fr]
VW:
kunt
ge hen niet meer aankijken van ergernis[+.] Ik, in de tijd,
Ts1:
dat
<hij>>het> <+ dwars> door het <- open> raam<-,>
<temidden van>>midden> de kassei<+en> vloog.
Ts2:
dat
<het>>hij> dwars door het raam midden de kassei<-en> vloog.
Ts1:
uit
haar krachteloos geworden vingers vallen<.>>?>
Ts2:
uit
haar krachteloos geworden vingers vallen<?>>.>
Ts1:
en
mij iedere<+n> morgen <om dezelfde>>op hetzelfde> uur op het
cabinet zetten
D2:
en
mij iedere<-n> morgen op <hetzelfde>>dezelfde>[?] uur
op het cabinet zetten
Ts1:
niet
meer zo een zenuwachtig leven leiden <lijk>>gelijk>
D2:
niet
meer zo <een zenuwachtig>>zenuwachtig een> leven leiden gelijk
Ts1:
sloeg
alle muren stuk<.>>?>
Ts2:
sloeg
alle muren stuk<?>>.>
Ts1:
en
om het anderhalve uur <zei>>zie> [typefout] ik
godverdomme<.>>,> [passage ontbreekt in Ts en bijgevolg ook in
D1 en D2] terwijl
Ts2:
<+,>
en om het anderhalve uur <zie>>zei> ik godverdomme, terwijl
D2:
<-,>
en om het anderhalve uur zei ik godverdomme<-,> terwijl
p.51-54
[ontbrekende
passage in Ts, D1 en D2; wél in Front en VW]
VW:
Maar
het geval met die onderrok van Maria De Pelsemaecker deed echter de deur toe...
Alhoewel men van die De Pelsemaecker’s alles verwachten kon... op een keer dat
ze weer onder elkander aan het batteren waren gegaan en zelfs een dokter hadden
moeten roepen, had die dokter hen een voor een goed aangekeken en aan de oude
moeder De Pelsemaecker gevraagd of haar man in zijn jonge jaren geen soldaat
was geweest in Brussel, en ze had hem op haar beurt aangekeken al traag
knikkende met het hoofd, want ze begreep heel goed waar hij heen wou... men
zegde van haar dat zij ‘precies’ een toverheks was, maar men mocht er gerust dien
precies afgelaten hebben, ze was een toverheks... en dat haar man naar Brussel
was geweest? Ze waren fruit-marchands die een jaar op voorhand al de
boomgaarden uren in de omtrek opkochten om het fruit in Brussel en elders op de
markt te brengen... en hoe kwamen haar jongens dan van Brussel terug? Zat, en
de rest... Octaaf, die met Maria-van-den-onderrok getrouwd was, was de oudste
en de formidabelste, hij had een echte beestenbakkes en een lijf lijk een
stier, maar voeten van karton, want ge mocht er niet naar blazen of hij viel
omver. Hij was dan ook maar geweldig als hij op een stoel zat. Van op die stoel
overvloekte hij heel de wereld: kom langs hier, en ik breek u de nek, riep hij,
wacht tot ik opsta, riep hij. Maar dat deed hij niet, hij bleef zitten, en zo
verkocht hij boomgaarden en boomgaarden en was hij meester van de fruitmarkt,
en ontbood hij zijn minnaressen. Zijn vrouw moest dan buiten, of als het
duivelsbloed van zijn moeder in hem begon te spoken, moest zij integendeel
binnenblijven, en in de hoek staan. Zij stond er dan met natte ogen, of zij
liep met een sufgeslagen kop om en om het huis dat daar vlak achter de
spoorbaan een beetje alleen stond, omgeven van onkruid. Zij liep de spoorbaan
op en af al roepend of er nu toch een trein wou komen, al vragend aan de hemel
of het nooit ging mogelijk worden om die man van haar de onderbuik open te
schoppen. Hij zat dan van achter het vuile venster naar haar te kijken met een
zotte lach op zijn beestengezicht. En met die oorlog, werd er een corporatie gesticht,
met een afdeeling Fruit-en-Groenten, en hij werd de chef van Fruit-en-Groenten.
Wel moest hij het geld eerst beschikbaar hebben om alles op te kopen, dat is
waar, maar hij bracht slechts de helft van wat hij opgekocht had naar de
corporatie, ondanks dat hij het zich volledig liet uitbetalen, en de andere
helft verkocht hij nog eens, op de zwarte markt, aan 200%. Hij had een dochter
van een jaar of 14, die de grootste hoer van de stad kon geweest zijn, had ze
niet te lui geweest om de mannen tot zich te lokken, en hij had een zoon van 19
jaar, die al slapende over straat liep lijk zijn hart onder pakken vet bedolven
lag, en hij had ook nog een bengel die om de 14 dagen overreden werd, en die
hele rijen pralines op de spoorstaven legde om er de trein te zien overrijden,
en ze hadden een kuisvrouw die er iedere dag van de morgen tot de avond was, en
daar toch geen enkelen cent wou voor aanvaarden, ge kunt nu denken dat die zot
was, maar dat was ze niet, verre van daar. Doch, die kartonnen voeten van Octaaf?
Het werden kartonnen benen. En had Maria gevraagd om zijn onderbuik eens te
mogen openschoppen, ze moest het niet meer vragen, want hij viel vanzelfs open,
er kwam kanker aan. In het begin kreeg hij om de andere dag een inspuiting,
maar op het laatste, stak hij zelf de naald in zijn arm, twee keer per dag, een
keer ’s noenens, en een keer ’s avonds. En Maria bracht op haar beurt haar
minnaar in huis, waar Octaaf bij was, loontje komt [op]]om] zijn boontje, en de ene dag kneep Octaaf de ogen
toe en bad hij weesgegroeten, O Maria, die zuiver zijt van zonde, bid voor ons,
en de andere dag braakte hij de ongehoordste vloeken uit, over die hoer van een
vrouw van hem, een vrouw heeft geen recht om haar huiselijke staat te buiten te
gaan, schreeuwde hij, maar een man wel. En toen stierf hij. En lijk hij daar
lag, en Maria er stond op te kijken, zei haar minnaar[-,]: nu kunt gij er eens op schoppen, Maria, doch zij
keerde zich om en zei: och kom, en zij zette een bakje met wijwater naast hem.
En om nu over die onderrok te beginnen... maar eerst moet ik nog in zeven
haasten, uitleggen wie en wat de zuster van Octaaf was, hoe zij heette heeft
geen belang want iedereen noemde haar de Koningin, omdat zij de meest mislukte
was uit die kruising van een hysterische vrouw met een soldaat uit de Rue du
Théâtre, al monkend en al missend, en al de koeien willen melkend, daar op het
stukje weide naast het benzine-kot, waar zij gevat werd door de koe en een
helen eind verder geslingerd tegen de rauwe zijmuur met de reclame ‘Ostende-Dover,
la route vers l’Angleterre’ zodat de helft van haar kin weg was, en al leurend
met tabak en gezouten vlees en dode konijnen die ze van onder haar rokken
haalde, en al sjoerend doorheen de brievenbus van een burgershuis dat ze
begeerde en waarvoor ze mangelen wou met haar huis, dat een snerthuis was van
kom-binnen-en-loop-de-trappen-op en vergeven zat van de weegluizen... En de
Koningin dan, die van haar broer niet meer binnen mocht – lijk trouwens
iedereen van de familie niet meer binnen mocht, ook zijn moeder niet, want hij
had haar buitengesmeten, zittend op zijn stoel, en haar achterna geroepen: het
is uw fout dat ik rotte beenen heb – de Koningin dan, kwam iedere morgen langs
de spoorbaan voorbij, om te zien of de store’s nog niet neergelaten waren
‘wegens sterfgeval’, ik wou dat Octaaf al dood was, zei ze, want ik zou godomme
toch zoo graag eens binnengaan in mijn oudershuis. [nieuwe Front-aflevering]
En Octaaf was dan dood, en de store’s waren neergelaten, maar uit het
bovenvenster sloeg een dikke sliert rook naar buiten, want die jongste bengel
had ondertussen een vuurtje gemaakt in de kleerkast en al de kleeren verbrand.
Zodat de Koningin er nog maar pas binnen was of ze kwam weer buitengeloopen met
een pak onder de arm, om regelrecht naar ons huis te laveeren, en te vragen of
mijn vrouw die onderrok algauw wou verstellen, want hij moest nadien nog in het
zwart geverfd worden. In het zwart geverfd worden? Waarom zijt ge er dan mee
begonnen hem in het rood te verven, vroeg mijn vrouw. En lijk het met al die
gesprekken ging, ik hoorde hen ginder bezig
p.54
D2:
hoe
gemakkelijk het <+ was> voor een schrijver <- was>
Ts1:
terwijl
ik dacht<-,> keek
Ts1:
“Der
Zufall <u>>U>nd <d>>D>as Schiksall” van Von Scholz
Ts2:
“Der
Zufall Und Das Schiksall” van <V>>v>on <S>>s>cholz
D1:
“Der Zufall Und Das Schiksal<-l>” van
von scholz
D2:
<-“>
Der Zufall Und Das Schiksal<-”> van <von scholz>>Von Schols>
VW:
Der Zufall und das Schicksal[-l] van Von Scholz
Ts1:
aangete<-e>kend
Ts1:
Edgar
<Poë>>Poe>
Ts2:
<Edgar
Poe>>edgar poe>
D2:
<edgar
poe>> Edgar Poe>
Ts1:
het
vogelkens-schijt zouden doen krijgen hebben, <twee>>2>
D2:
<het
vogelkens-schijt zouden doen krijgen hebben,>>zouden doen watertanden
hebben...> 2
Ts1:
op
de gedachte <komen>>gekomen waren>
Ts2:
op
de gedachte <gekomen waren>>waren gekomen>
D2:
op
de gedachte <- waren> gekomen [zetfout]
D2:
alle
<twee>>2> [3x]
Ts2:
krak
dezelfde naam hebben, <Willem Raabe>>willem raabe>.
D2:
<krak>>krek>[zetfout]
dezelfde naam hebben, <willem raabe>>Willem Raabe>.
Ts1:
<-,>
en juist de eigenste naam hebben<-,>
Ts2:
en
juist de eigenste naam hebben<+,>
D2:
en
juist de eigenste naam hebben<-,>
Ts1:
naam
en voornaam<-,> en beroep,
Ts1:
<-,>
zodat de dokter zegt als ze nummer <twee>>2> binnenbrengen:
Ts1:
genoeg
<om>>en>[typefout] zo een boek
Ts2:
genoeg
<en>>om> <zo>>zO[?]> een boek
D2:
genoeg
om <zo>>zó> een boek
Ts1:
<Niewerkerken>>Nieuwkerken>
D1:
<N>>n>ieuwkerken
D2:
<nieuwkerken>>Nieuwerkerken>
D2:
<gevalletjes>>gevallentjes>
Ts1:
en
als ik niet <meer zou moeten + xxxxxxxxxxxxxxxx> beschaamd ging worden [toevoeging
werd onmiddelijk geschrapt]
Ts1:
want
ik had eens een kort verhaal geschreven voor een persoon nummer <één>>i> die van een hem totaal onbekend
persoon nummer <twee>>2> droomt, en die persoon ontmoet, en hem dan
hoort zeggen: het is eigenaardig, maar ik had u nog nooit gezien en toch heb ik
van u gedroomd! en persoon nummer <één>>i> die wegsluipt en niet eens durft vragen
‘<wat>>wàt> hebt ge dan gedroomd?’<+...> uit schrik dat het
zijn eigenste afschuwelijke droom zal zijn... en ik heb dat kort verhaal
verscheurd omdat ik het niet waarachtig weten gebeuren heb, <- want> wat
D1:
want
ik had eens een kort verhaal geschreven voor een persoon nummer i die van een hem totaal onbekend
persoon nummer 2 droomt, en die persoon ontmoet, en hem dan hoort zeggen: het
is eigenaardig, maar ik had u nog nooit gezien en toch heb ik van u gedroomd!
en persoon nummer i die wegsluipt
en niet eens durft vragen ‘<wàt>>wat> hebt ge dan gedroomd?’... uit
schrik dat het zijn eigenste afschuwelijke droom zal zijn... en ik heb dat kort
verhaal verscheurd omdat ik het niet waarachtig weten gebeuren heb, wat
D2:
want
<- ik had eens een kort verhaal geschreven voor een persoon nummer i die van een hem totaal onbekend
persoon nummer 2 droomt, en die persoon ontmoet, en hem dan hoort zeggen: het
is eigenaardig, maar ik had u nog nooit gezien en toch heb ik van u gedroomd!
en persoon nummer i die wegsluipt
en niet eens durft vragen ‘wat hebt ge dan gedroomd?’... uit schrik dat het
zijn eigenste afschuwelijke droom zal zijn... en ik heb dat kort verhaal
verscheurd omdat ik het niet waarachtig weten gebeuren heb,> wat
p.54-55
Ts1:
aan
onze fantasieën<?>>,> <- [passage over onderrok] En daartussen was er dus spraak van een onderrok
die in het rood geverfd was. Ik wachtte, ik wist dat zij mij die onderrok zou
komen tonen, en zeggen wat er moest aan versteld worden, en vragen hoeveel ze
er voor rekenen zou, want een mens raakt aan een andere mens veel te veel
gewoon, als zij niets meer ging te vertellen hebben zou ik immers op mijn beurt
beginnen> <over>>aan> de fantastische vertellingen van
<Louis-Paul
Poë>>Louis-Paul-Poe> – hè, hè,
Ts2:
aan
onze fantasieën, aan de fantastische vertellingen van
<Louis-Paul-Poe>>louis-paul-poe> – hè, hè,
D2:
aan
onze fantasieën, aan de fantastische vertellingen van
<louis-paul-poe>>Louis-Paul-Poe> <–>>?...>
<hè,hè,>> hé hé,>
Ts1:
<- – ze kwam binnen, en hield de onderrok vast
lijk de doode muis die wij eens gepletterd hadden tussen de deur, in den tijd
dat we ginder nog in dat roovershol woonden, met een heel klein tipje en zover
mogelijk van haar verwijderd, bezie me dat zei ze en haar stem sloeg over van
afgrijzen. Ik keek er naar, en waarlijk, ik schudde ongelovig het hoofd. Ze
wierp hem daar, ze wou proberen te wenen, maar ze hoorde onze kleine pagadder
al fluitend binnenkomen, en ze haaste zich om de rok in het washuis te smijten.
Doch het was al te laat, er stonden twee verdomd vinnige ogen in de kop van dat
jong, van wie is dat bloed vroeg hij. Och van Maria De Pelsemaecker die haar
varken doodgedaan heeft zei ze.> <Hij>>Mijn jongen> kwam wantrouwend
VW:
– ze kwam binnen, en hield de onderrok vast lijk
de doode muis die wij eens gepletterd hadden tussen de deur, in den tijd dat we
ginder nog in dat roovershol woonden, met een heel klein tipje en zover
mogelijk van haar verwijderd, bezie me dat zei ze en haar stem sloeg over van
afgrijzen. Ik keek er naar, en waarlijk, ik schudde ongelovig het hoofd. Ze
wierp hem daar, ze wou proberen te wenen, maar ze hoorde onze kleine pagadder
al fluitend binnenkomen, en ze haast[+t]e zich om de rok in het washuis te smijten. Doch
het was al te laat, er stonden twee verdomd vinnige ogen in de kop van dat
jong, van wie is dat bloed vroeg hij. Och van Maria De Pelsemaecker die haar
varken doodgedaan heeft zei ze. Hij kwam wantrouwend
Ts1:
, want hij wist dat ik niet al te best <liegen
kon>>kon liegen> <-,> en altijd moest lachen als iemand hem wat
<+wou> op de mouw <-wou> spelden.
D2:
<,>>...> <- want hij wist dat ik
niet al te best kon liegen en altijd moest lachen als iemand hem wat wou op de
mouw spelden.>
Ts1:
een
vreemd<-e> man
Ts1:
‘mijn
vader<-,> dat was iemand die altijd in een zetel lag en o-o zei<-,>
als hij pijn had, en godverdomme zei als hij geen pijn had’?
D2:
‘mijn
vader dat was iemand die altijd in een zetel lag en o-o zei als hij pijn had,
en godverdomme zei als hij geen pijn had<’?>>?’>
Ts2:
<lijk>>gelijk>
[2x]
Ts1:
ik
moest blijven liggen<.>>?> [typefout]
Ts2:
ik
moest blijven liggen<?>>.>
Ts1:
mij
<gegven>>gegeven> had [zetfout in Fr]
VW:
mij [gegven]]gegeven]
had
Ts1:
verkopen
kon<-,> en waar
Ts2:
verkopen
kon<+,> en waar
D2:
verkopen
kon<-,> en waar
Ts1:
<twee>>2>
meisjes
D2:
heet
het<-,> of ‘zon’
Ts1:
hij
<h+g>eeft niet zoveel om een naam,
Ts1:
boek
<één>>i> en boek
<twee>>2><-,>
Ts1:
<-,>
maar ze wilden niet
D2:
vloekte<-,>
vloekte,
Ts1:
<teveel>>te
veel> vloekte
Ts1:
ik
smeekte, geef mij een gezond lijf, smeekte ik<-,> en
Ts2:
ik
smeekte<,>>.> <g>>G>eef mij een gezond lijf, smeekte
ik<+,> en
D1:
ik
smeekte. Geef mij een gezond lijf, smeekte ik<-,> en
D2:
ik
smeekte<.>>,> <G>>g>eef mij een gezond lijf<-,>
smeekte ik en
D2:
<-
ik smijt die onderrokken buiten,>
Ts2:
ik
ga naar de <W>>w>alen werken, ik ga naar de <C>>c>ongo
D2:
ik
ga naar de <w>>W>alen werken, ik ga naar de <c>>C>ongo
p.56
Ts1:
<durven>>dúrven>
kapotschoppen
D1:
<dúrven>>durven>
kapotschoppen
Ts1:
een
gezakte maag <hadden>>hebben> en veel <moesten>>moeten>
rusten.
Ts1:
<...>....>
en die hersens in zijn kop heeft<-,> die <toeknappen>>toehakken>
lijk
Ts2:
....
en die hersens in zijn kop heeft die toehakken <lijk>>gelijk>
D1:
<....>>...>
en die hersens in zijn kop heeft die toehakken gelijk
D2:
...
en die hersens in zijn kop heeft die <toehakken>>toeknappen>
gelijk
Ts1:
<en+xx>[toevoeging
wordt onmiddellijk geschrapt] ja<+,> wat wou ik <+nu> godomme
zeggen?
D2:
ja<-,>
wat wou ik nu godomme zeggen?
Ts1:
<M>>m>aar
<al die>>die al> binnen in hun lijf een rotte plek hebben waar zij
<zouden>>moeten> kunnen op slaan met gebalde
<vuist>>vuisten>, lijk de eerste mensen hun buik moeten afgeranseld
hebben als die niet <meewou>> mee wou>.
Ts2:
maar
die al binnen in hun lijf <een>>geen> rotte plek hebben<+,>
waar zij moeten kunnen op slaan met gebalde vuisten, <lijk>>gelijk>
de eerste mensen hun buik moeten afgeranseld hebben als die niet mee wou.
D2:
maar
die al binnen in hun lijf <geen>>een> rotte plek hebben<-,>
waar zij moeten kunnen op slaan met gebalde vuisten<-,> gelijk de eerste
mensen hun buik moeten afgeranseld hebben als die niet mee wou.
p.56-57
[passage
in Front, niet in Ts, D1 en D2]
VW:
Ge zult uw poten niet uitsteken naar die onderrok zei ik,
wat peinzen ze wel van ons? En ze peinsden van ons dat wij hoogmoedigen waren –
wie het klein niet begeert is het groot niet weerd, enzo voort, er zijn genoeg
spreuken in die aard – en ze spraken niet meer tegen ons, van af die dag, tot
de dag dat hun Henry uit de bak kwam en zijn broek bracht. Henry was een tweede
uitgaaf van Octaaf, maar in plaats van de beenen was het zijn hersenmassa die
van geknabbeld karton was. Hij was breed en zwaar en als hij met de .ets uit de
poort kwam, moest men onwillekeurig gremelen, het was precies iets uit de cirk,
en men moest ook gremelen omdat men wist waar hij naartoe reed, want hij was
onverzadigbaar, hij bracht die meisjes zelfs mee naar huis en smeet dan
iedereen op straat die binnen in huis was, en sloeg al de ruiten uit, en brak
al de stoelen. Hij bakte spek met eieren, en frit en biefstukken, en lever, en
niertjes voor die mokkels, tot op een nacht de schouw in brand vloog en de
geburen binnensprongen, en Henry daar zagen zitten lijk een Pacha met zijn twee
hoeren. s’
Nachts was hij de man, maar ’s morgens stond hij in de poort met zijn
triestigen kop op de borst, al verloren over de kin en de mond krauwelend met
zijn vette poot net of hij standvastig een spinnekopnet van vóór zijn gezicht
moest wrijven. En eens – dat was vroeger nog – deed hij mij roepen om al die
ruiten terug in te zetten, hij stond vlak achter mij en beweerde eensklaps dat
hij niet lang meer leven ging, wat hebt ge dan vroeg ik, en hij haalde de
berenschouders op en mompelde dat hij genoeg wist wat hem mankeerde, en omdat
ik moest lachen sloeg hij naar mij. Hij stond aan de poort als de Engelsen naar
het Albertkanaal reden om de Duitsers tegen te houden, en hij stak zijn duim
omhoog en riep o.k . en hij stond aan de poort als de Duitsers acht dagen
nadien in twee dichte rijen langsheen de huizen afkwamen, en hij stak zijn arm
omhoog en riep Heil Hitler. Vóór den oorlog beweerde hij van de geheime politie
te zijn, en in het begin van den oorlog van de Gestapo. Hij riep de Duitsers
binnen lijk hij de hoeren had binnengeroepen, biefstukken bradend en jenevel
zuipend, hij ging er[meer]]mee]
naar de kermis en om eens te lachen zei hij ziet ge die jongen daar? dat is een spion
van de Engelsen. Zodat die Duitsers er op afvlogen en die jongen voor dood
lieten liggen, en de laatste dagen van de oorlog beweerde hij van de witte
brigade te zijn en riep hij naar een vrouw die, gelijk dat ging, al een beetje
boter gesmokkeld had of wat tarwe: wacht ik zal u doen pakken want ik ben van
het o.f., maar die vrouw herinnerde zich daardoor wat hij misdaan had, en ze
deed hem pakken. Hij zat vier maand in de bak en vrat er de pakken leeg die
zijn schoonzuster Maria hem deed brengen, en deed er ’s morgens turnen op de
koer en sliep er ’s nachts in het stroo, zonder op die 4 maand zijn broek eens
uit te doen. En als hij naar huis mocht was zijn eerste werk die broek uit te
spelen en ze bij mijn vrouw te doen brengen door de Koningin. Ik stond aan de
deur en keek naar de straat, en het was een dag dat ik mij weer interesseerde
aan het leven en de mensen en de oorlog en de politiek en de boeken die aan de
andere kant van de wereld verschenen, wat is dat vroeg ik aan de Koningin, onze
Henry zijn broek zei ze, en ik keek verder over haar heen naar de wereld d.w.z.
naar de camions van de Amerikanen die in lange kolonnen op- en afreden en ik
had lust om te roepen ‘hello American-boy’s’, ik had lust om mee te rijden en
op te schrijven al wat ze hoorden en zagen en ondervonden op hun baan, ik had
lust om mee te rijden tot in het hart van Duitsland en de Russen te ontmoeten
en daar al tranen van ontroering schreiend te staan lachen lijk een idioot,
onze Henry zijn broek herhaalde ze en ze stak die hoop lompen omhoog dat de
reuk er van in mijn neus sloeg, ik keerde mij om en deed haastig de deur toe.
Wie sprak daar tegen u vroeg mijn vrouw, niemand [antoworde]]antwoordde] ik, en ik liep van de straatdeur naar de
hof...
Ts1:
<-
[passage]> [+ nieuwe alinea] <ik>>Ik> liep van de
straatdeur
Ts1:
<zoodat>>zodat>
Ts1:
Ik
zou willen oorlogscorrespondent worden<+,> zei ik, ik zou willen
werken<+,> zei ik.
D2:
Ik
zou willen oorlogscorrespondent worden<-,> zei ik, ik zou willen
werken<-,> zei ik.
Ts1:
En
wanneer gaat ge dan verder <schrijven>>werken> aan uw roman
<+,> vroeg ze,
Ts2:
En
wanneer gaat ge dan verder <werken>>schrijven> aan uw roman, vroeg
<ze>>mijn vrouw>,
D2:
En
wanneer gaat ge dan verder <schrijven>>werken> aan uw
roman<-,> vroeg mijn vrouw,
p.58
D2:
ik
kon er niet<-s> aan doen
D2:
<en>>ik>
kuste haar,
Ts1:
ik
zal <’s nachts>>’snachts> schrijven <+,> zei ik.
Ts2:
ik
zal ’snachts schrijven<-,> zei ik.
D1:
ik
zal <’snachts>>’s nachts> schrijven<+,> zei ik.
D2:
ik
zal ’s nachts schrijven<-,> zei ik.
Ts1:
had
beloofd<+,> <begon>>begin> ik met goede moed verder te werken
aan die roman die daar<+,> <ikweetniet>>ik weet niet>
hoelang><+,> was blijven liggen.
Ts2:
had
beloofd, begin ik met goede moed verder te werken aan die roman<+,> die
daar<-,> ik weet niet hoelang<-,> was blijven liggen.
D1:
had
beloofd, <begin>>begon> ik met goede moed verder te werken aan die
roman, die daar ik weet niet hoelang was blijven liggen.
Ts2:
En
straks zal het <zeker>>zéker> traag
D1:
En
straks zal het <zéker>>zeker> traag
Ts1:
<+,>
straks zal ik <mij alleen>>mijalleen>[typefout] maar
<s’avonds>>’s avonds><-,> en <’s
Zondags>>s’zondags> een beetje, met u kunnen
<bezighouden>>bezig houden>.
Ts2:
,
straks zal ik <mijalleen>>mij alleen> maar <’s
avonds>>savonds><+,> en <s’zondags>>in de zondag>
een beetje, met u kunnen bezig houden.
D2:
,
straks zal ik mij alleen maar <savonds>>’s avonds>, en in de zondag
een beetje, met u kunnen bezig houden.
Ts1:
Zeker<-,>
ik had het lachend gezegd,
Ts2:
Zeker<+,>
ik had het lachend gezegd,
Ts2:
<lijk>>gelijk>
Ts2:
ja,
juist <lijk>>zoals> mijn vriend
D2:
ja,
juist <zoals>>gelijk> mijn vriend
Ts1:
<betonplaaten>>betonplaten>
Ts1:
en
begreep <is>>ik> [zetfout in Fr]
VW:
en
begreep [is]]ik]
Ts1:
om
het uitzicht te beletten<.>>,>[typefout] Op een dag zei mijn
vrouw het ook, er is geen uitzicht<+,> zei ze<,>>;>
Ts2:
om
het uitzicht te beletten<,>>.> Op een dag zei mijn vrouw het ook,
er is geen uitzicht, zei ze;
D1:
om
het uitzicht te beletten<.>>,>[zetfout in D1] Op een dag zei
mijn vrouw het ook, er is geen uitzicht, zei ze<;>>:>
D2:
om
het uitzicht te beletten<,>>.> Op een dag zei mijn vrouw het ook,
er is geen uitzicht<-,> zei ze<:>>,>
Ts1:
een
postuurke<+n>
Ts2:
een
postuurke<-n>
D2:
een
postuurke<+n>
D1:
<Congo>>congo>
[slotzin
Front-aflevering is onvolledig, maar wordt herhaald in volgende Front-bijdrage]
Ts1:
een
zeer schoon <negerinnekopken>>negerinnekopje> uit zwart hout waar
ik <twee>>2> volle dagen
D2:
een
zeer schoon <negerinnekopje>>negerinnekopken> uit zwart
hout<+,> waar ik 2 volle dagen
Ts1:
<-,>
dat ik het in Brussel <had willen>>wilde> verkopen<-,> maar
in de zaal Rigoux<-,>
Ts2:
dat
ik het in Brussel wilde verkopen<+,> maar in de zaal Rigoux
D1:
dat
ik het in <B>>b>russel wilde verkopen, maar in de zaal
<R>>r>igoux
D2:
dat
ik het in <b>>B>russel wilde verkopen, maar in de zaal
<r>>R>igoux
Ts1:
non<-,>
c’est du Nouveau<-,> zei Rigoux<-,>
Ts2:
non
c’est du Nouveau zei <R>>r>igoux
D2:
non
c’est du Nouveau zei <r>>R>igoux<+,>
Ts1:
hij
keerde zich <+ om>
Ts1:
naar
het licht<-,> en zegden dat het<-,> <très>>tres>, très
ancien was<-,> <en>>et> regarde ci<-,> et regarde là.
D1:
naar
het licht en zegden dat het <tres>>très>, très ancien was et
regarde ci et regarde là.
D2:
naar
het licht en zegden dat het très<-,> très ancien was et regarde
<-ci>[zetfout in D2?] et regarde là.
Ts1:
Combien<?>>.>
Dix <milles>>Milles><.>>,> <M>>m>ais
non<-,> il y a un défaut<-,> ici, regarde.
Ts2:
Combien.
Dix Milles<,>>.><m>>M>ais non il y a un défaut ici,
regarde.
D1:
Combien.
Dix Mille<-s>. Mais non il y a un défaut ici, regarde.
D2:
Combien<.>>,>
Dix Mille<+s><.>>,> <M>>m>ais non il y a un
défaut ici<-,> regarde.
Ts1:
Un
défaut<-,> ik keek er ook naar<-,> al over hun schouder<-,>
Ts1:
<onbegrip>>ongebrip>[typefout]
Ts2:
<ongebrip>>onbegrip>
Ts1:
Ik
stond daar met mijn negerinneke<+n><-,>
Ts2:
Ik
stond daar met mijn negerinneke<-n>
Ts1:
en
ik zou het <dawrsdoor>>dwars door> het schilderij w<o+i>llen
smijten hebben,
D2:
en
ik zou het dwars door het schilderij willen <smijten>>gooien>
hebben,
Ts1:
tot
al <de>>die> schilders en beeldhouwers<-,> en schrijvers
D2:
hou
op<.>>...> <L>>l>aat hen geen geld meer verdienen met
<ons>>onze> tranen.
Ts1:
een
<bazaar>>bazar> van Congo-prullen<-,>
Ts2:
een
bazar van Congo-prullen<+,>
D1:
een
bazar van <C>>c>ongo-prullen,
D2:
een
<bazar>>bazaar> van <c>>C>ongo-prullen<-,>
Ts1:
en
<+ en>[typefout] daar zei men dat er een stukske<+n>
uitgesplinterd was<.>>,> <D>>d>ommage,
Ts2:
en
<- en> daar zei men dat er een <stuksken>>stukje>
uitgesplinterd was, dommage,
D2:
en
daar zei men dat er een <stukje>>stuksken> uitgesplinterd was,
dommage<-,>
Ts1:
vingt
francs<...>> – > Maar
Ts2:
vingt
francs< – >>. > Maar
D2:
vingt
francs. <+ – > Maar
Ts1:
<+,>
al kijkend naar <dat>>het> beeldje,
Ts1:
<-,>
dat minder somber was, maar
Ts2:
dat
minder somber was<,>>.> <m>>M>aar
D2:
dat
minder somber was<.>>,> <M>>m>aar
p.59
Ts1:
dat
andere gedachten kon opwekken<?>>.>
D1:
dat
andere gedachten kon opwekken<.>>?>
Ts1:
de<-n>
dag daarna
Ts1:
,
vroeg ze, en nogmaals de<-n> dag daarna
D2:
<-,>
vroeg ze, en nogmaals de dag daarna
Ts1:
<-,>
en ik zei ja, maar onze snotter zat achter de deur<-,> het een of ander
naar de vaantjes te helpen<-,>
D2:
en
ik zei ja<,>>...> maar onze snotter zat achter de deur het een of
ander naar de vaantjes te helpen
Ts1:
maarschalk
Timosjenko was<-,> geef u over<+,> tierde hij, en met dat lawaai in
haar rug<-,> en die zorgen in haar hoofd<-,>
Ts2:
maarschalk
Timosjenko was<+,> geef u over, tierde hij<,>>...> en met dat
lawaai in haar rug en die zorgen in haar hoofd<+,>
D1:
maarschalk
<T>>t>imosjenko was, geef u over, tierde hij... en met dat lawaai
in haar rug en die zorgen in haar hoofd,
D2:
maarschalk
<t>>T>imosjenko was, geef u over<-,> tierde
hij<...>>,> en met dat lawaai in haar rug en die zorgen in haar
hoofd<-,>
Ts1:
<-,>
en wist ze niet meer wat ze eerst<-,> en wat ze daarna moest gezegd
hebben<.>>?>
Ts2:
en
wist ze niet meer wat ze eerst en wat ze daarna moest gezegd
hebben<?>>.>
Ts1:
en
zegt maar ‘ja’<-,> riep ze woest, wat kan ik anders antwoorden<-,>
dan ja<-,> riep ik terug<-,>
Ts2:
en
zegt maar ‘ja’ riep ze woest<,>>...> wat kan ik anders antwoorden
dan ja<+,> riep ik terug
D1:
en
zegt maar ‘ja’ riep ze woest<...>>,> wat kan ik anders antwoorden
dan ja, riep ik terug
D2:
en
zegt maar ‘ja’<+,> riep ze woest<,>>...> wat kan ik anders
antwoorden dan ja, riep ik terug
Ts1:
<er
op>>erop> klopten<,>>:> maar zij haalde smalend iets
aan<-,>
D2:
<erop>>er
op> klopten<:>>,> maar zij haalde smalend iets aan
Ts1:
had
kunnen ontdekken<-,>
Ts2:
had
kunnen ontdekken<+,>
D2:
had
kunnen ontdekken<-,>
Ts1:
zou
doen <bloed spuwen>>bloedspuwen> hebben. [- nieuwe alinea]
Het was onzinnig<-,> die ruzie, en wij begrepen het
<zèlf>>zelf> best genoeg
Ts2:
zou
doen bloedspuwen hebben. Het was onzinnig die ruzie, en wij begrepen het zelf
best genoeg<+,>
VW:
[zèlf]]zélf]
Ts1:
en
zochten naar iets<.>>?> En op een keer<-,> dat Wilhelmus Van
der Wiele weer bij ons had gezeten,
Ts2:
en
zochten naar iets<?>>.> [aantkenening ‘I ander lijn’,
nieuwe alinea] En op een keer dat <Wilhelmus Van der
Wiele>>wilhelmus van der wiele> weer bij ons had gezeten,
D2:
en
zochten naar iets [- nieuwe alinea] En op een keer dat <wilhelmus van
der wiele>>Wilhelmus Van Der Wiele> weer bij ons had gezeten<-,>
Ts2:
[-
nieuwe alinea] Die <Wilhelmus
Van Der Wiele>>wilhelmus van der wiele> was een paling die twee dagen
D2:
Die
<wilhelmus van der wiele>>Wilhelmus Van Der Wiele> was een paling
die <twee>>2> dagen
Ts1:
en
hij kwam binnen<-,>
Ts2:
<lijk>>gelijk>
een relikwie
Ts1:
<Ik.>>Ik>[zetfout
in Fr] <vroeg>>vr[xx]>[typefout in Ts] mij soms
af<-,>
Ts2:
Ik
<vr[xx]> >vroeg> mij soms af
VW:
[Ik.]]Ik]
vroeg mij soms af,
Ts1:
in
de achttiende eeuw moest<+en>[typefout] geleefd hebben,
Ts2:
in
de achttiende eeuw moest<-en> geleefd hebben,
Ts1:
met
zich zakelijk voor te doen<+,> terwijl
D2:
met
zich zakelijk voor te doen<-,> terwijl
Ts1:
,
en met zich in te beelden<-,> dat
Ts2:
<,>>...>
en met zich in te beelden dat
D2:
<...>>,>
en met zich in te beelden dat
D2:
<-,>
terwijl de argeloosheid
Ts1:
<j+h>et
type [typefout, onmiddellijk gecorigeerd]
Ts1:
de
ultramoderne meeloper<-,> die over <allen>>alles> en nog wat
moet kunnen babbelen<-,>
Ts2:
de
ultramoderne meeloper die over alles en nog wat moet kunnen babbelen<+,>
D2:
de
ultramoderne meeloper die over alles en nog wat moet kunnen babbelen<-,>
D2:
en
die <- de> schijn als Ons-Opperste-Goed moet aanzien.
Ts1:
tussen
de blokken armemense<+n>-huizen<-,>
p.60
Ts1:
zitten
kijken<-,>
Ts2:
zitten
kijken<+,>
D2:
zitten
kijken<-,>
Ts1:
deed
mij roepen<-,>
Ts1:
naar
huis<-,> en daar zat hij
Ts1:
niet
al te lui<d>>[x]> [typefout]
Ts2:
niet
al te lui<[x]>>d>
Ts1:
o<-o>ren,
hoe de naam is<-,> herhaalde ik
Ts1:
Wilhelmus
Van <Der>>der> Wiele zei hij<+,> juist lijk gij zoudt gezegd
hebben<-,>
Ts2:
<Wilhelmus
Van der Wiele>>wilhelmus van der wiele> zei hij, juist lijk gij zoudt
gezegd hebben
D1:
wilhelmus
van der wiele zei hij, juist <lijk>>gelijk> gij zoudt gezegd hebben
D2:
<wilhelmus
van der wiele>>Wilhelmus Van Der Wiele> zei hij, juist gelijk gij
zoudt gezegd hebben
[opmerking: In Front worden eigennamen geschreven
met hoofdletters; de eigennamen in Ts1 bevatten ook hoofdletters, in Ts2 worden
de hoofdletters vervangen door kleine letters. D1 neemt de kleine letters over;
D2 noteert de eigennamen opnieuw met hoofdletters]
Ts1:
lijk
mijn jongen<+,> Maarschalk Roksofski.
Ts2:
<lijk>>gelijk>
mijn jongen, <Maarschalk Roksofski>>maarschalk rokkosofski>.
D2:
gelijk
mijn jongen<-,> <maarschalk rokkosofski>>Maarschalk
Rokkosofski>.
Ts1:
Ik.
tekende het<-,> en glimlachte beleefd<-,>
Ts1:
ik
had ginder in de blokken gevraagd<+e> [typefout]
Ts2:
ik
had ginder in de blokken gevraagd<-e>
Ts2:
tegen
de muur <- van de paardenslachter> vrij te houden<,>>...>
D2:
tegen
de muur <+ van de paardenslachter> vrij te houden<...>>,>
Ts1:
mijn
tweede boek was tsikkologisch dieper<-,> en zijn vriend was een
dichter<-,> en zijn andere vriend had zijn portret geschilderd<-,>
D1:
<wenkbrouwen>>wenkbrauwen>
Ts1:
<-,>
zag ik het boek over Theosophie liggen<-,> waarin
Ts2:
zag
ik het boek over <T>>t>heosophie liggen<+,> waarin
D2:
zag
ik het boek over <t>>T>heosophie liggen<-,> waarin
Ts2:
<‘Loge
Unie des Theosophes’>> ‘loge unie des theosophes’>
D2:
<
‘loge unie des theosophes’>>‘Loge Unie des Théosophes’>.
Ts1:
[-
nieuwe alinea] Hij kwam nog eens,
Ts1:
<-,>
en zat er tot wij in slaap vielen, hij sprak over boeken, boeken, boeken,
Ts2:
en
zat er tot wij in slaap vielen, hij sprak over boeken<-,>
boeken<-,> boeken,
D2:
en
zat er tot wij in slaap vielen, hij sprak over <- boeken> boeken boeken,
Ts2:
over
<Louis-Paul Boon>>louis paul boon> <-,> en <Piet Van
Aken>>piet van aken> en <Hubert Lampo>>hubert
lampo><,>>...>
D2:
over
<louis paul boon>>Louis-Paul Boon> en <piet van aken>>Piet
van Aken> en <hubert lampo>>Hubert Lampo><...>>,>
Ts1:
Niet<+z>sche
en Havelock Ellis en Oswald Bumke te spreken<-,>
Ts2:
<N>>nietzsche
en <Havelock Ellis>>havelock ellis> en <Oswald
Bumke>>oswald bumke> te spreken
D2:
<nietzsche>>Nietzsche>
en <havelock ellis>>Havelock Ellis> en <oswald
bumke>>Oswald Bumke> te spreken
Ts1:
En
lijk hij daar zat te vertellen<-,> dat Johan Daisne<-,> een
<weten-schap-pe-lijke>>wéten-schap-pe-lijke> geest had,
Ts2:
En
<lijk>>gelijk> hij daar zat te vertellen dat <Johan
Daisne>>johan daisne> een wéten-schap-pe-lijke geest had,
D2:
En
gelijk hij daar zat te vertellen dat <johan daisne>>Johan Daisne>
een wéten-schap-pe-lijke geest had,
D2:
<boem>>boem>
Ts1:
en
mijn jongen <ne, zei mijn vrouw>>begon te huilen en>[zetfout in
Front] al ons ruiten kletterden uit.
VW:
en
mijn jongen [ne, zei mijn vrouw]]begon te
huilen en] al ons ruiten
kletterden uit.
Ts1:
<-,>
zei mijn vrouw, en lijk zij het uitsprak<-,> was het precies of die bom
in haar gezicht-<zelf>>zèlf> zat.
Ts2
zei
mijn vrouw, en <lijk>>gelijk> zij het uitsprak was het precies of
die bom in haar gezicht-zèlf zat.
D2:
zei
mijn vrouw, en gelijk zij het uitsprak was het precies of die bom in haar
gezicht-<zèlf>>zélf> zat.
Ts2:
<Wilhelmus
Van Der Wiele>>wilhelmus van der wiele>
D2:
<wilhelmus
van der wiele>>Wilhelmus Van Der Wiele>
Ts1:
<-,>
ging <verder met>>vertell verder[?]> vertellen<-,>
Ts2:
ging
<vertell verder[?]>verder met> vertellen
Ts1:
dat
Johan Daisne<-,> Russisch kende<.>>,> <Och>>och><-,>
loop schijten met uw Johan Daisne<-,> zei mijn vrouw,
<als>>al>[zetfout in Front] ons ruiten zijn uit,
Ts2:
dat
<Johan Daisne>>johan daisne> <Russisch>>russisch>
kende<,>>...> och loop schijten met uw <Johan
Daisne>>johan daisne> zei mijn vrouw, al ons ruiten zijn uit,
D2:
dat
<johan daisne>>Johan Daisne> <russisch>>Russisch>
kende... och loop schijten met uw <johan daisne>>Johan Daisne> zei
mijn vrouw, al ons ruiten zijn uit,
VW:
[als]]al] ons ruiten zijn uit,
Ts1:
<-,>
en daar stond de straat overhoop<-,> en daar liep <iemand>>de
Koningin> eveneens rond
Ts2:
en
daar stond de straat overhoop en daar liep <de Koningin>>een
buurvrouw> eveneens rond
Ts2:
uit
waren<,>>...>
Ts1:
<-,>
en gezegd<-:> ‘<ons>>óns> ruiten’<-,> terwijl het ons ruiten waren<.>>?>
Ts2:
en
gezegd ‘óns ruiten’ terwijl het ons
ruiten waren<?>>.>
D2:
en
gezegd ‘óns ruiten’ terwijl het <ons>>ons>
ruiten waren.
Ts1:
[-
nieuwe alinea] Wij
<sliepen>>liepen> [zetfout in Front] boven
VW:
Wij [sliepen]]liepen]
boven
Ts1:
<-,>
en tussen de draperie en het raam<-,> stak een bult<.>>,>
<Wie>>wie> zit daar,
Ts2:
en
tussen de <draperie>>gordijnen> en het raam stak een bult, wie zit
daar,
D2:
en
tussen de gordijn<-en> en het raam stak een bult<,>>...> wie
zit daar,
p.61
Ts1:
<-,>
en ze hefte aan een tip van de draperie<-.> <En>>en> het was
Ts2:
en
ze hefte aan een tip van <de draperie>>het gordijn> en het was
D2:
en
ze hefte aan een tip van <het>>de> gordijn en het was
Ts1:
,
<zoodat>>zodat> <men>>de Koningin> op straat begon te
gillen<-:> weer een bom, weer een <bom>>bóm>.
Ts2:
<,>>...>
zodat <de Koningin>>de buurvrouw> op straat begon te
gillen<+:> weer een bom, weer een bóm.
Ts1:
<snachts>>s’nachts><-,>
als wij in ons bed lagen<-,>
D1:
<s’nachts>>snachts>
als wij in ons bed lagen
D2:
<snachts>>’s
nachts> als wij in ons bed lagen
Ts1:
<Daar>>daar>
valt een bom
Ts1:
<Ik>>IK>
[typefout]
Ts2:
<IK>>Ik>
Ts1:
<Zij>>ZIJ>
[typefout]
Ts2:
<ZIJ>>Zij>
Ts1:
<Ik>>IK>:
of een leesbibliotheek<-?> En onze jongen<-,>
Ts2:
<IK>>Ik>:
of een leesbibliotheek<+.> En onze jongen
Ts1:
ja<-,>
<pa>>Pa>, en kinderboeken<-,> Zozo aan de Noordpool. [-
nieuwe alinea]
Ts2:
ja
<Pa>>pa>, en kinderboeken<+,> <Z>>z>ozo aan de
<N>>n>oordpool.
D2:
ja<+,>
<pa>>Pa>, en kinderboeken<-,> <zozo aan de
noordpool>>Zozo Aan De Noordpool>.
Ts1:
<-,>
lijk de kabelballon van Zellick<-,> die de ene dag werd
opgelaten<-,> en de andere dag weer werd <o+i>ngetrokken.
Ts2:
<lijk>>gelijk>
de kabelballon van <Z>>z>ellick<+,> die de ene dag werd
opgelaten en de andere dag weer werd ingetrokken.
D2:
gelijk
de kabelballon van <z>>Z>ellick<-,> die de ene dag werd
opgelaten en de andere dag <- weer> werd ingetrokken.
Ts1:
[-
nieuwe alinea] Maar met Johan
Rilke te komen<-,> hing zij daar <zoo>>zo> dicht<-,>
Ts2:
Maar
met <Johan Rilke>>johan rilke> te komen hing zij daar zo dicht
D2:
Maar
met <johan rilke>>Johan Rilke> te komen hing zij daar zo dicht
Ts2:
Johan
<Rilke>>rilke> heette geen <Johan Rilke>>johan rilke>,
D2:
Johan
<rilke>>Rilke> heette geen <johan rilke>>Johan Rilke>,
Ts1:
<-,>
lijk gij en ik<-,> en verder<-,>
Ts2:
<lijk>>gelijk>
gij en ik en verder
D2:
gelijk
gij en ik<+,> en verder
Ts1:
<Het>>het>
was trouwens <daar>>dààr> dat ik hem <had
leeren>>leerde> kennen<-,> lijk ik er was heengegaan<-,>
Ts2:
het
was trouwens dààr dat ik hem leerde kennen<+,> <lijk>>gelijk>
ik er was heengegaan
D2:
het
was trouwens <dààr>>daar> dat ik hem leerde kennen<-,> gelijk
ik er was heengegaan
Ts1:
<H>>h>ij
sprak over moderne romans<-,> en Griekse treurspelen<-,> en
middeleeuws<+e> <- toneel, en het Russisch ballet, en de laatste
Amerikaanse> gedichten, och<-,>
Ts2:
hij
sprak over moderne romans en <G>>g>riekse treurspelen en
middeleeuwse gedichten, och
D2:
hij
sprak over moderne romans en <g>>G>riekse treurspelen en
middeleeuwse gedichten<,>>...> och
D2:
over
wat hij <‘niet’>>niét> sprak
Ts1:
<-,>
of hij moest ondertuss<-ch>en gremellachen...
Ts1:
zodat
ik mij <+ eigenlijk> afvroeg wat hij <- eigenlijk> goed
vond<-,> buiten de gedichten van Johan Rilke <zèlf>>zelf>
Ts2:
zodat
ik mij eigenlijk afvroeg wat hij goed vond buiten de gedichten van <Johan
Rilke>>johan rilke> zelf
D2:
zodat
ik mij eigenlijk afvroeg wat hij goed vond buiten de gedichten van <johan
rilke>>Johan Rilke> <zelf>>zélf>
VW:
[zèlf]]zélf]
[VW: Accenten die de functie hebben om woorden te
benadrukken zijn veranderd in accents aigues.]
Ts1:
<het>>mijn>
voorhoofd
Ts1:
<-,>
want al de namen die hij aangehaald had<+,> warrelden door mijn
kop<-,>
Ts2:
<+,>
want al de namen die hij aangehaald had, <warrelden>>dwarrelden>
door mijn kop
D2:
,
want al de namen die hij aangehaald had<-,>
<dwarrelden>>warrelden> door mijn kop
Ts2:
<lijk>>gelijk>
krankzinnigen
D1:
Hij
<wrat>>vrat> zijn eigen zenuwen op,
[front
en Ts, spelling ‘wrat’]
Ts1:
en
gelijk hij onder het vertellen<-,> zijn bril om en weer schoof<-,>
en met zijn handen werkte<-,>
Ts2:
en
<lijk>>gelijk> hij onder het vertellen zijn bril om en weer
schoof<+,> en met zijn handen werkte<+,>
D2:
en
gelijk hij onder het vertellen zijn bril om en weer schoof<-,> en met
zijn handen werkte<-,>
Ts1:
opgebrand<-j>e
eindjes [zetfout in Fr]
VW:
opgebrand[-j]e eindjes
Ts1:
het
was om er scheel <[xxxxx]+xxxxx>[toevoeging, onmiddellijk
geschrapt] van te worden.
Ts1:
En
dat was nog niet al<,>>.> <o>>O>m een beetje rust te
krijgen,
D2:
En
dat was nog niet al<.>>,> <O>>o>m een beetje rust te
krijgen<-,>
Ts2:
de
<F>>f>ranse impressionisten, en <G>>g>oya die alleen
stond, en de <V>>v>laamse houtsnijders,
D2:
de
<f>>F>ranse impressionisten, en <g>>G>oya die alleen
stond, en de <v>>V>laamse houtsnijders,
Ts2:
de
<oorlogs-gilde>>oorlogsgilde>
D2
en
over zichzelf dat begonnen was met tekenlessen te nemen<-...>
Ts1:
niets
beter voor een schrijver<-,> dan
p.62
Ts1:
maar
hij <trok zijn>>trokzijn> contouren <nog te>>te nog> te
hard<+?>.[typefouten]
Ts2:
maar
hij <trokzijn>>trok zijn> contouren <te nog>>nog> te
hard<-?>.
Ts1:
En
<sanderendaags>>’s anderendaags><-,> vertelde hij mij...
<och, wat>>ochwat>
Ts2:
En
’s anderendaags vertelde hij mij... <ochwat>>och wat>
Ts1:
sleurde
hij mij mee<+r>[typefout]
Ts2:
sleurde
hij mij mee<-r>
Ts1:
over
wichelroede<-,> en pendel<-,> en kaartleggen<-,> en in de
lijnen van de hand te lezen<.>>,[?]> <Ge>>ge>
moet
Ts2:
over
wichelroede en pendel en kaartleggen en in de lijnen van de hand te
lezen<,>>:> ge moet daar allemaal niet mee lachen,
<en>>zei hij> in alles
D2:
over
wichelroede en pendel en kaartleggen en in de lijnen van de hand te
lezen<:>>,> ge moet daar alleme
Ts1:
daar
allemaal niet mee lachen, en in alles
Ts2:
daar
allemaal niet mee lachen, <en>>zei hij> in alles
D1:
daar
allemaal niet mee lachen, zei hij <+ en> in alles
D2:
daar
allemaal niet mee lachen, <- zei hij en> in alles
Ts1:
spiritisme<-,>
en nog eens spiritisme
Ts1:
<-.>
<O>>o><-,> ik lig <snachts>>s’nachts>
Ts2:
<+,>
o ik lig s’nachts
D1:
,
o ik lig <s’nachts>>snachts>
D2:
,
o ik lig <snachts>>’s nachts>
D2:
van
schrik<-,> zei hij,
Ts1:
waar
men <seance’s>>seances> geeft<-,> maar
Ts1:
maar
ze laten <mij>>[x]ij>[?]
Ts2:
maar
ze laten <[x]ij>>mij>
Ts1:
<.>>,>
<Ja>>ja><-,> dat zal ik zeker worden, zei hij, maar twee
dagen daarna<-,> was er een
<smalband-filmvoorstelling>>smalband-film( voorstelling>[typefout]
Ts2:
,
ja dat zal ik zeker worden, zei hij, maar twee dagen daarna was er een
smalband-film<-(>voorstelling[?]
D1:
,
ja dat zal ik zeker worden<-,> zei hij, maar twee dagen daarna was er een
smalband-film voorstelling
D2:
,
ja dat zal ik zeker worden zei hij<,>>...> maar
<twee>>2> dagen daarna was er een <smalband-film
voorstelling>>smalband-filmvoorstelling>
Ts1:
<-,>
en ginder stond hij<.>>,> <H>>h>ij had
<me>>mij> reeds lang gezien en knipoogde<-,> en wrong zich
doorheen een <groepje>>groephe>[typefout] of
<drie>>3>
Ts2:
en
ginder stond hij, hij had mij reeds lang gezien en knipoogde en wrong zich
doorheen een groep<he>>je> of 3
Ts1:
[-
nieuwe alinea]
<.>>,><Ik>>ik> zou een scenario willen
schrijven<-,> zei hij enthousiast<-,>
Ts1:
<-,>
waarin het scenario bestond<.>>,> <Een>>een> boot die
langs de Dender<-,> de fabrieksstad nadert<+,>[leesteken
ontbreekt in Fr] <Maar>>maar> wij zien niet filmisch genoeg,
Ts2:
waarin
het scenario bestond<,>>:> een boot die langs de
<D>>d>ender de fabrieksstad nadert, maar wij zien niet filmisch
genoeg,
D2:
waarin
het scenario bestond<:>>,> een boot die langs de
<dender>>Dender> de fabrieksstad nadert, maar wij zien niet
filmisch genoeg<-,>
VW:
de
fabrieksstad nadert[+.] Maar
Ts1:
<de>>een>
stilte
Ts1:
–
<En>>en> hij gremelde weeral – en onder het spreken<-,>
Ts1:
met
een boek<.>>,> <Ik>>ik> keek er naar<.>>,>
<Het>>het> was een Praktische Automobiel-leergang.
Ts2:
met
een boek, ik keek er naar, het was een <P>>p>raktische
<A>>a>utomobiel-leergang.
D1:
met
een boek, ik keek er naar, het was een <praktische>>practische>
automobiel-leergang.
D2:
met
een boek, ik keek er naar, het was een <practische automobiel-leergang>>Praktische
Automobiel-leergang>.
Ts1:
[-
nieuwe alinea] En nu, op een
goeie<-n> dag<-,> dat de ballon, pardon<-,> de
leesbibliotheek
Ts2:
En
nu, op een goeie dag dat de ballon, pardon de leesbibliotheek<+,>
D2:
En
nu, op een goeie dag dat de ballon, pardon de leesbibliotheek<-,>
Ts2:
<Johan
Rilke>>johan rilke>
D2:
<johan
rilke>>Johan Rilke>
Ts1:
[-
nieuwe alinea] Hij had juist
gezegd<-:> ik ben moe<+,> man, ik ben moe,
Ts2:
[-
nieuwe alinea] Hij had juist
gezegd<+:> ik ben moe, man, ik ben moe<,>>...>
D2:
[-
nieuwe alinea] Hij had juist
gezegd: ik ben moe<-,> man<-,> ik ben moe<...>>,>
Ts1:
Een
leesbibliotheek<+,> zei mijn vrouw,
D2:
Een
leesbibliotheek<-,> zei mijn vrouw,
Ts1:
Louis,
jongen, binnen een paar jaar zijt ge schatrijk<.>>,>
<Ik>>ik> ken
D1:
<L>>l>ouis,
jongen, binnen een paar jaar zijt ge schatrijk, ik ken
D2:
<l>>L>ouis<-,>
jongen<-,> binnen een paar jaar zijt ge schatrijk ik ken
Ts1:
<-,>
en die kan niet eens behoorlijk de vloer dweilen<-,> of zij zou het
<snachts>> s nachts>
D1:
en
die kan niet eens behoorlijk de vloer dweilen of zij zou het <s
nachts>>snachts>
Ts1:
<.>>,>
<Maar>>maar> veel pappen moet ze<.>>,>
<Altijd>>altijd> maar opnieuw boeken pappen<-,>
Ts2:
<lijk>>gelijk>
de mensen ze kapotlezen.
Ts1:
Hij
had daar ook over nagedacht<+,> om zoiets
D2:
Hij
had daar ook over nagedacht<-,> om zoiets
Ts1:
<nog>>nóg>
interessanter, de vervoerdienst ging een goudmijn worden<-,>
Ts1:
ook
<+ al> een goudmijn
p.62-63
Ts1:
<-,>
zei hij: ja, maar de vervoerdienst is dan <twee>>2> keer een
goudmijn – of een uitgeverij<-,>
Ts2:
zei
hij: ja, maar de vervoerdienst is dan 2 keer een goudmijn <–>>.>
<of>>Of> een uitgeverij
D1:
zei
hij: ja, maar de vervoerdienst is dan 2 keer een goudmijn. Of een
uitgeverij<+,>
D2:
zei
hij: ja<-,> maar de vervoerdienst is dan 2 keer een goudmijn
<.>>–> <Of>>of> een uitgeverij<-,>
p.63
Ts2:
<Hans<h+j>es
en Ivanovjes>>hansjes en ivanovjes> <-,>
D2:
<hansjes
en ivanovjes>>Hansjes en Ivanovjes>
Ts1:
een
<cow-boy verhaal>>cowboy-verhaal>
D2:
een
<halfuur>>half-uur>
Ts1:
ge
<duwt>>stikt> hen een bal of
<vijftig>>50><...>....>
Ts2:
ge
stikt hen een bal of 50...<-.>
Ts1:
Of
een filmclub<.>>,><Ge>>ge>
Ts1:
over
de <stille-filmkunst>>stille filmkunst><-,> en dan rolt ge al
die oude rommel nog eens af, man... Dat is een goudmijn<+,> zei ik.
Ts2:
over
de stille filmkunst en dan rolt ge al die oude rommel nog eens af,
<man>>man!>... Dat is een goudmijn, zei ik.
D2:
over
de <stille filmkunst>>stille-filmkunst> en dan rolt ge al die oude
rommel nog eens af, man<-!>... Dat is een goudmijn<-,> zei ik.
Ts1:
Juist<+,>
zei hij.
Ts1:
<.>>,>
<Hij>>hij> begreep alles, hij wist alles.
Ts1:
[-
nieuwe alinea] O<-,> zei
hij<-,>
Ts2:
[-
nieuwe alinea] O zei
hij<+,>
Ts1:
verdomd
nog aan toe<-,> de boeken moet onderhouden van mijn vader die in kolen
doet<...>>....>
D1:
verdomd
nog aan toede boeken moet onderhouden van mijn vader die in kolen
doet<....>>...>
Ts1:
[-
nieuwe alinea] Hij ging
weg<-,> en ik nam mij een
<aspirineke>>aspirieneke><.>>,> <Ik>>ik>
geloof dat hij ’s avonds lijk
Ts2:
Hij
ging weg en ik nam mij een aspirieneke, ik geloof dat hij ’s avonds
<lijk>>gelijk>
D1:
Hij
ging weg en ik nam mij een aspirieneke, ik geloof dat hij <’s
avonds>>savonds> gelijk
D2:
Hij
ging weg en ik nam mij een <aspirieneke>>aspirineke>, ik geloof dat
hij savonds gelijk
Ts1:
zei<+k>
ik tot mijn vrouw<.>>,><Dat>>dat> is niet
waar<-,> antwoordde <zij>>zei[??]>,[typefout]
Ts2:
zei<-k>
ik tot mijn vrouw<,>>...> dat is niet waar antwoordde <zei[??]>>zij>,
D2:
zei
ik tot mijn vrouw<- ...> <Dat>>dat> is niet waar antwoordde
zij,
Ts1:
dat
hij ’s avonds Engelse les geeft aan een collaborateur<-,> en dat hij ’s
nachts
Ts2:
dat
hij ’s avonds <E>>e>ngelse les geeft aan een collaborateur en dat
hij ’s nachts
D1:
dat
hij <’s avonds>>savonds> engelse les geeft aan een collaborateur en
dat hij <’s nachts>>snachts>
D2:
dat
hij savonds <e>>E>ngelse les geeft aan een collaborateur<+,>
en dat hij snachts
Ts1:
meeneemt
naar <+ zijn> bed<-,> omdat hij overdag
D2:
meeneemt
naar <- zijn> bed<+,> omdat hij overdag
Ts1:
[-
nieuwe alinea] Wij gingen
slapen<-,> en lijk ik mij neerlegde<-,> zei ik<-:> nu ligt
Johan Rilke de <“Zondagspost”>>Zondagpost> te lezen.
Ts2:
Wij
gingen slapen en <lijk ik mij neerlegde>>mij neerleggend> zei
ik<+:> nu ligt <Johan Rilke>>johan rilke> de
<Z>>z>ondagpost te lezen.
D2:
Wij gingen slapen en <mij neerleggend>>gelijk ik mij neerlegde> zei ik: nu ligt <johan rilke>>Johan Rilke> de <z>>Z>ondagpost te lezen.
VW:
[“Zondagspost”]]Zondagspost]
Ts1:
<-,>
terwijl ik nog aan hem lag te denken<.>>,> <En>>en>
Ts1:
[-
nieuwe alinea] De volgende dag
Ts2:
[+
handgeschreven aantekening ‘I
ander lijn’] De volgende dag
Ts2:
[eigennamen
geen hoofdletters: morris, josé, gerda, johan rilke, etc.]
D2:
[opnieuw
hoofdletters invoegen bij eigennamen]
Ts1:
die
babbelde<+,> en babbelde in <dat>>het> speciaal Brussels van
daar achter het Justitiepaleis,
Ts2:
die
babbelde, en babbelde in het speciaal <B>>b>russels van daar achter
het <J>>j>ustitiepaleis,
D1:
die
babbelde<-,> en babbelde in het speciaal brussels van daar achter het
justitiepaleis,
D2:
die
babbelde en babbelde in het speciaal
<b>>B>russels van daar achter het justitiepaleis,
Ts1:
<-,>
die men seffens uit haar koets moest pakke<j+n><-,> want
Ts1:
<zodat>>zoadat>
mijn huis [typefout]
D1:
<zoadat>>zodat>
mijn huis
Ts1:
[-
nieuwe alinea] Zij gingen voor
een dag of twee blijven<-,> en dat zouden dagen worden<-,>
Ts2:
Zij
gingen voor een dag of twee blijven<+,> en dat zouden dagen worden
D2:
Zij
gingen voor een dag of <twee>>>2> blijven<-,> en dat
zouden dagen worden
p.63-64
Ts1:
<+(>
hij aanzag mijn schrijverij als schilderwerk, en om de waarheid te zeggen, ik
aanzag het er ook voor, maar toen ik vroeger nog schilderde<-,> was ik
altijd genegen om in de natte verf beginnen woorden te schrijven, en als ik nu
aan het schrijven ben<-,> zoekt mijn pen onbewust naar de kleuren op het
palet in plaats van naar de inktpot<.>>)>
Ts2:
(hij
aanzag mijn schrijverij als schilderwerk, en om de waarheid te zeggen, ik
aanzag het er ook voor, maar toen ik vroeger nog schilderde was ik altijd
genegen om in de natte verf beginnen woorden te schrijven, en als ik nu aan het
schrijven ben zoekt mijn pen onbewust naar <- de> kleuren op het
palet<+,> in plaats van naar de inktpot)
D1:
<-(>[zetfout]
hij aanzag mijn schrijverij als schilderwerk, en om de waarheid te zeggen,
ik aanzag het er ook voor, maar toen ik vroeger nog schilderde was ik altijd
genegen om in de natte verf beginnen woorden te schrijven, en als ik nu aan het
schrijven ben zoekt mijn pen onbewust naar kleuren op het palet, in plaats van
naar de inktpot)
D2:
<+(>hij aanzag mijn schrijverij als schilder<+s>werk<-,> en om de waarheid te zeggen<-,> ik aanzag het er ook voor, maar toen ik vroeger nog schilderde was ik altijd genegen om in de natte verf beginnen woorden te schrijven, en als ik nu aan het schrijven ben zoekt mijn pen onbewust naar <+ de> kleuren op het palet<-,> in plaats van naar de inktpot)
p.64
Ts1:
[-
nieuwe alinea] <+ – >
<Maar>>maar> <zij>>wij>
D2:
<- –> maar wij
Ts1:
nog niet goed neer<-,>
D2:
nog
niet goed <- neer>
Ts1:
en
toen zaten <wij>>we> volop in de goudmijn.
D2:
en
toen zaten <we>>wij> volop in de goudmijn.
Ts1:
begon
langzaam uiteen te doen<-,> dat hij
Ts1:
zou
geweest zijn, hij begon er pas nu aan te denken<.>>,> <Hij>>hij>
begon zich in te beelden dat het voor <hem>>hèm>
Ts2:
zou
geweest zijn<,>>...> hij begon er pas nu aan te denken, hij begon
zich in te beelden dat het voor hèm
D2:
zou
geweest zijn<...>>,> hij begon er pas <nu>>nú> aan te
denken, hij begon zich in te beelden dat het voor <hèm>>hém>
Ts1:
[-
nieuwe alinea] In Brussel moet ge
vaneigen<-s>[typefout] Vlaamse en Franse boeken hebben,
Ts2:
[-
nieuwe alinea] In
<B>>b>russel moet ge vaneigen <V>>v>laamse en
<F>>f>ranse boeken hebben,
[D1
= Ts, incl. typefout ‘vaneigen’]
D2:
In
<b>>B>russel moet ge vaneigen<+s> <v>>V>laamse en
<f>>F>ranse boeken hebben<-,>
Ts1:
<+
Laat ons zeggen op de oude markt,> <L>>l>aat ons zeggen in een
veiling,
D2:
maar
dat gaat allegelijk nog <een>>eens> heel
<ka-pi-tààl>>ka-pi-téél> worden.
[fout
in D2]
VW:
[ka-pi-tààl]]ka-pi-táál]
Ts1:
,
zei hij, het is slechts zaak om <ze>>hem> daar weg te halen.
Ts2:
,
zei hij, het is slechts zaak om <hem>>hen> daar weg te halen.
D2:
<-,>
, zei hij, het is slechts zaak om hen daar weg te halen.
Ts1:
En
Morris<+,> die voor Johan Rilke
Ts2:
En
<M>>m>orris<+,> die voor <Johan Rilke>>johan
rilke>
D2:
En
<m>>M>orris<-,> die voor <johan rilke>>Johan
Rilke>
Ts2:
,
begon op zijn beurt zijn <wekkerken>>wekkertje> op te winden
D2:
<-,>
begon op zijn beurt zijn <wekkertje>>wekkerke> op te winden
Ts1:
dat
<+ hij> straks, als Johan Rilke wou weggaan<-,> en we goed en wel
over ons werk konden beginnen...
Ts2:
dat
hij straks, als <Johan Rilke>>johan rilke> <w>>z>ou
weggaan en we goed en wel over ons werk konden beginnen<-...>
D2:
dat
hij straks, als <johan rilke>>Johan Rilke> <zou>>wou>
weggaan<+,> en we goed en wel over ons werk konden beginnen<+...>
Ts2:
zou<-,>[typefout
in Ts1] ik willen geschilderd hebben<...>> – >
D2:
zou
ik willen geschilderd hebben< – >>...>
Ts2:
was
geweest< – >>.><e>>E>en uitleenbibliotheek
D2:
<vaneigens>>van
eigens>
Ts1:
alsof
<Johan Rilkes en ik>>ik en Johan Rilke><-,> lucht
waren<...>>....>
Ts2:
alsof
ik en <Johan Rilke>>johan rilke> lucht waren....
D1:
alsof
ik en johan rilke lucht waren<....>>...>
D2:
alsof
ik en <johan rilke>>Johan Rilke> lucht waren...
VW:
alsof
Johan
Rilke[-s] en ik [zetfout
in Front]
Ts1:
wat
veel interessanter zal worden<-,>
Ts2:
wat
veel interessanter zal worden<+,>
Ts1:
een
<tweedehands-boekwinkel>>tweedehandsboekwinkel>
D2:
een
tweedehandsboek<+en>winkel
Ts1:
En
lijk hij dat woord uitsprak, o<-,> het scheen wel een uur te
duren<-,>
Ts2:
En
<lijk>>gelijk> hij dat woord uitsprak, o het scheen wel een uur te
duren
Ts1:
lijk
een stuk double lait van de Côte d’Or<-,> van vóór de<-n> oorlog.
Ts2:
<lijk>>gelijk>
een stuk double lait van de <Côte d’Or>>côte d’or> van vóór de
oorlog.
D2:
gelijk een stuk double lait van de <côte d’or>>Côte-d’Or> van vóór de oorlog.
Ts1:
Dat
heeft altijd mijn droom geweest<-,> zei hij,
Ts1:
zo<-o>
een <oudeboeken-zaak>>oude boeken zaak>,
Ts2:
zo
een <oude boeken zaak>>oudeboeken-zaak>,
D1:
zo
een<+e>[zetfout in D1] oudeboeken-zaak,
D2:
zo
een<-e> oudeboeken-zaak,
Ts1:
<alles>>àlles><+,>
voor een prikje brengt men u massa’s boeken en boeken
D2:
<àlles>>álles>,
voor een prikje brengt men u massa’s boeken en boeken
Ts1:
en
dan begint ge <+ ze> te sorteren, letteren<-,> kunst
<,>>en> wetenschap<-,> mystiek<-,> – mystiek zegt hij
altijd<-,>
Ts2:
en
dan begint ge ze te sorteren, letteren<+,> kunst en wetenschap<+,>
mystiek – mystiek zegt hij altijd<+,>
D2:
en
dan begint ge ze te sorteren, letteren, kunst <en>>,> wetenschap,
mystiek – mystiek zegt hij altijd,
Ts1:
en
boeken over schilders... <- de boeken over schilders> kosten nu 3 à 400
frank!... <En>>en> de rest
D2:
en
boeken over schilders... kosten nu 3 à 400 frank<!...>>...!> en de
rest
p.64-65
Ts1:
,
verkoopt ge <- terug> voor oud papier, de mensen springen
<naar>>voor> <oud>>ou>[typefout]
papier<-,>
<-
want> met die gazetten van vandaag<-,>
Ts2:
,
verkoopt ge voor oud papier, de mensen springen voor <ou>>oud>
papier<+,> met die gazetten van vandaag
D2:
<-,>
verkoopt ge voor <oud papier>>oud-papier>, de mensen springen voor
oud papier<-,> <+ want> met die gazetten van vandaag
p.65
Ts2:
[-
nieuwe alinea, ook in Ts1] En
<lijk>>gelijk> ik <Morris>>morris> tegen mijn vrouw
bezig hoorde,
D2:
En
gelijk ik <morris>>Morris> tegen mijn vrouw bezig hoorde,
Ts1:
<Het>>het>
scheen of hij alles wist,
Ts1:
En
lijk hij dat uitsprak ‘ge kunt er u schatrijk mee maken’<-,>
Ts2:
En
<lijk>>gelijk> hij dat uitsprak ‘ge kunt er u schatrijk mee maken’
D2:
En
gelijk hij dat uitsprak ‘ge kunt <er u>>u er> schatrijk mee maken’
Ts1:
keek
zij naar mij<-,> tot ik beschaamd werd<+,>
Ts2:
keek
zij naar mij<+,> tot ik beschaamd werd,
D2:
keek
zij naar mij<-,> tot ik beschaamd werd,
Ts1:
[-
nieuwe alinea] Zij liet hem niet
losraken van dat onderwerp, zij h<yp>>[xx]>notiseerde[typefout]
hem<-,>
Ts2:
Zij
liet hem niet losraken van dat onderwerp, zij h<[xx]>>yp>notiseerde
hem
Ts1:
,
zei ik, en ik lachte wat<.>>?>[typefout]
Ts2:
,
zei ik, en ik lachte wat<?>>.>
D2:
<-,>
zei ik<-,> en ik lachte wat.
Ts1:
[-
nieuwe alinea] Hij sloot de ogen
Ts1:
een
tootje<-,> en strekte de hand uit<-,>
Ts2:
een
tootje<+,> en strekte de hand uit
D2:
een
tootje<-,> en strekte de hand uit
Ts1:
<wegvegen>>wegvagen>
[in
Ts2 vervangt de auteur de hoofdletters van eigennamen door kleine letters; D2
voegt ze opnieuw in]
Ts1:
<IK>>Ik>[zetfout
in Fr] weet massa’s oude boeken te koop liggen,
D2:
Ik
weet massa’s oude boeken te koop liggen<-,>
VW:
[IK]]Ik]
Ts1:
die
men u voor een appel en <- een> ei geeft,
D2:
die
men u voor een appel en <+ een> ei geeft,
Ts2:
En
hij kende tevens massa’s oude <J>>j>oden – hij sprak in zijn
vervoering altijd van massa’s, <lijk>>zoals> hij
D1:
En
hij kende tevens massa’s oude joden – hij sprak in zijn vervoering altijd van
massa’s, <zoals>>gelijk> hij
Ts1:
<W>>w>eet ge wat? Kom eens naar Brussel<-,> en ik zal u in <contakt>>contact> brengen met die oude boek-handelaars,
Ts2:
weet ge wat? <K>>k>om eens naar <B>>b>russel en ik zal u in contact brengen met die oude boek-handelaars,
D2:
weet ge wat? kom eens naar <b>>B>russel en ik zal u in contact brengen met die <oude boek-handelaars>>oudeboeken-handelaars>,
Ts1:
zat Johan Rilke lachend te knikken<-,>
Ts2:
zat <Johan Rilke>>johan rilke> lachend te knikken<+,>
D2:
zat <johan rilke>>Johan Rilke> lachend te knikken <-,>
Ts1:
[- nieuwe alinea] Hij somde op<-,>
Ts1:
haast al-le-mààl<--> plà-ten, gekleurde, en hij had 20 frank geboden<...>>....> dat was <teveel>>te veel><-,>
D2:
haast <al-le-mààl plà-ten>>al-le-máál pláten>, gekleurde, en hij had 20 frank geboden<....>>...> dat was te veel
VW:
[al-le-mààl- plàten]]al-le-máál pláten]
Ts1:
[- nieuwe alinea] <E>>e>n ze dachten dat ik gek was<-,> omdat
Ts1:
prulwerk<-,> vervolgde Morris.
Ts2:
prulwerk<+,> vervolgde Morris.
Ts1:
zei Rilke. [- nieuwe alinea] Ik kon er niets aan doen<-,>
Ts2:
zei <R>>r>ilke. Ik kon er niets aan doen<+,>
D2:
zei <r>>R>ilke. Ik kon er niets aan doen<-,>
Ts1:
en zij keken mij vernietigend aan<-,> omdat ik zo een blijvend onbegrip aan de dag legde<+n>[typefout]
Ts2:
en zij keken mij vernietigend aan omdat ik zo een blijvend onbegrip aan de dag legde<-n>
p.65-66
Ts1:
De verzamelde werken van Nietzsche<-,> van Swedenborg<-,> van <Kierkegaard>>Kirkengaard><-,> liggen er voor wie ze pakken wil, zei Morris
Ts2:
De verzamelde werken van <N>>n>ietzsche van <S>>s>wedenborg van <K>>k>irkengaard liggen er voor wie ze pakken wil, zei <M>>m>orris
D2:
De verzamelde werken van <n>>N>ietzsche<+,> van <s>>S>wedenborg<+,> van <kirkengaard>> Kierkegaard<+,> liggen er voor wie ze pakken wil<-,> zei <m>>M>orris
p.66
Ts1:
<,>>–> en ik heb een poosjes staan bladeren<-,> zei hij<-,> in die<-n> Swedenborg<-,>
Ts2:
– en ik heb een poosjes staan bladeren<+,> zei hij<+,> in die <S>>s>wedenborg
D2:
– en ik heb een poosjes staan bladeren<-,> zei hij, in die <s>>S>wedenborg
Ts1:
waar <ge>>gij> <me>>mij> <+ in> de laatste tijd over gesproken hebt,
Ts2:
waar <gij>>ge> mij <- in> de laatste tijd over gesproken hebt,
Ts1:
voor een psychiater<-,> die eindelijk eens wil aantonen...
Ts2:
voor een psychiater<+,> die eindelijk eens wil aantonen...
D2:
voor een psychiater<-,> die eindelijk eens wil aantonen...
Ts1:
[- nieuwe alinea] <Dat is het niet>>Dat is niet waar><-,> riep Johan Rilke<.>...>
Ts1:
Dat is niet waar riep <Johan Rilke>>johan rilke>...
D2:
Dat is niet waar riep <johan rilke>>Johan Rilke>...
Ts1:
de onoverbrugbare kloof<-,> die materialisme scheidt van occultisme.
Ts2:
de onoverbrugbare kloof die materialisme scheidt <van occultisme.>>van... van...>
Ts1:
enfin<-,> het doet er niet toe wat... was,
D2:
enfin het doet er niet toe <wat>>wát>... was,
Ts1:
waren de dingen die <hij begreep>>bestónden>, een <meisje in het blauw>>meisje-in-het-<b+l>auw><-,>
[b en l over elkaar getypt]
Ts2:
waren de dingen die bestónden, een meisje-in-het-<b+lauw>>blauw>
Ts1:
enzovoort<...>>,> <E>>e>n de dingen die voor Johan Rilke
Ts2:
enzovoort<,>>...> en de dingen die voor <Johan Rilke>>johan rilke>
D2:
enzovoort<...>>,> en de dingen die voor <johan rilke>>Johan Rilke>
Ts1:
<-,> waren de dromen van Swedenborg en de magie der Egyptenaren en de wijsheid van Laotse.
Ts2:
waren de dromen van <S>>s>wedenborg en de magie der <E>>e>gyptenaren en de wijsheid van <L>>l>aotse.
D2:
waren de dromen van <s>>S>wedenborg en de magie der <e>>E>gyptenaren en de wijsheid van <l>>L>aotse.
Ts1:
[- nieuwe alinea] Lachend<+e><-,> herinnerde ik Morris aan de betonplaten, lachend
Ts2:
Lachende herinnerde ik <M>>m>orris aan de betonplaten, lachend
D1:
Lachende herinnerde ik morris aan de betonplaten<,>>.> <l>>L>achend
D2:
Lachend<-e> herinnerde ik <m>>M>orris aan de betonplaten<.>>,> <L>>l>achend
Ts1:
dat alles niet <zomaar>>zómaar> koek en deeg is
Ts1:
[- nieuwe alinea] Maar één ding<-,> zei Morris, als ge die oude boeken wilt kopen<-,> moet ge om... om... – en hij zocht naar een uur waarop het menselijker-wijze-gesproken reeds mogelijk was om boeken te verkopen, maar dat er toch zo bij het uitspreken uit zag alsof het midden in de nacht was – om 7 uur reeds daar zijn of anders is het allemaal verkocht. En als ge aan het inkopen zijt<-,>
Ts2:
Maar één ding zei <M>>m>orris, als ge <- die oude boeken wilt kopen moet ge om... om... – en hij zocht naar een uur waarop het menselijker-wijze-gesproken reeds mogelijk was om boeken te verkopen, maar dat er toch zo bij het uitspreken uit zag alsof het midden in de nacht was – om 7 uur reeds daar zijn of anders is het allemaal verkocht. En als ge> aan het inkopen zijt
D2:
Maar één ding zei <m>>M>orris, als ge <+ die oude boeken wilt kopen moet ge om... om... – en hij zocht naar een uur waarop het <menselijker-wijze>>menselijkerwijze>-gesproken reeds mogelijk was om boeken te verkopen, maar dat er toch<+,> zo bij het uitspreken<+,> <uit zag>>uitzag> alsof het midden in de nacht was – om 7 uur reeds daar zijn of anders is het allemaal verkocht. En als ge> aan het inkopen zijt
Ts1:
moogt ge niet aarzelen<.>>,> <G>>g>rijpen, grijpen, grijpen<-,>
Ts2:
moogt ge niet aarzelen, grijpen<-,> grijpen<-,> grijpen<+,>
Ts1:
<“Les désastres de la guerre”>>Les Désastres de la Guerre> van Goya, en hij aarzelde<,>
Ts2:
<Les Désastres de la Guerre>>les désastres de la guerre> van <G>>g>oya, en hij aarzelde
D2:
<les désastres de la guerre>>Les Désastres de la Guerre> van <g>>G>oya, en hij aarzelde
VW:
[“Les
désastres de la guerre”]]Les désastres de la guerre]
Ts1:
hij was er 14 dagen ziek van geweest<.>>?>[typefout]
Ts2:
hij was er 14 dagen ziek van geweest<?>>.>
Ts1:
[- nieuwe alinea] En ik herinnerde mij<-,>
Ts2:
<“Justine”>>justine> van <Markies de Sade>>markies de sade> geweest, en toen was hij een hèle maand ziek geweest.
D2:
<justine>>Justine> van <markies de sade>>Markies De Sade> geweest, en toen was hij een <hèle>>héle> maand ziek geweest.
VW:
[“Justine”]]Justine] van Markies de Sade geweest, en toen was hij een [hèle]]héle] maand ziek geweest.
D2:
O<-,> ik begreep
Ts1:
net als Swedenborg en baron von <Munchhausen>>MUNCHHAUSEN><-,> zullen we zeggen,
Ts2:
net als <S>>s>wedenborg en baron von <MUNCHHAUSEN>>munchhausen zullen we zeggen,
D2:
net als <s>>S>wedenborg en baron <von munchhausen>>Von Münchhausen> zullen we zeggen,
p.66-67
Ts1:
[- nieuwe alinea] Toen werden de pisdoeken weer ingepakt<-,> en de kleine Gerda in haar koets gelegd<-,> en stapten <zij>>ze> allen op naar de tram<.>>,> [- nieuwe alinea] <M>>m>ijn vrouw riep hen na<-:>
Ts2:
Toen werden de pisdoeken weer ingepakt en de kleine <G>>g>erda in haar koets gelegd en stapten ze allen op naar de tram, mijn vrouw riep hen na<+:>
D2:
Toen werden de pisdoeken weer ingepakt en de kleine <g>>G>erda in haar koets gelegd en stapten ze allen op naar de tram, mijn vrouw riep hen na:
p.67
Ts1:
<Ge>>ge> kunt <mij>>me> deze week verwachten, want ik zal een partij boeken komen inslaan<-.> <Hou>>hou> gij alvast een oogje in het zeil<-,> en leg beslag op alles wat gij vinden kunt<.>>,> <Op alles>>op àlles><-,> hoort ge!
Ts1:
ge kunt me deze week verwachten, want ik zal een partij boeken komen inslaan<+,> hou gij alvast een oogje in het zeil en leg beslag op alles wat gij vinden kunt<,>>...> op àlles<+,> hoort ge!
D2:
ge kunt me deze week verwachten<-,> want ik zal een partij boeken komen inslaan, hou gij alvast een oogje in het zeil en leg beslag op alles wat gij vinden kunt... op àlles<-,> hoort ge!
Ts1:
[- nieuwe alinea] Zij knikten en verdwenen achter de hoek van de straat. [- nieuwe alinea] <Drie>>3> dagen liep mijn vrouw zo zenuwachtig als een kiek die een ei gaat leggen<.>>,> <Nu>>nu> eens haar geld bij elkaar zoekend<-,>
Ts1:
en dan weer alles in de kast stoppend<-,>
Ts2:
en dan weer alles in de kast stoppend<+,>
Ts1:
de beide <- uitgespreide> handen vóór de gesloten lade houdend<-,>
D2:
de beide handen vóór de gesloten lade houdend<+,>
Ts1:
[- nieuwe alinea] Ze liep steeds
Ts1:
en het eten<-,> <snoenens>>’s noenens><-,>
Ts2:
en het eten ’s noenens<+,>
D2:
en het eten <’s noenens>>snoenens>,
Ts1:
[+ nieuwe alinea] Iedere dag<-,> liet ze zich opnieuw in slaap wiegen
D2:
[- nieuwe alinea] Iedere dag liet ze zich opnieuw in slaap wiegen
Ts1:
<tegenlaakte>>tegenslaakte> [zetfout in
Front]
VW:
[tegenlaakte]]tegenslaakte]
Ts1:
<-,> zoals Van de Woestijne zegt.
Ts2:
zoals <Van de Woestijne>>van de woestijne> zegt.
D2:
zoals <van de woestijne>>Van De Woestijne> zegt.
Ts1:
zij sprak Frans Waeterman aan<-,> die zoals ze zei
Ts2:
zij sprak <F>>f>rans <W>>w>aeterman aan die zoals ze zei
D2:
zij sprak <f>>F>rans <w>>W>aeterman aan die<+,> zoals ze zei<+,>
Ts1:
in vlam en vuur <wou>>wóú> laten zetten,
D1:
in vlam en vuur <wóú>>wóu> laten zetten,
D2:
in vlam en vuur <wóu>>wóú> laten zetten,
Ts1:
<-,> dan ja en amen knikken.
Ts1:
<-,> luisterde hij met <- zijn> één oor,
Ts1:
zijn rechter, want hij was <- wat> doof aan de <linkerkant>>rechterkant>,
Ts2:
zijn <rechter>>linker>, want hij was <+ wat> doof aan de rechterkant,
D1:
zijn linker<-,> want hij was wat doof aan de rechterkant,
D2:
zijn <linker>>rechter><+,> want hij was wat doof aan de <rechterkant>>linkerkant>,
Ts1:
en knikte en antwoordde met de plechtige ernst die hem <aan>>en> al zijn doeningen eigen was.
D2:
en <+ hij> knikte en antwoordde met de plechtige ernst die hem en al zijn doeningen eigen was.
Ts1:
<-,> waar de zaak op aankwam<,>>–> en hij <kon>>kón> in het lang en in het breed uitweiden,
D2:
geloof mij gerust<,>>...>
Ts1:
<-,> lijk hij om naar<+r>[typefout] Londen te gaan<-,>
Ts2:
lijk hij om naar<-r> <L>>l>onden te gaan
D2:
<lijk>>gelijk> hij om naar <l>>L>onden te gaan
Ts1:
eerst het Hymalay<a>>e>-gebergte overtrok, en hij zag soms op de duur zelf
Ts2:
eerst het <H>>h>ymalaye-gebergte overtrok<,>>.> <en>>En> hij zag soms op de duur zelf
D2:
eerst het <hymalaye-gebergte>>Himalaja-gebergte> overtrok<.>>,> <En>>en> hij zag soms op de duur <zelf>>zélf>
Ts1:
hij begon over een schilderij<-,> en ondertussen ook over zijn broer die een muzikant was<-,> en die hem eens een dagblad had gegeven op een <Z>>z>aterdag
Ts2:
<,>>...> neen, het was een <Z>>z>ondag, of was het <toch>>tóch> een <Z>>z>aterdag?<+...>
D2:
<...>>,> neen<-,> het was een zondag, of was het tóch een zaterdag?<-...>
Ts1:
<En>>en> als hij
Ts2:
noch <Z>>z>aterdag noch <Z>>z>ondag, maar integendeel <M>>m>aandag was geweest,
D2:
noch zaterdag noch zondag, maar integendeel <maandag>>máándag> was geweest
Ts1:
dan keek hij op<-,> en zweeg, zweeg<.>>,>
Ts2:
dan keek hij op en zweeg, zweeg<,>>...>
Ts1:
[- nieuwe alinea] <Ja>>ja> over wat was ik eigenlijk bezig<-,> vroeg hij dan...
Ts2:
ja over wat was ik eigenlijk bezig vroeg hij dan<...>> – >
D2:
ja over wat was ik eigenlijk bezig vroeg hij dan< – >>...>
p.68
Fr: [4-5-1947]
Korte Inhoud
Dit verhaal behandelt een personage dat in de ik-vorm vertelt hoe het op de gedachte kwam een uitleen-bibliotheek te beginnen. Na het vóór en tegen te hebben besproken met zijn vrouw, wordt de mening van een zekere Frans Waeterman gevraagd.
[korte inhoud voor de Front-lezer, niet in de boekversies, ook niet in VW]
Ts1:
[- nieuwe alinea] Hij was altijd fabrieksjongen geweest
Ts1:
en daarom was hij lid geworden van de <s>>S>ocialistische volksboekerij<-,> en rondganger voor de <studie-kring>>studiekring> Emile Moyson<-,> en een zeer gewillige leerling aan de avondschool, tot hij <- almeteens ontdekte dat> ergens zeer diep in hem...
Ts2:
en daarom was hij lid geworden van de <S>>s>ocialistische volksboekerij en rondganger voor de studiekring <E>>e>mile <M>>m>oyson en een zeer gewillige leerling aan de avondschool, tot hij ergens zeer diep in hem...
D2:
en daarom was hij lid geworden van de <s>>S>ocialistische volksboekerij en rondganger voor de studiekring <emile moyson>>Emile Moyson> en een zeer gewillige leerling aan de avondschool, tot hij ergens zeer diep in hem...
Ts1:
<ja>>Ja>, hoe moest hij het zeggen... enfin<-,>
D2:
<Ja>>ja><-,> hoe moest hij het zeggen... enfin
Ts1:
<-,> lijk een maagd was
Ts2:
<lijk>>gelijk> een maagd was<+,>
D2:
gelijk een maagd was<-,>
Ts1:
<-,> kreeg een nooit-geweten eerbied voor studenten-in-de-Germaanse<-,> die in paddestoel-tijd-schriften
Ts2:
<+,> kreeg een nooit-geweten eerbied voor studenten-in-de-<G>>g>ermaanse die in paddestoel-<tijd-schriften>> tijdschriften>
D2:
<-,> kreeg een nooit-geweten eerbied voor studenten-in-de-<g>>G>ermaanse, die in paddestoel-tijdschriften
Ts1:
<-,> en zei <- dan> tot zichzelf<-:>
Ts1:
‘<D>>d>at is nu Johan Rilke’<-,> terwijl ondertussen zijn harteken stond te trillen lijk
Ts2:
‘dat is nu <J>>j>ohan <R>>r>ilke’ terwijl ondertussen zijn harteken stond te trillen lijk
D2:
‘dat is nu <j>>J>ohan <r>>R>ilke’ terwijl ondertussen zijn harteke<-n> stond te trillen <lijk>>gelijk>
Ts1:
Hij ging naar zijn <tasje>>jasje><-,> en haalde deemoedig zijn gedichten te voorschijn<-,>
D2:
niet kon vastgenageld worden<+...>
Ts1:
en dat die nachtwaker<-,> die iedere keer opnieuw de
stilte verkrachtte<-,> alsof het een maagd was...
Ts2:
en dat die nachtwaker<+,> die iedere keer opnieuw de stilte verkrachtte<-,> alsof het een maagd was...
Ts1:
<heu>>hei>[typefout]<... geen ...>>..... geen.....>
Ts2:
<hei>>heu> ..... geen.....
D1:
heu<..... geen.....>>... geen...>
Ts1:
[- nieuwe alinea] Hij knikte en veranderde het<-,> en liet zich boeken opsolferen<-,> waarin uitgelegd werd<+t> hoe...
Ts2:
Hij knikte en veranderde het<+,> en liet zich boeken opsolferen waarin uitgelegd werdt hoe...
D2:
Hij knikte en veranderde het<-,> en liet zich boeken opsolferen waarin uitgelegd <werdt>>wordt> hoe...
Ts1:
<-,> lijk het water uit de bron<-,>
Ts2:
<lijk>>zoals> het water uit de bron<+,>
D2:
<zoals>>gelijk> het water uit de bron<-,>
Ts1:
komt <zitten, ben>>zittenben>[typefout] ik altijd genegen
Ts2:
komt <zittenben>>zitten ben> ik altijd genegen
Ts1:
<-,> want hij is zo gevoelig als een meisje.
Ts1:
Hij begrijpt <niet dat>>nietdat>[typefout]
Ts2:
Hij begrijpt <nietdat>>niet dat>
Ts1:
voor wie een waarachtig<+e> dichter is<.>>,> Van Gogh schilderde gras,
Ts2:
voor wie een waarachtige dichter is, <Van Gogh>>van gogh> schilderde gras,
D2:
voor wie een waarachtige dichter is, <van gogh>>Van Gogh> schilderde gras,
Ts1:
en Goya de verschikkingen van de oorlog<-,> en Renoir<-,> vrouwen<-,>
Ts2:
en <G>>g>oya de verschikkingen van de oorlog en <R>>r>enoir vrouwen
D2:
en <g>>G>oya de verschikkingen van de oorlog en <r>>R>enoir vrouwen
Ts1:
lit<+t>eratuur [2x]
D2:
lit<-t>eratuur [2x]
Ts1:
en hij begrijpt nog veel minder<-,>
Ts1:
pissen <en>>of> kakken
Ts1:
<-,> moet gezegd worden<-,> dat hij <begonnen is>>was begonnen> met boeken te verkopen,
Ts2:
<+,> moet gezegd worden dat hij was begonnen met boeken te verkopen,
D2:
<-,> moet gezegd worden dat hij <was begonnen>>begonnen is> met boeken te verkopen,
Ts1:
voor een <intrest>>interest>... voor een veel te kleine <intrest>>interest>
D2:
voor een <interest>>intrest>... voor een veel te kleine <interest>>intrest>
p.68-69
Ts1:
5%<+,> zodat hij dus aan een boek van 50 <frank>>Fr.>, <2,50 frank>>2.50 Fr.> verdient<-,> wat een echte<+r>[typefout] schande is.
Ts2:
5%, zodat hij dus aan een boek van 50 <Fr.>>fr.>, 2.50 <Fr.>>fr.> verdient<+,> wat een echte<-r> schande is<.>>...>
D2:
5%, zodat hij dus aan een boek van <50 fr., 2.50fr.>>50 fr. 2,50 fr.> verdient, wat een echte schande is<.>>...>
Ts1:
[- nieuwe alinea] En het is <+ bij hem> vanzelfsprekend ook <- bij hem>
Ts2:
niet <lijk>>gelijk> bij <M>>m>orris,
D2:
niet gelijk bij <m>>M>orris,
Ts1:
om in die oude boeken te kunnen <wroeten>>wroetelen>
Ts2:
om in die oude boeken te kunnen <wroetelen>>wroeten>
Ts2:
en niet <lijk>>gelijk> bij <Johan Rilke>>johan rilke>,
D2:
en niet gelijk bij <johan rilke>>Johan Rilke>,
Ts1:
die er slechts een goudmijn in ziet<...>>.....>
D1:
die er slechts een goudmijn in ziet<.....>>...>
Ts1:
beginnen met Courts-Mahler<-,> en eindigen met Goethe, en hij dweept met Goethe<-,> waarom<-,> weet ik niet. Alhoewel
Ts2:
beginnen met <C>>c>ourts-<M>>m>ahler en eindigen met <G>>g>oethe<,>>.> <en hij>>Hij> dweept met <G>>g>oethe waarom weet ik niet<.>>...> <A>>a>lhoewel
D2:
beginnen met <c>>C>ourts-<m>>M>ahler en eindigen met <g>>G>oethe<.>>,> <Hij>>en hij> dweept met <g>>G>oethe waarom weet ik niet<...>>.> <a>>A>alhoewel
Ts2:
want hij is een vriend geweest van
<B>>b>en><.>...>
D1:
want hij is een vriend geweest van <ben>>jan>...
D2:
want hij is een vriend geweest van <jan>>Ben>...
[in D1 wordt ‘Ben’ overal vervangen door ‘jan’; in D2
is het opnieuw ‘Ben’]
Ts1:
[- nieuwe alinea] En ik had eens <+ iets> geschreven over iemand die achterovergeleund op een stoel tegen de straatmuur<-,>
Ts2:
<En>>en> ik had eens iets geschreven over iemand die achterovergeleund op een stoel tegen de straatmuur
Ts1:
en toen Ben dat las<-,>
Ts2:
en toen <B>>b>en dat las
D1:
en toen <Ben>>jan> dat las
D2:
en toen <jan>>Ben> dat las
Ts2:
<G>>g>oethe heeft dat ook geschreven
D2:
<g>>G>oethe heeft dat ook geschreven
Ts1:
En Goethe is dus ongelooflijk, zegt Frans Waeterman, <on-ge-loof-lijk>>on-gelóóflijk>.
Ts2:
En <G>>g>oethe is dus ongelooflijk, zegt <Frans Waeterman>>frans waeterman>, on-gelóóflijk.
D2:
En <g>>G>oethe is dus ongelooflijk<-,> zegt <frans waeterman>>Frans Waeterman>, <on-gelóóflijk>>on-ge-lóóf-lijk>.
Ts1:
wat Goethe reeds allemaal gezegd heeft<...>>....>
D1:
wat <G>>g>oethe reeds allemaal gezegd heeft<....>>...>
D2:
wat <g>>G>oethe reeds allemaal gezegd heeft...
Ts2:
<- zodat ge uw papieren zoudt willen in het cabinet gaan hangen, want het is toch nutteloos van iets nieuws te willen zeggen... en> zodat ge <- langs de andere kant> schrik krijgt van tot <F>>f>rans <W>>w>aeterman
D2:
<+ zodat ge uw papieren zoudt willen in het cabinet hangen, want het is toch nutteloos van iets nieuws te willen zeggen... en> zodat ge <+ langs de andere kant> schrik krijgt van tot <f>>F>rans <w>>W>aeterman
D2:
<-,> dit of dat heb ik nog niet gelezen,
Ts1:
een uur of <vier>>4>
Ts1:
een kort verhaal uit <-“>Sterren en Strepen<-”> van William Saroyan verteld,
Ts2:
een kort verhaal uit <Sterren en Strepen>>“sterren en strepen”> van <W>>w>illiam <S>>s>aroyan verteld<,>>...>
D2:
een kort verhaal uit <“sterren en strepen”>>Sterren En Strepen> van <william sarayon>>William Saroyan> verteld<...>,>
VW:
[“Sterren en Strepen”]]Sterren en Strepen]
Ts1:
<-,> toen mijn vrouw buitenging om Gaston naar huis te leiden<-,>
Ts2:
toen mijn vrouw buitenging om <G>>g>aston naar huis te leiden
D2:
toen mijn vrouw buitenging om <g>>G>aston naar huis te leiden
Ts1:
en van ons huis<+t>[typefout] tot aan het huis van Gaston
Ts2:
en van ons huis<-t> tot aan het huis van <G>>g>aston
D2:
en van ons huis tot aan het huis van <g>>G>aston
Ts1:
is het <drie>>3> kwartuurs gaan, gaan en keren<-,> en vane<n+i>gens nog een tijd staan babbelen, en toen zij terugkwam<-,> eindigde hij <h+j>uist met vertellen.
D1:
is het 3 <kwartuurs>>kwartiers> gaan, gaan en keren en vaneigens nog een tijd staan babbelen, en toen zij terugkwam eindigde hij juist met vertellen.
D2:
is het 3 <kwartiers>>kwartuurs> gaan, gaan en keren en <vaneigens>>van eigens> nog een tijd staan babbelen, en toen zij <terugkwam>>terug kwam> eindigde hij juist met vertellen.
Ts1:
[- nieuwe alinea] Ja<-,> zegt mijn vrouw, ik
heb het ook<+[x]>[typefout] al gelezen, uit schrik dat hij
zich <+ zal> in gang zetten<.>>?>[typefout]
Ts2:
Ja zegt mijn vrouw, ik heb het ook<-[x]> al gelezen, uit schrik dat hij zich zal in gang zetten<?>>.>
VW:
Ja, zegt mijn vrouw, ik heb het ook al gelezen, uit schrik dat hij zich [+ zal] in gang zetten.
Ts1:
<en>>of> ze desnoods te pappen en terug in te binden als ze kapotgelezen zijn,
Ts2:
of ze desnoods te pappen en terug in te binden als ze kapotgelezen zijn<,>>...>
D2:
<of>>en> ze desnoods te pappen en terug in te binden als ze kapotgelezen zijn<...>>,>
D2:
ik verafschuw boeken<-,> ttz. <dàt>>dát> wat er al binnen in staat.
Ts1:
[- nieuwe alinea] Er is maar <één>>een> boek dat mij interesseert<-,> en dat is het <-“><Lherbuch>>Lehrbuch>[zetfout in Fr] Der Geisteskrankheiten<-”><-,> van Bumke<.>>,> <D>>d>aar staat alles in<-,> wat er te weten is,
Ts2:
Er is maar een boek dat mij interesseert en dat is het <Lehrbuch Der Geisteskrankheiten>>lehrbuch der geisteskrankheiten> van <B>>b>umke, daar staat alles in wat er te weten is<,>>...>
D2:
Er is maar <een>>i> boek dat mij interesseert en dat is het <lehrbuch der geisteskrankheiten>>Lehrbuch Der Geisteskrankheiten> van <b>>B>umke, daar staat alles in wat er te weten is<...>>,>
VW:
[ “Lherbuch
Der Geisteskrankheiten”]]Lehrbuch Der Geisteskrankheiten]
p.70
Ts1:
lees de bijbel<-,> dat toch het boek der boeken is<-,> zeggen ze, en ge zult het niet begrijpen<-,>
Ts1:
alhoewel dokter Paps<+,> de jonge, de psychiater<n+,> mij gezegd heeft dat het te omslachtig <w+>is,
Ts2:
alhoewel dokter <P>>p>aps, de jonge, de psychiater, mij gezegd heeft dat het te omslachtig is,
D2:
alhoewel dokter <p>>P>aps, de jonge, de psychiater, mij gezegd heeft dat het te omslachtig is<,>>...>
Ts1:
om de gekken te leren kennen<+,>
Ts2:
om de gekken te leren kennen<-,>
Ts1:
[- nieuwe alinea] Als Jezus-Christus tot de boze <spreekt = xxxxxxx>[toevoeging wordt onmiddelijk geschrapt] geest in een zwakzinnige zegde<‘>>,> ga uit van deze mens en verstom<-’>, dan is dat een bewijs<-,> dat men reeds over 2000 jaar<-,> wist
Ts2:
Als <Jezus-Christus>>jezus-christus> tot de boze geest in een zwakzinnige zegde, ga uit van deze mens en verstom, dan is dat een bewijs dat men reeds over 2000 jaar wist
D2:
[- nieuwe alinea] Als <jezus-christus>>Jezus-Christus> tot de boze geest in een zwakzinnige zegde<,>>:> ga uit van deze mens en verstom<,>>...> dan is dat een bewijs dat men reeds over 2000 jaar wist
Ts1:
en dan vraagt ge u af <waarop>>waarom> men tot in 1900 gewacht heeft om dat toe te passen.
Ts1:
[- nieuwe alinea] Maar<-,> ik verwijt Frans Waeterman <- dingen>[typefout] <-,>
Ts2:
Maar ik verwijt <Frans Waeterman>>frans waeterman> <+ dingen>
D2:
[- nieuwe alinea] <+ – > Maar ik verwijt <frans waeterman>>Frans Waeterman> dingen
Ts1:
met dit verschil<-,> dat ik mij soms nog herinner waar ik eigenlijk heen wou,
Ts2:
met dit verschil dat ik mij soms nog herinner waar ik eigenlijk heen wou<,>>...>
D2:
met dit verschil dat ik mij soms nog herinner waar ik eigenlijk heen wou<...>>,>
Ts2:
<Frans Waeterman>>frans waeterman>
D2:
<frans waeterman>>Frans Waeterman>
Ts1:
<-,> dat een leesbibliotheek een zaak was <lijk>>gelijk> een andere,
Ts1:
Vanaf dat ogenblik<-,> begon <zij>>ze> rustiger te worden, <zij>>ze> woelde niet meer zo erg
D2:
Vanaf dat ogenblik begon ze rustiger te worden,
<ze>>zij> woelde niet meer zo erg
Ts1:
[- nieuwe alinea] Wij gaan een leesbibliotheek beginnen<-,> zei ze tot Ben en <Marcel>>Marcelleken><-,> die het al wisten<-,>
Ts2:
Wij gaan een leesbibliotheek beginnen zei ze tot <B>>b>en en <Marcelleken>>marcelleke> die het al wisten<+,>
D1:
Wij gaan een leesbibliotheek beginnen zei ze tot <ben>>jan> en marcelleke die het al wisten,
D2:
[- nieuwe alinea] Wij gaan een leesbibliotheek beginnen zei ze tot <jan en marcelleke>>Ben en Marcelleke> die het al wisten,
[In Ts wordt ‘Marcel’ vervangen door ‘marcelleke’; in D1 wordt ‘Ben’ vervangen door ‘jan’; in D2 wordt ‘jan’ opnieuw ‘Ben’ en wordt ‘marcelleke’ ‘Marcelleke’ (met hoofdletter dus!)]
Ts1:
Ben en <Marcel>>Marcelleken> droomden er van<-,> <- om> ergens een kring, een salon, een club te stichten<-,> waar over alles en nog wat<-,> ging gedisku<ss>>s>ieerd worden, zoals ze zegden,
Ts2:
<B>>b>en en <Marcelleken>>marcelleke> droomden er van ergens een kring, een salon, een club te stichten waar over alles en nog wat ging <gediskusieerd>>gediscussieerd> worden<,>>...> zoals ze zegden<,>>...>
D1:
<ben>>jan> en marcelleke droomden er van ergens een kring, een salon, een club te stichten waar over alles en nog wat ging gediscussieerd worden... zoals ze zegden...
D2:
<jan en marcelleke>>Ben en Marcelleke> droomden er van ergens een kring<-,> een salon<-,> een club te stichten waar over alles en nog wat ging gedis<c>>k>ussieerd worden<-...> zoals ze zegden<...>>,>
Ts1:
waar België zich eindelijk eens ging meten met de andere landen<-,>
Ts2:
waar <B>>b>elgië zich eindelijk eens ging meten met de andere landen
D2:
waar <belgië>>België> zich eindelijk eens ging meten met de andere landen
Ts1:
<zó>>zo> een plekje vonden, kwamen <zij>>ze> bij mij, iedere <Z>>z>aterdagavond, om te tateren<-,>
D2:
zo een plekje vonden<-,> kwamen ze bij mij, iedere zaterdagavond, om te tateren
Ts1:
en recht te springen <+ en bezwerend de handen op te steken, te diskussiëren> zoals ze zegden...
Ts2:
en recht te springen en bezwerend de handen op te steken<,>>...> te dis<k>>c>ussiëren<+,> zoals ze zegden...
D2:
en recht te springen en bezwerend de handen op te steken<...>>,> te <discussiëren>>diskussiëren><-,> zoals ze zegden...
Ts1:
had willen beweren<-,>
Ts2:
had willen beweren<+,>
D2:
had willen beweren<-,>
Ts1:
<-,> wat de ene van in het begin had vooropgesteld<-,> maar zich niet duidelijk genoeg had kunnen uitdrukken.
Ts2:
<+,> wat de ene van in het begin had vooropgesteld<+,> maar zich niet duidelijk genoeg had kunnen uitdrukken.
D1:
<-,> wat de ene van in het begin had vooropgesteld<-,> maar zich niet duidelijk genoeg had kunnen uitdrukken.
Ts1:
O<-,> en dan sleepten zij er alles bij te pas dat bestond, dat geleefd had<-,>
Ts1:
[- nieuwe alinea] Maar die Zaterdagavond<-,> kwamen ze weer binnen, Ben en Marcel, onafscheidelijk<-,>
Ts2:
Maar die <Z>>z>aterdagavond kwamen ze weer binnen, <Ben en Marcel>>ben en marcel>, onafscheidelijk
D1:
Maar die zaterdagavond kwamen ze weer binnen, <ben>>jan> en marcel, onafscheidelijk
D2:
Maar die zaterdagavond kwamen ze weer binnen, <jan en marcel>>Ben en Marcel>, onafscheidelijk<+,>
p.71
Ts1:
<St.-Michel>>St.Michel> en de Draak
Ts2:
<St.Michel en de Draak>>st. michel en de draak>
D2:
<st. michel en de draak>>St. Michel en de Draak>
Ts1:
<-,> lijk het schouwstuk met het mannetje links en het vrouwtje rechts.
Ts2:
<lijk>>gelijk> het schouwstuk met het mannetje links en het vrouwtje rechts.
Ts1:
[- nieuwe alinea] Zij kwamen binnen<-,>
D2:
mijn vrouw liep hen <tegemoet>>te gemoet>[zetfout
in D2]
Ts1:
Chipka <.>>–> [- nieuwe alinea] <W>>w>ij gaan een leesbibliotheek openen, zei ze.
Ts2:
<C>>c>hipka – wij gaan een leesbibliotheek openen, zei ze.
D2:
<c>>C>hipka – wij gaan een leesbibliotheek openen<-,> zei ze.
Ts1:
<-,> en over nog wat anders, begonnen wij dààr over te redetwisten
Ts2:
<+,> en over nog wat anders, begonnen wij dààr over te redetwisten
D2:
<-,> en over nog wat anders, begonnen wij <dààr>>dáár> over te redetwisten
VW:
[dààr]]dáár]
Ts1:
<Marcel>>Marcelleken> die zo braaf was<-,>
Ts2:
Marcelleke<-n> die zo braaf was<-,>
Ts1:
beschaamd <zoudt>>zou> om worden<,>> – >
Ts2:
beschaamd <zou>>zoudt> om worden< – >>,>
Ts1:
<.>>–> [- nieuwe alinea] <O,>>o> ja<-,>
Ts1:
en mijn vrouw en ik<-,>
Ts2:
en mijn vrouw en ik<+,>
Ts1:
<we>>wij> hadden daar nog geen ogenblik aan gedacht<-,> – want hij <at>>zat> in het ministerie <+ van economische zaken> – en lijk hij begon over dat <m>>M>inisterie<-,>
Ts2:
wij hadden daar nog geen ogenblik aan gedacht – want hij zat in het ministerie <- van economische zaken> – en <lijk>>gelijk> hij begon over dat <M>>m>inisterie
VW:
want hij[at]]zat] in het minsterie
Ts1:
een direkteur-generaal ontvangt zoveel<-,> en een gewone klerk<-,> ontvangt zoveel<-,> en als er dan opslag gegeven wordt, ontvangt een dire<k>>c>teur-generaal 30%<-,> dat is 30.000 <frank>>Fr.>, en een gewone klerk ook 30%<,>>en> dat is 30 <frank.>>Fr.>
Ts2:
een dire<k>>c>teur-generaal ontvangt zoveel en een gewone klerk ontvangt zoveel<+,> en als er dan opslag gegeven wordt<-,> ontvangt een directeur-generaal 30% dat is 30.000 Fr., en een gewone klerk ook 30% <- en> dat is 30 Fr.
D1:
een directeur-generaal ontvangt zoveel en een gewone klerk ontvangt zoveel, en als er dan opslag gegeven wordt ontvangt een directeur-generaal 30% dat is 30.000 <Fr.>>fr.>, en een gewone klerk ook 30% dat is 30 <Fr.>>fr.>
D2:
een dire<c>>k>teur-generaal ontvangt zoveel en een gewone klerk ontvangt zoveel, en als er dan opslag <gegeven>>geven>[zetfout in D2] wordt ontvangt een dire<c>>k>teur-generaal 30% dat is 30.000 <fr.>>frank>, en een gewone klerk ook 30% dat is 30 <fr.>>frank.>
Ts1:
En als dan<...>>....> en ik herinner mij<...>>......> en ik weet ook nog<...>>.....>
D1:
En als dan<....>>...> en ik herinner mij<......>>...> en ik weet ook nog<.....>>...>
Ts1:
<En>>en> al die vertellingen waren zo <verbijsterd>>verbijsterend> <-,> dat ik uitriep: <W>>w>aarom schrijft ge daar geen boek over? <W>>w>aarom
VW:
[verbijsterd]]verbijsterend]
Ts1:
om als <+ de> held van het verhaal<-,> een ietwat dwaas type van een simpele klerk te nemen<-,>
D2:
om als de held van het verhaal een ietwat dwaas type van een simpele klerk te nemen<+,>
Ts1:
plichtsbewust paieren in orde brengt<-,> en dossiers bijhoudt<...>>....>
D1:
plichtsbewust paieren in orde brengt en dossiers bijhoudt<....>>...>
Ts1:
dwaas <gaweg>>ga weg>, er eens flink gebruik<+t>[typefout] van maakt
Ts2:
dwaas ga weg, er eens flink gebruik<-t> van maakt
D1:
dwaas ga weg, er <eens>>een>[zetfout in D1] flink gebruik van maakt
D2:
dwaas <ga weg>>gaweg>, er <een>>eens> flink gebruik van maakt
Ts1:
hè<-,> een mens wordt er rhetorisch onder...
VW:
[hè]]hé],een mens wordt er rhetorisch onder...
Ts1:
de donkere<+n>
D1:
in de donkere<-n>
D2:
de donkere<+n>
Ts1:
maar de bijziende klerk<-,> met de versleten mouwen aan zijn jasje<-,>
Ts1:
hij zou slechts denken aan een van die meisjes<-,> die
Ts1:
waarmee <hij>>het>[typefout] tenslotte toch een rendez-vous heeft<...>>....>
D1:
waarmee <het>>hij> tenslotte toch een rendez-vous heeft<....>>...>
D2:
waarmee <hij>>het>[zetfout in D2] tenslotte <toch>>tóch> een rendez-vous heeft...
p.71-72
Ts1:
om
2 uur aan het ministerie<...>>.> [- nieuwe alinea] En ‘om 2
uur aan het <m>>M>inisterie’ <zou dan>>zoudan>[typefout]
tevens de titel van het boek zijn. [- nieuwe alinea] Och<-,>
antwoordde <Marcel>>Marcelleken><-,>
Ts2:
om
2 uur aan het ministerie. En ‘om 2 uur aan het <M>>m>inisterie’
<zoudan>>zou dan> tevens de titel van het boek zijn. Och<+,>
antwoordde <Marcelleken>>marcelleke>
D2:
om
2 uur aan het ministerie. En ‘om 2 uur aan het ministerie’ zou dan tevens de
titel van het boek zijn. Och antwoordde
<marcelleke>>Marcelleke>
Ts1:
gij
als buitenstaander<-,> kunt daar met uw beroepsmisvorming een roman over
schrijven<-,> zei <j=h>ij, maar voor mij, die daar <dag-in... [nieuwe
Front-aflevering] Een roman schrijven zou voor hem te geweldig bitter
worden hij zou er al schrijvende een bloedspuwing van
krijgen>>dag-in-dag-uit zit, zou het te geweldig bitter worden, ik zou er
al schrijvende een bloedspuwing van krijgen>.
D1:
gij
als buitenstaander<+s> kunt daar met uw beroepsmisvorming een roman over
schrijven zei hij, maar voor mij, die daar dag-in-dag-uit zit, zou het te
geweldig bitter worden, ik zou er al schrijvende een bloedspuwing van krijgen.
D2:
gij
als buitenstaander<-s> kunt daar met uw beroepsmisvorming een roman over
schrijven zei hij, maar voor mij, die daar dag-in-dag-uit zit, zou het te
geweldig bitter worden, ik zou er al schrijvende een bloedspuwing van krijgen.
Fr:
[11-5-1947]
Korte
Inhoud
Dit verhaal behandelt een personage dat in de ik-vorm vertelt hoe het op de gedachte kwam een uitleen-bibliotheek te beginnen. Na het vóór en tegen te hebben besproken met zijn vrouw, zal Marcel, een vriend, voor een handelsregisternummer zorgen.
[korte
inhoud voor de Front-lezer, niet overgenomen in Ts, D1, D2 en VW]
Ts1:
[-
niewue alinea] En ik antwoordde
hem
Ts1:
een
roman te <lezen=schrijven> [typefout wordt onmiddellijk gecorrigeerd]
Ts1:
een
protest<n=,>
Ts2:
[vervangt
hoofletters in eigennamen door kleine letters]
D1:
[eigennamen
zonder hoofdletters, Ben wordt jan, etc.]
D2:
[voegt
opnieuwe hoofdletters in]
Ts1:
alhoewel
die verzen van <+ Wilhelmus> Van Der Wiele
Ts2:
alhoewel
die verzen van <Wilhelmus Van Der Wiele>>wilhelmus van der wiele>
D2:
alhoewel
die verzen van <wilhelmus van der wiele>>Wilhelmus Van Der Wiele>
Ts1:
in-ontbinding-geraakte-<vischlijm>>vislijn>[typefout]
mochten genoemd worden<...>???> en hij, <Marcel>>Marcelleken>,
zei nooit dat hij er <zelf>>zèlf> schreef
Ts2:
in-ontbinding-geraakte-vislij<n>>m>
mochten genoemd worden<- ???> en hij,
<Marcelleken>>marcelleke>, zei nooit dat hij er zèlf schreef
D2:
in-ontbinding-geraakte-vislijm mochten genoemd worden<+...> en hij, <m>>M>arcelleke, zei nooit dat hij er <zèlf>>zélf> schreef
Ts1:
tuss<-ch>en
<haakjes>>haakes[?]> [typefout]
Ts2:
tussen
<haakes[?]>>haakjes>
Ts1:
en
al het andere op de<-n> achtergrond dringt:
Ts1:
een
ziek<+e> mens met niets anders in conta<k>>c>t komt
D2:
een
zieke mens met niets anders in conta<c>>k>t komt
Ts1:
rode-kruis-diensten,
verpleegsters <enzovoort,>>enz.>
Ts2:
rode-kruis-diensten,
verpleegsters enz<.>>...>
D1:
<rode-kruis>>rodekruis>-diensten,
verpleegsters enz...
D2:
<rodekruis>>rode-kruis>-diensten,
verpleegsters <enz>>enzovoort>...
Ts1:
andere
schrijvers<+,> dichters<+,> boeken<+,>
tijdschriften-en-voordrachtgevers-over-literatuur enzovoort?
D2:
andere
schrijvers<-,> dichters<-,> boeken<-,>
tijdschriften-en-voordrachtgevers-over-literatuur enzovoort?
Ts1:
<bijzonder>>bijzover>
dat het dwaas is van in al die psychologische romans
D2:
bijzover
dat het dwaas is van in al die
<psychologische>>intellectualistische> romans
Ts1:
<‘zijn’
wereld>>‘zijn wereld’>
D2:
<‘zijn
wereld’>>‘zijn’ wereld>
Ts1
lijk
Frans <Waeterman>>WATERMAN>
Ts2:
<lijk>>gelijk>
<Frans WATERMAN>>frans waterman>
D2:
gelijk
<frans waterman>>Frans Waeterman>
Ts1:
bezig
was, eerst <Marcel>>Marcelleken> die dus gedichten schreef... neen
eerst dat hij dus voor een handelsregister ging zorgen<+,>
Ts2:
bezig
was <,>>.> <e>>E>erst
<Marcelleken>>marcelleke> die dus gedichten schreef... neen eerst
dat hij dus voor een handelsregister ging zorgen,
D1:
bezig
was. Eerst marcelleke die dus gedichten schreef... neen eerst dat <hij>>h’j>[zetfout
in D1] dus voor een handelsregister ging zorgen,
D2:
bezig
was. Eerst <m>>M>arcelleke die dus gedichten schreef...
neen<+,> eerst dat <h’j>>hij> dus voor een handelsregister
ging zorgen<-,>
Ts1:
voor
<woù>>wóú> ontvangen
VW:
[woù]]woú]
Ts1:
<een
voor een>>i voor i>
Ts1:
dat
ik ze gerust <- kon> in mijn
<uitleen-bibliotheek>>uitleenbibliotheek> steken, en hij werd
verlegen lijk hij gelukkig was
Ts2:
dat
ik ze gerust in mijn uitleenbibliotheek <+ kon> steken, en hij werd
verlegen <lijk>>gelijk> hij gelukkig was
Ts1:
<zoo>>zo>
ontoerend braaf
Ts1:
ik
vond ze <zo>>zó> goed>
Ts2:
maar
ze wilden er niet<+s> van weten
p.73
Ts1:
Of
<zooals>>zoals> Morris <regt>>zegt>[zetfout in
Front]<...>>....> Maar<...>>....>
Ts2:
Of
zoals <M>>m>orris zegt<....>>...> [+ nieuwe alinea] Maar<....>>...>
D2:
<-
Of zoals morris zegt...> [- nieuwe alinea] Maar...
VW:
Of
zooals Morris[regt]]zegt]...
Ts1:
tot
die leesbibliotheek bepalen<.>>.....>
Ts2:
tot
die leesbibliotheek bepalen<.....>>.>
Ts1:
en
Ben, vaneigens, Ben<+,> kwam weer met iets grootscheeps voor de<-n>
dag.
Ts2:
en
<B>>b>en, vaneigens, <B>>b>en, kwam weer met iets
grootscheeps voor de dag.
D1:
en
<ben>>jan>, vaneigens, <ben>>jan>, kwam weer met iets
grootscheeps voor de dag.
D2:
en
<jan>>Ben>, vaneigens, <jan>>Ben><-,> kwam weer
met iets grootscheeps voor de dag.
Ts1:
hij
wierp de <k>>c>ommunistische partij omver, <zo>>zó>, en
bouwde een nieuwe partij, de <Belgische-Realistische-Kommunistische
partij>>Belgische Realistische Kommunistische Partij>,
Ts2:
hij
wierp de communistische partij omver, zó, en bouwde een nieuwe partij, de
<Belgische Realistische Kommunistische>>belgische realistische
communistische> Partij,
D1:
hij
wierp de communistische partij omver, zó, en bouwde een nieuwe partij, de
belgische realistische communistische <P>>p>artij,
D2:
hij
wierp de <c>>k>ommunistische partij omver, zó, en bouwde een nieuwe
partij, de <belgische realistische communistische>>Belgische
Realistische-Kommunistische> partij,
D2:
weet
de duivel <zelf>>zélf> niet.
p.73-74
Ts,D1
& D2:
[passage
ontbreekt vanaf ‘Freud was slechts een vuile jood’ tot ‘ – neen ik moet niet
altijd met iedereen de draak steken’]
VW:
Freud
was slechts een vuile jood, en Dostojewski was maar een leerling van Stendhal,
en God... lijk wij hem tot nu toe kenden... was maar een hersenschim. En hij
nam een stukske papier en tekende daar een punt en dat punt was God, en hij
tekende nog een punt [et]]en] dat punt was de mens, voilà zei hij, en de mens
die een baan beschrijft doorheen de tijd en de ruimte zal zowel het één punt
als het ander punt achter zich laten[+.] En dan keek hij ons aan, een voor een, op een
manier dat wij ons slechts lummels konden voelen. Wij zouden moeten een
uitleenbibliotheek voor intellectuelen aanleggen zei hij, verleden maand wou ik
een cursus in criminologie inzien, en deze week zou ik de memoires van Bismarck
moeten gehad hebben, en waar kan ik daar aangeraken? ge spreekt altijd van
Dostojewski, maar Dostojewski heeft ook politieke geschriften [aangelaten]]nagelaten]
en waar zijn die? In uw
leesbibliotheek zou dat alles moeten steken zei hij. Wij zullen samen een
leesbibliotheek oprichten riep hij. En hij wist te vertellen dat hij thuis een
helen hoop boeken had, wij zullen daar eens op ons gemak over praten om er de uitleenprijs
van vast te stellen. Hij nam weer een papier waar hij in de ene hoek een klein
vierkant teekende, neen zei hij, wij moeten de uitleenprijs berekenen naar de
inkoopprijs van het boek, laten we zeggen 10% want als het boek 10 keer
uitgeleend wordt is het versleten. En hij zette een hele rij puntjes naast een
driehoek, laat ons zeggen zei hij dat we 5 frank vragen en dan krijg ik daar
4,50 frank van, want het zijn tenslotte toch ‘mijn’ boeken en het overige is
voor u. Die 50 centiemen vroeg ik, juist maar om eens zijn gezicht te zien. Ja
zei hij en hij keek mij vlak in de ogen. Maar hoe zullen wij dat controleren
vroeg hij gij leent nu een boek 6 keer uit, maar hoe weet ik dat het 6 keer is
en niet 10? De volgende zaterdag was hij daar terug maar zijn boeken voor
intellectuelen had hij niet mee, ik heb mij bepeinsd zei hij, maar hij had
integendeel boeken van het Davidsfonds en prijsboeken die zijn grootmoeder nog
in haar tijd op school gekregen had. ‘Eerlijkheid Wordt Beloond En Andere
Zedelijke Verhalen’, met een rood stijf couvert en gouden letters, ze hingen in
flarden en stonken tegen elkander op. Hij moest er de hoogste prijs voor
hebben, en tevens keek hij rond naar de andere boeken die Marcel mij gegeven
had, ‘hij ontleende er een’, en daar moest ik hem 7 achtereenvolgende
zaterdagen naar vragen. Ik heb het verloren zei hij. Toch begon het stilaan een
hele rij boeken te worden, ik weet niet wie het overal verder vertelde maar er
kwam van alle volk om mij boeken te verkopen, gescheurde gebroken
half-verbrande boeken, boeken zonder titel en zonder ‘einde’, enkele losse
bladen in een gazet gewikkeld, waarvan men mij verzekerde dat het ‘een zeer
boeiend boek was geweest’
p.74
Ts1:
[-
nieuwe alinea] <- –>
<n>>N>een ik moet niet altijd en met iedereen de draak steken,
<-[xxx]>[toevoeging wordt onmiddelijk geschrapt] er waren
zeldzame vrienden lijk <Marcel>>Marcelleken> en Frans
Waeterman<+,>
Ts2:
Neen<+,> ik moet niet altijd en met iedereen de draak steken, er waren zeldzame vrienden <lijk>>gelijk>
<Marcelleken>>marcelleke> en <F>>f>rans <W>>w>aeterman,
D2:
[-
nieuwe alinea] <+
–>Neen<-,> ik moet niet altijd en met iedereen de draak steken, er
waren zeldzame vrienden gelijk <marcelleke>>Marcelleken> en
<frans waeterman>>Frans Waeterman><-,>
VW:
[- nieuwe alinea] – neen ik moet niet altijd en met iedereen de
draak steken, er waren zeldzame vrienden lijk Marcel en Frans Waeterman
Ts1:
<.>>,>
<W>>w>ij hebben nog <2>>twee> kisten op zolder staan,
proppen<d>>s>vol, ik zal ze eens <gereedzetten>>gereed zetten>,
D2:
,
wij hebben nog <twee>>2> kisten op zolder staan,
proppen<-s>vol, ik zal ze eens gereed zetten,
Ts1:
zodat
ik ongerust werd en zei<-:> schei nu <uit>>uiv>[typefout]
want dat is te veel,
Ts2:
zodat
ik ongerust werd en zei<+:> schei nu <uiv>>uit> want dat is
te veel,
D1:
zodat
ik ongerust werd en zei<-:> schei nu uit want dat is te veel,
D2:
zodat
ik ongerust werd en zei<+:> schei nu uit want dat is <- te>
veel<-,>
Ts2:
en
als ik er dan heenging<+,>
D2
en
als ik er dan heenging<-,>
Ts1:
<+,>
nu ben ik niet goed,
Ts1:
de
Hollandse <S>>s>erie
Ts2:
de
<H>>h>ollandse serie
D2:
de
<h>>H>ollandse <s>>S>erie
Ts2:
met
tegenzin op de tafel legde<+...> <en zei>>al zeggend>:
D2:
met
tegenzin op de tafel legde<-...> <al zeggend>>en zei>:
Ts1:
geef
me er <- dan> in ruil
Ts1:
uw
handte<-e>kening
Ts1:
En
dan <kwam>>weer> Liske met haar systeem. [- nieuwe alinea] Wij
hielden van <Lisken>>Liske>
Ts2:
[+
nieuwe alinea] En dan
<weer>>kwam> Liske met haar systeem. Wij hielden van Liske
D1:
[+
nieuwe alinea] En dan kwam
<L>>l>iske met haar systeem. Wij hielden van <L>>l>iske
D2:
[-
nieuwe alinea] En dan kwam
<l>>L>iske met haar systeem. Wij hielden van
<liske>>Liske>
Ts1:
en
omdat zij met veel ziek te zijn geweest en veel boeken te hebben
gelezen<+,> verstandig geworden was,
Ts2:
en
omdat zij<+,> met veel ziek te zijn geweest<+,> en veel boeken te
hebben gelezen, verstandig geworden was<,>>...>
D2:
en
omdat zij, met veel ziek te zijn geweest<-,> en veel boeken te hebben
gelezen, verstandig geworden was<...>>,>
Ts1:
tegenover
heel de wereld <+ge>voelde,
D2:
tegenover
heel de wereld <-ge>voelde,
p.75
Ts1:
<ze>>zij> heeft het nodig om wat de baas te kunnen spelen. En zij dacht: ze hebben het nodig dat <- er> eens iemand de baas over hen speelt,
Ts2:
Ts1:
zij heeft het nodig om wat de baas te kunnen spelen<.>>...> <E>>e>n zij dacht: ze hebben het nodig dat eens iemand de baas over hen speelt,
D2:
zij heeft het nodig om wat de baas te kunnen spelen<...>>.> <e>>E>n zij dacht: ze hebben het nodig dat eens iemand de baas over hen speelt,
Ts1:
zonder orde<+,> zonder reglment<-,> en als ze <1 frank>>i Fr.> verdienen hebben ze voor 2 <frank>>Fr.> goesting, ik <mote>>moet>[zetfout in Fr] <hun>>hen> dat afleren.
Ts2:
zonder orde, zonder reglment<+,> en als ze i Fr. verdienen hebben ze voor 2 Fr. goesting, ik moet <hen>>hun> dat afleren.
D1:
zonder orde, zonder reglment, en als ze i <Fr.>>fr.> verdienen hebben ze voor 2 <Fr.>>fr.> goesting, ik moet hun dat afleren.
D2:
zonder orde<-,> zonder reglment<-,> en als ze i <fr.>>frank> verdienen hebben ze voor 2 <fr.>>frank> goesting, ik moet hun dat afleren.
VW:
ik [mote]]moet]
hun dat afleren.
Ts1:
<zóó>>zo> geredeneerd hebben:
D2:
<zo>>zó> geredeneerd hebben:
D1:
en ze zullen niet meer weten wàt en ze zullen niet meer weten aan <wie>>wien> ze uitgeleend hebben,
D2:
en ze zullen niet meer weten <wàt>>wát><+,> en ze zullen niet meer weten aan <wien>>wie> ze uitgeleend hebben,
VW:
[wàt]]wát]
Ts1:
zitten ze op straat<.>>?>[typefout]
Ts2:
zitten ze op straat<?>>.>
Ts1:
[- nieuwe alinea] Ze kwam ons helpen om een cataloog aan te leggen<+,>
Ts1:
en om die boeken te rangschikken<+,>
D2:
en om die boeken te rangschikken<-,>
Ts1:
en van ieder boek 2 fiche’s en dit en dat<+,> en ci en la, o werkelijk te veel om te onthouden, en ik die
Ts2:
en van ieder boek 2 fiche’s<+,> en dit en dat, en ci en la, o werkelijk te veel om te onthouden<,>>...> en ik<+,> die
D2:
en van ieder boek 2 <fiche’s>>fiches><-,> en dit en dat<-,> en ci en la, o werkelijk te veel om te onthouden<...>>,> en ik<-,> die
Ts1:
zou voor de eerste klant die ik ontving een <heelen>>hele> dag schrijfwerk hebben moeten verrichten,
Ts2:
<+,>zou voor de eerste klant die ik ontving een hele dag schrijfwerk hebben moeten verrichten,
D2:
<-,>zou voor de eerste klant die ik ontving een hele dag schrijfwerk hebben moeten verrichten,
Ts1:
gezegd hebben<:>>[xx]>[?] wacht nog wat
Ts2:
gezegd hebben <[xx]>>:> wacht nog wat
Ts1:
<-,> want nu heb ik mijn handen vol. Mijn handen vol<?>>,>
D2:
want nu heb ik mijn handen vol. Mijn handen vol<,>>!...>
Ts1:
ik had nog nooit zo<-o> een massa werk <vóór>>voor> de <boog>>boeg>[zetfout in Fr] gehad,
VW:
ik had nog nooit zo een massa werk vóór de[boog]]boeg] gehad,
Ts1:
gekke<-n> boeken-namen
D2:
maakten me waanzinnig<,>>...>
Ts1:
wij hadden 112 boeken<.>>:> Vergeten Liefde<+,> en Verborgen Liefde<+,> en Trouwe Liefde, Miskende, Stille<+,> Bloedige <+ ;>[?] Wanhopige Liefde, <+ en> wij hadden
Ts2:
wij hadden 112 boeken: Vergeten Liefde<-,> en Verborgen Liefde, <- en> Trouwe Liefde, Miskende, Stille, Bloedige <;>>en> Wanhopige Liefde<,>>...> en wij hadden
D1:
wij hadden 112 boeken: Vergeten Liefde en Verborgen Liefde, Trouwe Liefde, Miskende, Stille, Bloedige en Wanhopige Liefde<...>>,> en wij hadden
D2:
wij hadden 112 boeken<:>>,> Vergeten Liefde en Verborgen Liefde <,>>en> Trouwe Liefde, Miskende, Stille<-,> Bloedige en Wanhopige Liefde<,>>...> <- en> wij hadden
Ts1:
<detectiveverhalen>>dedectiveverhalen>
D2:
<dedectiveverhalen>>detectiveverhalen>
Ts1:
de raadselachtige Moord Man Verdwijning<+,> Hond<+,> Muur<+,> <Purperen-papegaai>>Purperen Papegaai>,
Ts2:
de raadselachtige Moord Man Verdwijning, Hond, Muur, Purperen Papegaai<,>>...>
D1:
de raadselachtige Moord<+,> Man<+,> Verdwijning, Hond, Muur, Purperen Papegaai<...>>,>
D2:
de raadselachtige Moord<-,> Man<-,> Verdwijning<-,> Hond<-,> Muur<-,> <Purperen Papegaai>>Purperenpapagaai><,>...>
D1:
dat ik mij vergist<-t>e [fout in Fr en Ts]
VW:
dat ik mij vergist[-t]e
Ts1:
dat ik de dubbele <fiche’s>>fiche> van Liske<-n><+,> 2 maal achter elkander opschreef en eindigde met 3400 boeken?
D1:
dat ik de dubbele <fiche>>fiches> van <Liske>>liske>, 2 maal achter elkander opschreef en eindigde met 3400 boeken?
D2:
dat ik de dubbele <fiches>>fiche’s> van <l>>L>iske<-,> 2 maal achter elkander opschreef en eindigde met 3400 boeken<?>>.>
D2:
3400 boeken<+,> zei mijn vrouw
Ts1:
wordt gij zot<+,> vroeg ze. Ja<+,> zei ik.
D2:
wordt gij zot<-,> vroeg ze. Ja<-,> zei ik.
Ts1:
[- nieuwe alinea] Zij vaagde ondertussen de cataloog en de <fiche’s>>fiches>
Ts1:
ze plaats<-t>e op elk boek[typefout]
Ts2:
ze plaats<+t>e op elk boek
Ts1:
bijna 1500 boeken<+,> zei ze<+,>
D2:
bijna 1500 boeken<-,> zei ze,
Ts2:
en die zich wil laten <op>>in>schrijven
D2:
en die zich wil laten <in>>op>schrijven
Ts1:
kan zich een boek kiezen<+,> en <het>>dat> nummer van <dat>>het> boek<+,> schrijven wij op een kaart<-,> achter de naam van de<-n> lezer,
Ts2:
kan zich een boek kiezen<,>>...> en dat nummer van het boek<-,> schrijven wij op een kaart achter de naam van de lezer<,>>...>
D2:
kan zich een boek kiezen<-...> en dat nummer van het boek schrijven wij op een kaart achter de naam van de lezer<...>>,>
Ts1:
die<+n> ambras
Ts2:
die<-n> ambras
Ts1:
Ga weg<+,> zei ze, en ze kuiste het venster en stalde de boeken uit
Ts2:
Ga weg, zei ze, en ze kuiste het venster en stalde de boeken uit<+,>
D2:
Ga weg<-,> zei ze, en ze kuiste het venster en stalde <- de> boeken uit<-,>
Ts1:
<pootlood>>potlood> in de hand<+.>[zetfouten in Fr]
VW:
[pootlood]]potlood]
in de hand[+.]
Ts1:
vroeg ik met <- een beetje> leedvermaak,
p.76
Ts1:
[- nieuwe alinea] Zij lachte echter smalend, zij gaf niet dàt om <officieele>>officiële> protocollen, men kan
Ts2:
Zij lachte echter smalend, zij gaf niet dàt om officiële protocollen<,>>.> <m>>M>en kan
D2:
Zij lachte echter smalend, zij gaf niet <dàt>>dát> om officiële protocollen<.>>,> <M>>m>en kan
VW:
zij gaf niet[dàt]]dát]
Ts2:
als we in <P>>p>arijs naar de <F>>f>ranse <I>>i>mpressionisten zitten te kijken<+,> zei ze.
D2:
als we in <p>>P>arijs naar de <f>>F>ranse <i>>I>mpressionisten zitten te kijken<-,> zei ze.
Ts1:
En dat was een steek onder water omdat ik altijd gezegd had na de oorlog gaan <we>>wij> een tijd in Parijs wonen want we worden stilaan oud <+ en al wat we van de wereld gezien hebben is dat piepenhol hier>.
Ts2:
En dat was een steek onder water<+,> omdat ik altijd
gezegd had<+:> na de oorlog gaan wij een tijd in <P>>p>arijs
wonen<+,> want we worden stilaan oud en al wat we van de wereld gezien
hebben is dat piepenhol hier.
D2:
En dat was een steek onder water<-,> omdat ik altijd gezegd had: na de oorlog gaan wij een tijd in <p>>P>arijs wonen, want we worden stilaan oud en al wat we van de wereld gezien hebben is dat piepenhol hier.
Fr: [18-5-1947]
Korte
Inhoud
Dit verhaal behandelt een personage dat in de ik-vorm vertelt hoe het op de gedachte kwam een uitleen-bibliotheek te beginnen. Na het vóór en tegen te hebben besproken met zijn vrouw, zal Marcel, een vriend, voor een handelsregisternummer zorgen.
[korte inhoud voor de Front-lezer, niet in de boekversies]
Ts1:
[- nieuwe alinea] Haar <smalende lach>>smalend lachje> trof <me>>mij> diep, hij rukte plots alle blinddoeken weg die ik zo moeizaam mij voor de ogen had kunnen binden,
Ts2:
Haar smalend lachje trof mij diep, hij rukte plots alle blinddoeken weg<+,> die ik zo moeizaam mij voor de ogen had kunnen binden<,>>...>
D2:
Haar smalend lachje trof mij diep, hij rukte plots alle blinddoeken weg<-,> die ik zo moeizaam mij voor de ogen had kunnen binden<...>>,>
Ts1:
naakt als een pier als een waterrat als een ontkle<-e>de krijgsgevangene, zodat ik mijzelf zag staan<-:> een mager <manneke>>mannetje> met een breuk en een genezende maagziekte
Ts2:
naakt als een pier<+,> als een waterrat<+,> als een ontklede krijgsgevangene<,>>...> zodat ik mijzelf zag staan<+:> een mager mannetje met een breuk en een genezende maagziekte<+,>
D2:
naakt als een pier<-,> als een waterrat<-,> als een ontklede krijgsgevangene<...>>,> zodat ik mijzelf zag staan<-:> een mager mannetje met een breuk en een genezende maagziekte<-,>
[passage ontbreekt in Front, wél in Ts, D1 en D2; VW: zie verantwoording p.249-250 en bijlage p.267-268]
Ik stond daar, verblind door het helle licht van
haar lach, en zag de deur opengaan en onze eerste klant binnen komen, het was
een Engelse soldaat die naar een Engelse gazet vroeg die wij niet hadden. En de
tweede klant die binnenkwam was mijn vader die de eerste klant wou zijn, want
waar ik de handgift ben daar gaat de commerce goed, zei hij. Verkoop mij een
boek voor uw moeder, zei hij. Rode Rozen van Courts-Mahler. Ik verkoop
geen boek, zei ik, het is voor te lezen. Voor te lezen? zei hij, als uw moeder
een boek gelezen heeft, zult ge u een speciale bril moeten kopen om het ooit
terug te vinden. En de derde klant, was een afgevaardigde van het Ministerie van
Economische zaken die eens kwam kijken of het wel allemaal de waarheid was wat
wij op die formulieren ingevuld hadden, en of er ons dan toelating mocht
gegeven worden om te beginnen. En ik vroeg hem: het is toch zeker niets dat wij
al begonnen zijn? En hij antwoordde... Ja, wat kon hij antwoorden? Hij pakte
zijn valies terug op, en maakte plaats voor de vierde klant die zich aan een
hoekske van de toonbank had geplaatst en daar wortel was beginnen schieten...
alleen zijn hoofd kon nog heen en weer gaan, van de bovenste boekenrij links
naar de bovenste boekenrij rechts, en zonder zich te verzetten, zonder een boek
uit de rekken te nemen, zei hij ge zoudt veel meer ‘andere’ boeken moeten
hebben. Welke, vroeg ik? En hij haalde de schouders op, hij wist het niet. Maar
toch zulke geen, zei hij. O, er kwam een student die de rijen afging, elk boek
eens oplichtte en weer liet neervallen, gij zoudt moeten ‘interessante’ boeken
hebben, zei hij, en ik ging naar een rij en haalde er zonder toe te kijken de
namen uit die begonnen met een L., Latsko, Lawrence, Lautreamont... Dat zijn
allemaal onbekenden, zei hij, ge zoudt moeten boeken hebben van... juist, zei
ik, van Knittel. Ja, zei hij. Hoe oud zijt ge nu, vroeg ik, en hij keek mij
verbaasd aan, 19, en ik knikte, ik moest niet bitter worden, hij was nog een
kind geweest als de oorlog uitbrak en hij had 5 jaar lang de verkeerde bazuin
horen schetteren. Lees dat eens en ik gaf hem Ik was een Duitser, van
Toller, maar hij wou dat niet, hij ging zich elders laten inschrijven, waar men
‘bekende’ boeken had. En dan kwam er een jongen uit onze buurt, nadat hij lang
bij lang aan het venster had staan kijken, geef mij dàt boek, zei hij en hij
wees in het uitstalraam naar een boek waar op het omslag een meisje stond
afgebeeld met een revolver in haar hand. ‘De Gravin van Chicago’. En ik ging
naar de rekken en haalde er ‘De Gravin van Chicago’ uit... neen zei hij, het
moet dàt boek zijn, en hij wees terug naar de vitrine... het is net hetzelfde
boek, zei ik, kijk. En hij keek, maar hij schudde teleurgesteld het hoofd, dit
meisje met de revolver staat hier niet meer op het omslag, zei hij. En op een
avond dat ik van Brussel kwam met een pak boeken dat Morris ginder voor mij
gekocht had – ja, gekocht... en zelfs redelijk duur betaald... want het was
niet waar dat men het u naar de kop smeet, dat men het u voor een appel en een
ei gaf, men wist ginder verdomd goed de prijs – stond mijn vrouw aan de
straatdeur al uit te kijken, ik ben niet gerust zei ze in een klant die 12
boeken ineens is komen uitlenen, dat is nu een week of 5 geleden en hij laat
zich niet meer zien. Ik keek op zijn kaart en zag dat het allemaal
cowboy-boeken waren van Max Brand, en ik trok in gedachten reeds al mijn haren
uit – want men kon ons deur niet openduwen of wij moesten antwoorden: neen, wij
hebben geen Max Brandten –
[binnen deze passage verschillen D1 en D2]
Ts2:
en onze eerste klant <binnen komen>>binnenkomen>
Ts2:
het was een <E>>e>ngelse soldaat die naar een <E>>e>ngelse gazet vroeg
D2:
het was een <e>>E>ngelse soldaat die naar een <e>>E>ngelse gazet vroeg
VW bijlage:
[engelse]]Engelse]
Ts2:
daar gaat de commerce goed, zei hij<.>>...> <V>>v>erkoop mij een boek voor uw moeder, zei hij. Rode Ro<s>>z>en van <C[?]>>c>ourts-<M>>m>ahler.
D1:
daar gaat de commerce goed, zei hij... verkoop mij een boek voor uw moeder, zei hij. Rode Rozen van <c>>C>ourts-mahler.
D2:
daar gaat de commerce goed<-,> zei hij<...>>.> <v>>V>erkoop mij een boek voor uw moeder<-,> zei hij<.>>,> Rode Rozen van Courts-<m>>M>ahler.
VW bijlage:
[Courts-mahler]]Courts-Mahler]
Ts2:
Ik verkoop geen boek<+en,> zei ik,
D2:
Ik verkoop geen boeken<-,> zei ik,
Ts2:
Voor te lezen? <zei>>vroeg> hij, als uw moeder een boek gelezen heeft,
D2:
Voor te lezen? <vroeg>>zei> hij, als uw moeder een boek gelezen heeft<-,>
Ts2:
En de derde klant, was een afgevaardigde van het <M>>m>inisterie <- van Economische Zaken>
D2:
En de derde klant<-,> was een afgevaardigde van het ministerie <+ van Economische Zaken>
Ts2:
of het wel <allsemaal[?]>>allemaal>[typefout in Ts1] de waarheid was wa<[x]>> t>
Ts2:
.... Ja, wat kon hij antwoorden? Hij pakte zijn valies terug op<+,>
D1:
<....>>...> Ja, wat kon hij antwoorden? Hij pakte zijn valies terug op,
D2:
...<Ja,>>ja> wat kon hij antwoorden? Hij pakte zijn valies terug op<-,>
Ts2:
was beginnen schieten<,>>...>
Ts2:
van de bovenste <- rij> <BOEKenrij>>boekenrij> links naar de bovenste boekenrij rechts<,>>...>
Ts1:
Welke, <b=v>roeg ik?
D2:
Welke, vroeg ik<?>>.>
VW bijlage:
Welke, vroeg ik[?]].]
D2:
Maar toch zulke geen<-,> zei hij. O<-,> er kwam een student
Ts2:
, zei hij<?/,[?]>>.> <en>>En> ik ging
D2:
<-,> zei hij<.>>,> <En>>en> ik ging
Ts2:
<Latsko Lawrence Lautreamont>>latsko, lawrence, lautreamont>
D2:
<latsko, lawrence, lautreamont>>Latsko Lawrence Lautreamont>
VW bijlage:
[eigennamen met hoofdletters]
Ts2:
, zei hij, ge zoudt moeten boeken hebben van... juist, zei ik, van <KNITTEL>>knittel>. Ja, zei hij.
D2:
<-,> zei hij, ge zoudt moeten boeken hebben van... <+ van...> <j>>J>uist<-,> zei ik, van <knittel>>Knittel>. Ja<-,> zei hij.
VW bijlage:
[knittel]]Knittel] [eigennamen met hoofdletters]
Ts2:
, vroeg ik, en hij keek mij verbaasd aan,
19<,>>...>
D2:
<-,> vroeg ik, en hij keek <mij>>me> verbaasd aan, 19<...>>,>
D2:
hij was nog een kind geweest <als>>toen> de oorlog uitbrak<+,>
D2:
Lees dat eens<+,> en ik gaf hem
Ts2:
<‘Ik was een Duitser, van Toller’>> ‘ik was een duitser, van toller’>
D1:
<‘ik was een duitser, van toller’>‘ik was een duitser’ van toller>
D2:
<‘ik was een duitser’ van toller>>Ik Was Een Duitser van Toller>
VW bijlage:
[‘ik was een duitser’ van toller]] Ik was een Duitser van Toller][titels cursief en eigennamen met hoofdletter]
Ts1:
maar hij wou dat niet, hij gi<j=n>g zich elders laten inschrijven,
D2:
maar hij wou <dat>>het> niet, <hij>>en> ging zich elders laten inschrijven<-,>
D2:
nadat hij lang bij lang aan het <venster>>raam> had staan kijken,
D2:
geef mij <dàt>>dát> boek<-,> zei hij
Ts2:
naar een boek waar op het omslag een meisje stond afgebeeld met een revolver in haar hand. De <G>>g>ravin van <C>>c>hicago<,>>.> <en>>En> ik ging naar de rekken en haalde er <De Gravin van Chicago>>de gravin van chicago> uit<,>>...>
D2:
naar een boek<+,> waar op het omslag een meisje stond afgebeeld met een revolver in haar hand<.>>,> <De gravin van chicago>>De Gravin Van Chicago><.>>,> <En>>en> ik ging naar de rekken en haalde er <de gravin van chicago>>De Gravin van Chicago> uit...
Ts2:
het moet dàt boek zijn, en hij wees terug naar de vitrine<./,>>...> <Het>>het> <isnet>>is net>[typefout] hetzelfde boek, zei ik,
D2:
het moet <dàt>>dát> boek zijn, en hij wees terug naar de vitrine<...>>.> Het is net <hetzelfde>>het zelfde> boek<-,> zei ik,
D2:
<dit>>de>[zetfout in D2] meisje met de revolver
Ts2:
En op<-;> een avond dat ik van <B>>b>russel kwam met een pak boeken dat <M>>m>orris <[x]>>g>inder[typefout]
D2:
En op een avond dat ik van <b>>B>russel kwam met een pak boeken dat <m>>M>orris ginder
VW bijlage:
[eigennamen met hoofdletters]
D2:
ja<-,> gekocht...
Ts2:
dat men het u naar de kop<-[x]>[typefout] smeet
D2:
dat men het u naar de kop <smeet>>gooide>
Ts2:
voor een appel en een ei ga<r>>f>[tyepfout]
D2:
die 12 boeken ineens is komen <-uit>lenen,
Ts2:
<Max Brand>>max brand>
D1:
max brand<+t>
D2:
<max brandt>>Max Brand>
VW:
[max brandt]]MaxBrandt]
Ts2:
<-al> reeds <[xx]>>al> <[x]ijm>>mijn
haren uit [typefouten]
Ts1:
of wij moesten antwoorden [einde geschrapte passage in Front] <Maar nog altijd geen Max Brandten>>neen, wij hebben geen Max Brandten>
Ts2:
of wij moesten antwoorden<+:> neen, wij hebben geen <M>>m>ax <B>>b>randten
D2:
of wij moesten antwoorden: neen<-,> wij hebben geen <max brandten>>Max Brandten>
Ts2:
al zoekend<-e> en al de hoogste prijs <betalende>>voor betalend> 12 <- kunnen> op de kop <+ kunnen> tikken <,>>...>
D2:
al zoekend en al de hoogste prijs <voor betalend>>betalende> 12 <+ kunnen> op de kop <- kunnen> tikken<...>>,>
Ts1:
gestaan hebben<+,> om reeds de pist in te zijn
Ts2:
gestaan hebben, om reeds de pist<+e> in te zijn
D2:
gestaan hebben<-,> om reeds de piste in te zijn
Ts2:
Ik greep weer naar die kaart<+,> en zag dat het <Joseph Van Gijsseghem>>joseph van gyseghem> was uit de <Salerius De Vadeleerstraat>>salerius de vadeleerstraat>,
D2:
Ik greep weer naar die kaart<-,> en zag dat het <jospeph van gyseghem>>Jozeph Van Gijzeghem> was uit de <salerius de vadeleerstraat>>Salerius De Vadeleerstraat><-,>
Ts1:
<+ en> ik ging er dadelijk heen alhoewel ik nog geen brijzel eten binnen had,
Ts2:
en ik ging er dadelijk heen alhoewel ik nog geen brijzel eten binnen had<,>>...>
D2:
<- en> ik ging er dadelijk heen<+,> alhoewel ik nog geen brijzel eten binnen had<...>>,>
Ts2:
een oud misvormd vrouwke<-n>
Ts2:
hij heeft mij liggen dacht ik van als ik dat vrouwke<-n> zag<,>>...>
D2:
hij heeft mij liggen<+,> dacht ik van als ik dat vrouwke<+n> zag<...>>,>
Ts1:
of zij <Van Gijseghem>>Van Gyzeghem>
heett<-t>e[zetfout in Fr]
Ts2:
of zij <Van Gyzeghem>>van gyzeghem> heette<+,>
D2:
of zij <van gyzeghem>>Van Gijzeghem> heette,
VW:
[heettte]]heette]
Ts1:
of zij <- geen> Van G<ij>>y>seghem kende, <+ en> zij kee<[x]=k> mij aan
Ts2:
of zij <Van Gyseghem>>van gyseghem> kende, en zij keek mij aan
D2:
of zij <van gyseghem>>Van Gijzeghem> <kende>>kénde>, <- en> zij keek mij aan
Ts1:
ginder heel <+ , heel> ver,
Ts2:
ginder heel, heel ver<,>>...>
D2:
ginder heel<-,> heel ver<...>>,>
Ts1:
vragen of er <geen>>een> Van G<ij>>y>seghem in de straat woonde<+n>, ginder achter de hoek woont er zo iemand
Ts2:
vragen of er een <Van Gyseghem>>van gyseghems> in de straat woonden<,>>.> <g>>G>inder achter de hoek woont er zo iemand<+,>
D1:
vragen of er een van gyseghem<-s> in de straat woonde<-n>. Ginder achter de hoek woont er zo iemand,
D2:
vragen of er <een>>geen> <van gyseghem>>Van Gijzeghem> in de straat woonde. Ginder achter de hoek woont er zo iemand,
Ts1:
maar daar is het geen Salerius De Vade<-r>leerstraat [zetfout in Fr] meer
Ts2:
maar daar is het geen <Salerius De Vadeleerstraat>>salerius de vadeleerstraat> meer
D2:
maar daar is het geen <salerius de vadeleerstraat>>Salerius De Vadeleerstraat>meer
VW:
maar daar is het geen Salerius De Vade[-r]leerstraat meer
Ts2:
zei men<,>>...> ik he<[x]>>b>[typefout in Ts1] hem dacht ik, maar ik was mis<+...>
D2:
<+,> zei men<...>>.> <ik>>Ik> heb hem<+,> dacht ik, maar ik was mis<-...>
Ts1:
lee<n>>s>bibliotheek
Ts1:
de waarde van <het boek>>hetboek>[tyepfout]
Ts2:
de waarde van <hetboek>>het boek>
Ts1:
al die vaggers <die>>[xxx]> barrevoets
liepen [typefout]
Ts2:
al die vaggers <[xxx]>>die> barrevoets liepen
Ts1:
ivanovkens zaten te lezen op een drempel<+,>
Ts2:
<i>>I>vanovkens zaten te lezen op een drempel,
D2:
<i>>I>vanovkens zaten te lezen op een drempel,
Ts1:
hoe die <Joseph Van Gijseghem>>Jozeph Van Gyzeghem> er uit zag.
Ts2:
hoe die <Jozeph Van Gyzeghem>>jozeph van gyzeghem> er uit zag.
D2:
hoe die <jozeph van gyzeghem>>Jozeph Van Gijzeghem> er <uit zag>>uitzag>.
[verschillende schrijfwijzen van eigennamen!]
Ts1
Ik liet mij door mijn vrouw vertellen hoe
<zij>>hij> zich laten inschrijven had, [zetfout in Fr??]
VW:
hoe[zij]]hij] zich laten inschrijven had,
Ts1:
<paspoort>>pasport>
D1:
<pasport>>paspoort>
D2:
<paspoort>>pasport>
Ts1:
terwijl <zij>>[x]ij> [tyepfout] het getrouw opgeschreven had,
Ts2:
terwijl <[x]ij>>zij> het getrouw opgeschreven had,
p.77
Ts1:
een hele<-n> dag
Ts2:
in de omgeving van de <Salerius De Vadeleerstraat>>salerius de vadeleerstraat>, maar <G>>g>od,
D2:
in de omgeving van de <salerius de vadeleerstraat>>Salerius De Vadeleerstraat>, maar <g>>G>od,
Ts1:
hij <j=k>on evengoed [typefout wordt onmiddellijk
gecorrigeerd]
Ts1:
<+,> zei hij, mij beschuldigen van iets dat ik niet gedaan heb<!>>[x]>[typefout] <S>>s>traks
Ts2:
, zei hij, mij beschuldigen van iets dat ik niet gedaan heb<[x]>>,> straks
D2:
<-,> zei hij, mij beschuldigen van iets dat ik niet gedaan heb<,>>!> straks
Ts1:
En <ze>>zij> was de kluts kwijt<n=,> [typefout wordt onmiddellijk gecorrigeerd]
D2:
ze kwam <+ terug> naar huis
Ts1:
het was hij, het <was>>wàs> hij,
Ts2:
<het was hij, het wàs hij,>>hij was het, hij was het!>
D2:
<hij was het, hij was het!>>het was hij, het wàs hij,>
Ts1:
hij <j=h>eette geen Van <Gijseghem>>Gyzeghem>
Ts2:
hij heette geen <Van Gyzeghem>>van gyzeghem>
D2:
hij heette geen <van gyzeghem>>Van Gijzeghem>
Ts1:
hij had <zelf>>zèlf> een uitleenbibliotheek in het klein,
Ts2:
hij had zèlf een uitleenbibliotheek<+...> in het klein,
D2:
hij had <zèlf>>zélf> een uitleenbibliotheek<-...> in het klein,
Ts1:
voor de mannen van zijn <ras>>ra[x]>[typefout]
Ts2:
voor de mannen van zijn <ra[x]>>ras>
Ts1:
daar moogt ge gerust <in>>van> zijn.
Ts2:
daar moogt ge gerust <van>>in> zijn.
Ts1:
op de koop toe <-bij>krijgt,
Ts1:
<+,> maar dat <Lisken>>Liske> bijvoorbeeld uitriep: ziet ge wel! of dat Johan Rilke zijn bril begon <om>>op> en weer te schuiven
Ts2:
, maar dat <L>>l>iske bijvoorbeeld uitriep: ziet ge wel! of dat <Johan Rilke>>johan rilke> zijn bril begon op en <weer>>neer> te schuiven
D2:
, maar dat <l>>L>iske bijvoorbeeld uitriep: ziet ge wel! <of>>Of> dat <johan rilke>>Johan Rilke> zijn bril begon <op en neer>>om en weer> te schuiven
Ts1:
“Zufall und Schicksal”<-,>
D2:
<“Zufall und Schicksal”>>Zufall Und Schicksal><+,>
Ts1:
iets zeer <- zeer> zeldzaams
Ts2:
de twe<+e>de maal [zetfout in Fr en Ts1]
VW:
de [twede]]tweede] maal
Ts1:
de 5de Maart had Joseph Van <Gijseghem>Gijzeghem> zich laten inschrijven<+,> <- en de 6de Maart had Ernestine Claessens zich laten inschrijven>, en deze Ernstine <Claessens>>[xxx] Claessens>
Ts2:
de 5de <M>>m>aart had <Joseph Van Gijzeghem>>joseph van gijzeghem> zich laten inschrijven, <+ en de 6de maart was ernestine claessens gekomen>, en deze <Ernstine Claessens>>ernestine claessens>
D1:
de 5de maart had joseph van g<ij>>y>zeghem zich laten inschrijven, en de 6de maart was ernestine claessens gekomen, en deze ernestine claessens
D2:
de 5de <maart>>Maart> had <joseph van gyzeghem>>Jozeph Van Gijzeghem> zich laten inschrijven, <- en de 6de maart was ernestine claessens gekomen>[typefout in Ts1 wordt overgenomen in D2], en deze <ernestine claessens>>Ernestine Claessens>
Ts1:
op een plek <die>>dat> men nog gerust de boere<-n>buiten mocht noemen,
Ts2:
op een plek <dat>>die> men nog gerust de boerebuiten mocht noemen,
Ts1:
het wa<s>>[x]>[typefout] er het enige huis dat <+ er> met <een verdieping>>verdiepingen> gebouwd was,
Ts2:
het wa<[x]>>s> er het enige huis dat er met verdiepingen gebouwd was,
p.77-78
Ts1:
<-,> en lijk het op de boere<-n>buiten de mode was van langs achter binnen te komen ging ik langs achter en vroeg ik naar Claessens, en Claessens was verhuisd al een week of 8. 8 weken
Ts2:
<+,>en <lijk>>gelijk> het op de boerebuiten de mode was van langs achter binnen te komen<+,> ging ik langs achter en vroeg ik naar <C>>c>laessens, en <C>>c>laessens was verhuisd al een week of 8. 8 weken
D2:
, en gelijk het op de boerebuiten de mode was van langs achter binnen te komen, ging ik langs achter en vroeg ik naar <c>>C>laessens, en <c>>C>laessens was verhuisd al een week of <8>>acht>. <8>>acht> weken<+,>
p.78
Ts2:
en het was <7>>zeven> weken geleden dat ze zich bij ons hadden laten inschrijven<,>>...>
D1:
en het was <zeven>>7> weken geleden dat ze zich bij ons hadden laten inschrijven...
D2:
en het was <7>>zeven> weken geleden dat ze zich bij ons hadden laten inschrijven<...>>,>
Ts1:
ze woonden dus juist een week op hun nieuw adres<+,>
D2:
ze woonden dus juist een week op hun nieuw adres<-,>
Ts1:
En waar wonen ze nu, de <Claessens>>Claessens’s> vroeg ik,
Ts2:
En waar wonen ze nu, de <C>>c>laessens’s vroeg ik,
D2:
En waar wonen ze nu, de <claessens’s>>Claessens><+?> vroeg ik,
Ts2:
<Frans Waeterman>>frans waeterman>
D2:
<frans waeterman>>Frans Waeterman>
[2x]
Ts2:
<E>>e>rnestine
D2:
<e>>E>rnestine
Ts2:
kon<-g[?]> wegsteken [typefout in Ts1wordt
gecorrigeerd]
Ts1:
terug te brengen<+,> zei ze. [+ nieuwe alinea] Ik was dus naar huis gekomen met een pak boeken van Morris,
Ts2:
terug te brengen, zei ze. [+ nieuwe alinea] Ik was dus naar huis gekomen met een pak boeken van <M>>m>orris,
D2:
terug te brengen<-,> zei ze. [- nieuwe alinea] Ik was dus naar huis gekomen met een pak boeken van <m>>M>orris,
VW:
[+ nieuwe alinea] Ik was dus naar huis gekomen
Ts1:
van <Kierkegaard>>Kirkengaard> of van Swedenborg
Ts2:
van <K>>k>irkengaard of van <S>>s>wedenborg
D2:
van <kirkengaard>>Kierkegaard> of van <s>>S>wedenborg
Ts2:
toneelstukken van <S>>s>trindberg die ik duur had moeten betalen, en die dan nog in het <D>>d>uits waren,
D2:
toneelstukken van <s>>S>trindberg die ik duur had moeten betalen, en die dan nog in het <d>>D>uits waren,
Ts1:
met een kaartje<-:> Volledige Werken <[x]=V>an Strindberg, en nu<+,>
Ts2:
met een kaartje Volledige Werken Van Strindberg<,>>...> en nu,
D1:
met een kaartje Volledige Werken <V>>v>an Strindberg... en nu,
D2:
met een kaartje Volledige Werken <v>>V>an Strindberg... en nu,
Ts1:
dat ik Ernestine Claessens had gevonden, was er een licen<c>>t>iaat in de Germaanse
Ts2:
dat ik <Ernestine Claessens>>ernestine claessens> had gevonden, was er een licentiaat in de <G>>g>ermaanse D2:
dat ik <ernestine claessens>>Ernestine Claessens> had gevonden, was er een licentiaat in de <g>>G>ermaanse
Ts1:
komen vragen hoeveel ik daar <moest van>>[xxx] moest>[?] hebben.
Ts2:
komen vragen hoeveel ik daar <[xxx] moest>>moest voor> hebben.
Ts1:
<+,> zei hij tot mijn vrouw,
D2:
<-,> zei hij tot mijn vrouw,
Ts1:
en er ontbreken 2 <deelen>>delen>.
Ts1:
270 <f>>F>rank
Ts2:
270 <F>>f>rank
Ts1:
alhoewel ik er <niet>>net> hetzelfde <voor>>aan> betaald had
Ts1:
en lang<-,> lang daarna
Ts2:
dat het hem speet<+,> maar hij was soldaat moeten worden.
D2:
dat het hem speet<-,> maar hij was soldaat moeten worden.
Ts1:
die al de <Courts-Mahlers>>Courths-Mahler-boeken> in een ander<+e> bibliotheek gelezen had
Ts2:
die al de <Courths-Mahler-boeken>>courths-mahler-boeken> in een andere bibliotheek gelezen had
D2:
die al de <courths-mahler-boeken>>Courts-Mahlers> in een andere bibliotheek gelezen had
Ts1:
<+,> denkende dat mijn Court<+h>s-Mahlers allemaal ‘andere’ gingen zijn,
Ts2:
, denkende dat mijn <Courths-Mahlers>>courths-mahlers> allemaal ‘andere’ gingen zijn<,>>...>
D2:
, denkende dat mijn <courths-mahlers>>Courts-Mahlers> allemaal ‘andere’ gingen zijn<...>>,>
Ts1:
die mij verbaasd, neen<+,> verontwaardigd aankeek<+,> omdat het dezelfde waren. En
D1:
die mij verbaasd, neen, verontwaardigd aankeek, omdat het dezelfde waren<.>>,>[zetfout in D1] En
D2:
die mij verbaasd, neen<-,> verontwaardigd<+,> aankeek <-,>omdat het dezelfde waren<,>>.> En
Ts1:
die <dat>>het> boek van mij moest hebben, De Voorstad Groeit, <plus>>+>
Ts2:
die <het>>dat> boek van mij moest hebben, De Voorstad Groeit, +
D2:
die <dat>>het> boek van mij moest hebben, De Voorstad Groeit, <+>>plus>
VW:
[De Voorstad Groeit ]] De Voorstad Groeit] [titel
cursiveren]
Ts1:
een <liefdesverhaal>>liefdeverhaal>,
Ts2:
een liefdeverhaal<,>>...>
D2:
een liefdeverhaal<...>>,> want
p.79
Ts1:
een <liefdesverhaal>>liefde verhaal>
Ts1:
een telegram van Morris<-:> ‘<K>>k>om onmiddellijk. Morris<-.>’, en het <was dan>>wasdan>[typefout] voor boeken van de <W>>w>ereldbibliotheek
Ts2:
een telegram van <M>>m>orris ‘kom onmiddellijk. Morris’, en het <wasdan>>was dan> voor boeken van de wereldbibliotheek
D1:
een telegram van morris ‘kom onmiddellijk. <M>>m>orris’<,>>.>[zetfout in D1] en het was dan voor boeken van de wereldbibliotheek
D2:
een telegram van <m>>M>orris<-:> ‘kom onmiddellijk<.>>,> <m>>M>orris’<.>>,> en het was dan voor boeken van de wereldbibliotheek
Ts1:
<op de >>opde> oude markt [typefout]
Ts2:
<opde>>op de> oude markt
Ts1:
en ik greep en greep <+ en greep> en ik zei tegen Morris<+,> blijf gij op de stapel zitten, en ik zei tegen de vent-van-de-boeken tel gij op tot het <3.000>>3000> frank is.
Ts2:
en ik greep en greep en greep en ik zei tegen <M>>m>orris<,>>:> blijf gij op de stapel zitten<,>>...> en ik zei tegen de vent-van-de-boeken<+:> tel gij op tot het 3000 frank is.
D1:
en ik greep en greep en greep en ik zei tegen morris<:>>,> blijf gij op de stapel zitten... en ik zei tegen de vent-van-de-boeken: tel gij op tot het <3000>>3.000> frank is.
D2:
en ik greep en greep en greep en ik zei tegen <m>>M>orris<,>>:> blijf gij op de stapel zitten... en ik zei tegen de vent-van-de-boeken: tel gij op tot het <3.000>>3000> frank is.
Ts1:
Ik zou moeten <6.000>>6000> <+ Frank>,
D1:
Ik zou moeten 6000 <F>>f>rank,
Ts1:
Wilt ge ze niet laten liggen tot morgen<+,> vroeg ik<,>>?> ik zal ze <alle-mààl>>allemààl> kopen.
D2:
Wilt ge ze niet laten liggen tot morgen<,>>?> vroeg ik<?>>...> ik zal ze <allemààl>>allemáál> kopen.
VW:
[alle-mààl]]alle-máál]
Ts1:
op de markt ging het <zoo>>zo>:
Ts1:
en voorgesteld had om ‘mij’ <- nu> een beetje te dragen,
Ts2:
<+,> en voorgesteld had om ‘mij’ een beetje te dragen,
D2:
<-,> en voorgesteld had om <‘mij’>>mij> <+ nu> een beetje te dragen,
Ts1:
en riep<+,> geef mij daar nóg <3.000>>3000> frank seffens, seffens.
Ts2:
en riep<,>>:> geef mij daar nóg 3000 frank seffens, seffens.
D2:
en riep<-:> geef mij daar <nóg>>nog> 3000 frank<+,> seffens<-,> seffens.
D1:
pas op zei ze<+,> want het zijn...
D1:
in <B>>b>russel toegekomen
D2:
in <b>>B>russel toegekomen
Ts1:
Verdomme <zoo>>zo> een buitenkans die mij <weer>>weeral> ontglipt was,
Ts2:
en ik keek naar het lege kraam, ja daar hebben ze gelegen zei <M>>m>orris
D2:
en ik keek naar het lege kraam<,>>...> ja<+,> daar hebben ze gelegen zei <m>>M>orris,
Ts2:
die boeken bleven daar staan bij mij<+,> en niemand kocht ze.
D2:
die boeken bleven daar staan bij mij<-,> en niemand kocht ze.
Ts2:
<Van Damme-Van Den Steen>>verbestel-parrez>
D2:
<verbestel-parrez>>Van Damme-Van Den Steen>
[2x]
Ts2:
Wat voor dwazen waren dat nu<+,>
D2:
Wat voor dwazen waren dat nu<-,>
Ts2:
<euwigheid[typefout Ts1]>>eeuwigheid>
Ts2:
in een boekske<-n>
Ts1:
geval lijk met die dichter die mij voorsteld<+e>[zetfout in Fr] om ook in hun tijdschrift te publiceren,
Ts2:
<geval lijk>>geval gelijk> met die dichter die mij voorstelde om ook in hun tijdschrift te publiceren<,>>...>
D2:
geval gelijk met die dichter<+,> die mij voorstelde om ook in <hun>>hún> tijdschrift te publiceren<...>>,>
VW:
gelijk met die dichter die mij[voorsteld]]voorstelde]
Ts1:
over die vraag, niet<+s>[zetfout in Fr] zei hij maar uw naam staat dan toch in ons tijdschrift!
Ts2:
over die vraag<,>>...> niets<+,> zei hij<+,> maar uw naam staat dan toch in ons tijdschrift!
D2:
over die vraag... niets<,> zei hij, maar uw naam staat dan toch in ons tijdschrift!
p.80
Ts1:
staat mijn naam in alle gazetten<+,> antwoordde ik,
D2:
staat mijn naam in alle gazetten<-,> antwoordde ik,
Ts1:
<- alleen> onder mijn voornaam, Lowie, maar dat ik het niet gedaan had
Ts2:
<+ alleen> onder mijn voornaam, <Lowie>>louis>, maar dat ik het niet gedaan had<+,>
D2:
<- alleen> onder mijn voornaam, <l>>L>ouis, maar dat ik het niet gedaan had,
Ts1:
Dat is nu <zever>>zeever><+,> zei hij,
D1:
Dat is nu <zeever>>zever>, zei hij,
D2:
Dat is nu zever<-,> zei hij,
Ts1:
En zo<-o> kochten dus Van Damme-Van Den Steen boeken
Ts2:
En zo kochten dus <Van Damme-Van Den Steen>>verbestel-parrez> boeken
D2:
En zo kochten dus <verbestel-parrez>>Van Damme-Van Den Steen> boeken
Ts1:
En lijk ik er dat boek na boek <terug moest>>moest terug> uitsnijden begon ik hun naam te kennen lijk mijn eigen naam,
Ts2:
En <lijk>>gelijk> ik er dat boek na boek moest terug uitsnijden<+,> begon ik hun naam te kennen <lijk>>gelijk> mijn eigen naam<,>>...>
D1:
En gelijk ik er dat boek na boek moest terug uitsnijden<-,> begon ik hun naam te kennen gelijk mijn eigen naam...
D2:
En gelijk ik er dat<+,> boek na boek<+,> moest terug uitsnijden begon ik hun naam te kennen gelijk mijn eigen naam<...>>,>
Ts1:
Zufall <u>>U>nd Schi<-c>ksal
D2:
Zufall Und Schi<+c>ksal
Ts1:
een <drietal>>3 tal> weken daarna
Ts2:
een <3 tal>>3tal> weken daarna
D1:
een <3tal>>3-tal> weken daarna
D2:
een <3-tal>>3tal> weken daarna
Ts1:
<m>>M>adame Van Damme-Van Den Steen, en ik knikte,
Ts2:
<M>>m>adame <Van Damme-Van Den Steen>>verbestel-parrez><,>>...> <- en ik knikte,>
D2:
madame <verbestel-parrez>>Van Damme-Van Den Steen><...>>,> <+ en ik knikte,>
Ts1:
ik mompelde<-:> ‘<W>>w>ij hebben elkaar reeds leren kennen’, maar
Ts2:
ik mompelde<+:> <-‘>wij hebben elkaar reeds leren kennen<-’><,>>...> maar
D2:
ik mompelde<-:> <+‘>wij hebben elkaar reeds leren kennen<+’><-...> maar
Ts2:
pas was <het mij uit mijn>>het mij uit de> mond
D2:
pas was het mij uit <de>>mijn> mond
Ts1:
En op de duur begonnen <- mij> al die oude boeken <+ mij> lief te worden,
Ts2:
[+ nieuwe alinea] En op de duur begonnen al die oude boeken mij lief te worden,
D2:
[- nieuwe alinea] En op de duur begonnen al die oude boeken mij lief te worden,
Ts1:
van hand tot hand waren gegaan<+,>
Ts1:
geef mij daar een boek <- of 3>
Ts1:
om mijn zinnen te verzetten<+,> zei mij een meisje... ik ga naar de Walen werken
Ts2:
om mijn zinnen te verzetten, zei mij een meisje... ik ga naar de <W>>w>alen werken
D2:
om mijn zinnen te verzetten, zei mij een meisje... ik ga naar de <w>>W>alen werken
Ts1:
breng <+ ik> uw boeken mee in mijn <knapzak>>rugzak> zei mij<+n>[typefout] een man
Ts2:
breng ik uw boeken mee in mijn rugzak<+,> zei mij<-n> een man
Ts1:
o ik kon naar die boeken staan kijken<-.> [nieuwe bijlage in Front; tekst loopt door in Ts en D] <+ en denken:> <Kon>>kon> die gedrukte<+n> onzin van uw bladzijden verwijderd worden,
D2:
o ik kon naar die boeken staan kijken en denken: kon die gedrukte<-n> onzin van uw bladzijden verwijderd worden,
VW:
o ik kon naar die boeken staan kijken.[- nieuwe alinea] Kon die gedrukte onzin van uw bladzijden verwijderd worden,
[onderbrekingen tussen twee Front-afleveringen worden
in VW niet overgenomen; de tekst loopt door]
Ts1:
om de mensen lege boeken mee te geven<- en> er <hen>>hèn> te laten in opschrijven al wat zij hopen en vrezen,
Ts2:
om de mensen lege boeken mee te geven<+ , en> er hèn te laten in opschrijven al wat zij hopen en vrezen,
D2:
om de mensen lege boeken mee te geven<-,> en er <hèn>>hén> te laten in opschrijven al wat zij hopen en vrezen,
Ts1:
en zo<-o> wist ik dan toch wat ze hoopten en vreesden,
Ts2:
en zo wist ik dan <toch>>tóch> wat ze hoopten en vreesden,
D2:
en zo wist ik dan <tóch>>toch> wat ze hoopten en vreesden,
Ts1:
de vrouw van een <Z>>z>warte
Ts1:
maar nu <luimde>>keek> zij eens opzij
D2:
oude<+,> maar het zijn geen oude,
Ts2:
<E>>e>mile
D2:
<e>>E>mile
Ts1:
Ik zal eens komen kijken<+,> zei ik,
D2:
Ik zal eens komen kijken<-,> zei ik,
Ts1:
in het huis van een <Z>>z>warte waar de blinden toe waren en het stil <- was>[typefout] lijk in een doodhuizeken.
Ts2:
in het huis van een zwarte<+,> waar de blinden toe waren en het stil <+ was> <lijk>>gelijk> in een doodhuizeke<-n>.
D2:
in het huis van een <z>>Z>warte<-,> waar de blinden toe waren en het stil was gelijk in een doodhuizeke.
p.81
D2:
en vertelde dat men hem losgelaten had<+,>
D1:
maar dat hij nog niet mocht buitenkomen, en hij <glimlachte>>grimlachte> wat.
D2:
<+,> maar dat hij nog niet mocht <buitenkomen>>buiten komen>, en hij <grimlachte>>glimlachte> wat.
Ts1:
die er bestonden, <+ en> hij deed de deur van de klas vast en pakte toen De Witte waar hij uit voorlas,
Ts2:
die er bestonden<,>>...> <- en> hij deed <+ dan> de deur van de klas vast<+,> en <pakte toen De Witte waar hij uit voorlas>>en las vóór uit ‘de witte’>,
D2:
die er bestonden<...>>,> hij deed <- dan> de deur van de klas vast<-,> en <en las vóór uit ‘de witte’>>pakte toen De Witte waar hij uit voorlas>,
VW:
[De Witte]]De Witte]
Ts1:
maar ge moogt het niet zeggen<+,> zei hij.
Ts2:
<+,> maar nog altijd was hij voor mij ‘schoolmeester’ gebleven<,>>...>
D2:
<-,> maar nog altijd was hij voor mij ‘schoolmeester’ gebleven<...>>,>
Ts2:
en ontdekte <+ ik> dat hij ook een ‘mens’ was.
Ts1:
en moesten <leren>>l[xx]n>[tyepfout] op stap gaan al zingende van ‘Vlaanderen sta op en breek <U>>u>w boeien’ en nu is die dire<k>>c>teur van de normaalschool een <der>>van de> hoge pieten
Ts2:
en moesten <l[xx]n>>leren> op stap gaan al zingende van ‘<V>>v>laanderen sta op en breek uw boeien’ en nu is die directeur van de normaalschool een van de hoge pieten
D2:
<+,> en moesten leren op stap gaan al zingende van ‘<v>>V>laanderen sta op en breek <u>>U>w boeien’ en nu is die directeur van de normaalschool een van de hoge pieten
Ts2:
dat hij ons leren haten heeft<+,> en
Ts2:
<V>>v>laanderen <B>>b>reek <U>>u>w <B>>b>oeien<,>>...> maar dat wij nog maar pas uit de school waren<+,>
D2:
<v>>V>laanderen <b>>B>reek <u>>U>w <b>>B>oeien<...>>,> maar dat wij nog maar pas uit de school waren<-,>
Ts1:
ander<+e> katten te geselen zijn.
Ts2:
andere katten te geselen <zijn>>waren>.
D2:
andere katten te geselen <waren>>zijn>.
Ts2:
en hij bedoelde <het o.f.>>de weerstand><+,> en ik zat naast hem te luisteren met mijn herkenningsteken van <het o.f.>>de weerstand>
D2:
en hij bedoelde de weerstand<-,> en ik zat naast hem te luisteren met mijn herkenningsteken van de weerstand
Ts2:
dat als onderwijze<+r>[typfout in Ts1 wordt gecorrigeerd] geschorst was<+,> en zijn geld had moeten aan <G>>g>utt geven
D2:
dat als onderwijzer geschorst was<-,> en zijn geld had moeten aan <g>>G>utt geven
Ts1:
<-,> die 5 lange harde bittere jaren
Ts1:
gestampt <et>>en>[zetfout in Fr] gezegd hadden: denk zo<-o>als wij denken of sterf.
VW:
gestampt[et]]en] gezegd hadden
Ts2:
‘blinde volger van <- [xxx]>[typefout in Ts1] blinde leiders’
Ts1:
die reprodu<k>>c>tie van Breughels schilderij
Ts2:
die reproductie van <B>>b>reughels schilderij
D2:
die reprodu<c>>k>tie van <b>>B>reughels schilderij
VW:
[‘storm op
zee’]]storm op zee]
Ts1:
Hij had Vlaanderen in zijn ogen gestoken en was daardoor blind <geweest>>geworden> voor de Wereld<.>>.....>
Ts2:
Hij had <V>>v>laanderen in zijn ogen gestoken en was daardoor blind geworden voor de <W>>w>ereld<.....>>...>
D2:
Hij had <v>>V>laanderen in zijn ogen gestoken en was daardoor blind geworden voor de <w>>W>ereld...
p.81-82
Ts1:
<+ het enigste dat eigenlijk meteen[typefout] hoofdletter zou mogen geschreven worden... hij had te veel gedichten gelezen van Albrecht Rodenbach en te weinig van Paul Van Ostayen. Maar hoe kon ik hem dat zeggen? Ik mocht er 3 dagen zitten redeneren hebben, kon ik hem daarmee bijvoorbeeld zijn zoon terugschenken die aan het Oostfront gesneuveld was? In zijn ogen was die zoon een held. En lijk hij naar het portret van die zoon zat te kijken, herinnerde ik mij dat> <- Ik wist dat> binst de oorlog een n.s.k.k.-er van het Oostfront was in verlof gekomen en mij gezegd had dat hij ginder veel Russische meisjes <gekend>>gepoept> had,
Ts2:
<- het enigste dat eigenlijk meteen[typefout] hoofdletter zou mogen geschreven worden... hij had te veel gedichten gelezen van <A>>a>lbrecht <R>>r>odenbach en te weinig van Paul Van Ostayen.> Maar hoe kon ik hem dat zeggen? Ik mocht er 3 dagen zitten redeneren hebben, kon ik hem daarmee bijvoorbeeld zijn zoon terugschenken die aan het <O>>o>ostfront gesneuveld was? In zijn ogen was die zoon een held. En <lijk>>gelijk> hij naar het portret van die zoon zat te kijken, herinnerde ik mij dat binst de oorlog een <n.s.k.k.-er>>n.s.k.k.-er> van het <O>>o>ostfront was in verlof gekomen<+,> en mij gezegd had dat hij ginder veel <R>>r>ussische meisjes <gepoept>>ge...> had,
D2:
Maar hoe kon ik hem dat zeggen? Ik mocht er 3 dagen zitten redeneren hebben, kon ik hem daarmee bijvoorbeeld zijn zoon terugschenken die aan het oostfront gesneuveld was? In zijn ogen was die zoon een held. En gelijk hij naar het portret van die zoon zat te kijken<-,> herinnerde ik mij<+,> dat binst de oorlog een <n.s.k.k.>>nskk>-er van het oostfront was in verlof gekomen<-,> en mij gezegd had dat hij ginder veel <r>>R>ussische meisjes ge... had,
p.82
Ts1:
ik had <he maangekeken>>hem aangekeken>[zetfout in Fr] met vlammende o<-o>gen
Ts2:
ik had hem aangekeken met vlammende ogen<+,>
D2:
ik had hem aangekeken met vlammende ogen<-,>
VW:
[he maangekeken]]hem aangekeken]
Ts1:
en hij had mijn <gedachten>>geachten>[typefout] aangevoeld, hij was beginnen met zijn voet om en <weer te>>weerte>[typefout] schuiven en had gezegd ‘ge antwoordt gij gelijk niets<?’>>’?>, maar
Ts2:
<+...> en hij had mijn <geachten>>gedachten> aangevoeld, hij <was beginnen met zijn voet om en weerte schuiven en had gezegd>>begon zijn voet heen en weer te schuiven, en zei:> <-‘>ge antwoordt gij gelijk niets<-’>? <,>>...> maar
D2:
<-...> en hij had mijn gedachten aangevoeld, hij <begon>>was beginnen> met zijn voet <heen>>om> en weer te schuiven<-,> en <zei>>had gezegd> <+‘>ge antwoordt gij gelijk niets?<...>>’> <m>>M>aar
Ts1:
stappen <en>>,> stappen want had ik blijven staan ik had hem in zijn onderbuik geschopt.
Ts2:
stappen, stappen<+,> want <had>>was> ik blijven staan ik had hem in zijn onderbuik <geschopt>>moeten schoppen>.
D2:
stappen <,>>en> stappen<-,> want <was>>had> ik blijven staan ik had hem in zijn onderbuik <moeten schoppen>>geschopt>.
Ts2:
<Oostfront[?]>>oostfront>
Ts1:
<+,> zei die onderwijzer en ik knikte, de mens<-ch> is klein en dom antwoordde ik, de mens<-ch> sterft voor een vlag
D2:
<-,> zei die onderwijzer en ik knikte<,>>...> de mens is klein en dom antwoordde ik, de mens sterft voor een vlag
Ts1:
gedekt wordt <+.>[zetfout in Fr] En hij begreep mij<n=,>
VW:
gedekt wordt [+.]
Ts1:
van het o.f., het is <lijk>>gelijk> gij <- zegt>[typefout]<+,> zei hij bitter. Hij haalde zijn boeken uit en zei
Ts2:
van <het o.f.>>de weerstand>, het is gelijk gij <+ zegt>, zei hij bitter. Hij haalde zijn boeken uit en zei<+:>
D2:
van de weerstand<,>>...> het is gelijk gij zegt, zei hij bitter. Hij haalde zijn boeken uit en zei:
Ts2:
hoeveel geeft <h>>g>ij er voor? [typefout
in Ts1]
Ts1:
Och<+,> ik betaalde <- hem> wat ik betalen kon,
Ts2:
[+ nieuwe alinea] Neen, ik vroeg mij af<+,>
D1:
[+ nieuwe alinea] Neen, ik vroeg mij af<-,>
D2:
[- nieuwe alinea] Neen<-,> ik vroeg mij af
Ts1:
<Courts-Mahlers>>Courths-Mahler> voor de vrouwen en Max Brandten voor de mannen en Ivanovkens voor de kinderen.
Ts2:
<Courths-Mahler>>courths-mahlers> voor de vrouwen<+,> en <Max Brandten>>max brandten> voor de mannen en <I>>i>vanovkens voor de kinderen.
D1:
courts-mahler<-s> voor de vrouwen, en max brandten voor de mannen en ivanovkens voor de kinderen.
D2:
<courhts-mahler>>Courts-Mahlers> voor de vrouwen<-,> en <max brandten>>Max Brandten> voor de mannen en <i>>I>vanovkens voor de kinderen.
Ts2:
<I>>i>vanovkens
D2:
<i>>I>vanovkens
Ts2:
voor <-[x]>[typefout in Ts1] 50 centiemen
D2:
en hun <paspoort>>pasport> vragen kon ik niet,
Ts1:
zo<-o>dat ze allerlei onmogelijke adressen opgaven
D2:
zodat ze allerlei onmogelijk<-e>[zetfout in D2] adressen opgaven
Ts2:
Of ze kwamen alle ongeschondene nieuwe <I>>i>vanovkens <‘lenen’>>lenen><+,> en ze brachten hun versletene gescheurde en halve <I>>i>vanovkens terug. Of ze kwamen <W>>w>ild-<W>>w>est-verhalen lenen
D2:
Of ze kwamen alle ongeschondene nieuwe <i>>I>vanovkens lenen, en ze brachten hun versletene gescheurde en halve <i>>I>vanovkens terug. Of ze kwamen <w>>W>ild-<w>>W>est-verhalen lenen
Ts1:
maar brachten Vlaams<-ch>e Filmkens terug.
Ts2:
maar brachten <Vlaamse Filmkens>>vlaamse filmkens> terug.
D2:
maar brachten <v>>V>laamse <f>>F>ilmkens terug.
Ts1:
lenen<+,> lenen<+,> lenen, en dan zegden ze
Ts2:
lenen<-,> lenen<-,> lenen, en dan zegden ze<+:>
Ts1:
<+,> maar die er ongemerkt Ivanov’s liefde<-s>verhalen tuss<-ch>enschoven, en mij ondertuss<-ch>en
Ts2:
, maar die er ongemerkt <I>>i>vanov’s liefdeverhalen <tussenschoven>>tussenuit haalden>, en mij ondertussen
D2:
, maar die er ongemerkt <i>>I>vanov’s liefdeverhalen <tussenuit haalden>>tussenschoven>, en mij ondertussen
p.82-83
Ts1:
was er dan eens een jongen tuss<-ch>en... ja op een keer komt er een vrouw binnen die zegt mijn jongen heeft hier om boekjes geweest en hij heeft er <2>>twee> van verloren
Ts2:
was er dan eens een jongen tussen... ja<+,> op een keer komt er een vrouw binnen<+,> die <zegt>>zei><+:> mijn jongen heeft hier om boekjes geweest en hij heeft er twee van verloren
D1:
was er dan eens een jongen tussen... ja, op een keer komt er een vrouw binnen, die zei: mijn jongen <heeft>>is> hier om boekjes geweest en hij heeft er twee van verloren
D2:
was er dan eens een jongen tussen... ja<-,> op een keer komt er een vrouw binnen<-,> die <zei>>zegt>: mijn jongen <is>>heeft> hier om boekjes geweest en hij heeft er <twee>>2> van verloren
p.83
Ts1:
nu durft hij die andere <nier>>niet>[zetfout in Fr] meer brengen,
VW:
nu durft hij die andere [nier]]niet] meer brengen,
Ts1:
zo<-o>zeer door verrast dat ik zei
D2:
zozeer door verrast dat ik zei<+:>
Ts2:
Of er kwam een kleine jongen die zei meneer geef mij 10 boekjes<,>>...> en ik <geef>>gaf> hem 10 boekjes en <zeg>>zei>:
D1:
Of er kwam een kleine jongen die zei meneer geef mij 10 boekjes... en ik <gaf>>geef> hem 10 boekjes en zei:
D2:
Of er kwam een kleine jongen die zei<+:> meneer geef mij 10 boekjes... en ik geef hem 10 boekjes en <zei>>zeg>:
Ts1:
En hij kijkt mij verbaasd aan, zo<-o>veel heb ik niet<+,> zegt hij.
Ts2:
En hij <kijkt>>keek> mij verbaasd aan, zoveel heb ik niet, <zegt>>zei> hij.
D1:
En hij keek mij verbaasd aan, zo<+o>veel heb ik niet, zei hij.
D2:
En hij <keek>>kijkt> mij verbaasd aan, zo<-o>veel heb ik niet<-,> <zei>>zegt> hij.
Ts1:
Hoeveel hebt ge dan<+,> vraag ik, en hij antwoordt: niets. En datzelfde ogenblik bemerk ik een <- andere> jongen
Ts2:
Hoeveel hebt ge dan, <vraag>>vroeg> ik, en hij <antwoordt>>antwoordde>: niets. En datzelfde ogenblik <bemerk>>bemerkte> ik een jongen
D2:
Hoeveel hebt ge dan<-,> <vroeg>>vraag> ik, en hij <antwoordde>>antwoordt>: niets. En datzelfde ogenblik <bemerkte>>bemerk> ik een jongen
Ts1:
die van achter het hoekje <van>>aan> mijn geve<l>>n>[typefout] komt loeren,
Ts2:
die van achter het hoekje <aan mijn geven komt>>van de winkelruit kwam> loeren,
D2:
die van achter het hoekje <van de winkelruit kwam>>van mijn gevel komt> loeren,
Ts1:
zo<-o>dat ge juist zijn één oog
Ts2 en D1:
[tegenwoordige tijd wordt vervangen door verleden tijd]
D2:
[tegenwoordige tijd]
Ts2:
het is niet waar<+,> dat ze het voor niets uitlenen.
D2:
het is niet waar<-,> dat ze het voor niets uitlenen.
Ts1:
[- nieuwe alinea] En ik herinner mij plots mijn kinderjaren, <zoo>>zó> hebben ze mij ook altijd liggen gehad.
Ts2:
En ik herinner<+de> mij plots mijn kinderjaren<,>>:> zó hebben ze mij ook altijd liggen gehad.
D2:
En ik herinner<-de> mij plots mijn kinderjaren<:>>,> zó hebben ze mij ook altijd liggen gehad.
D1:
<I>>i>vanovkens
D2:
<i>>I>vanovkens
Ts1:
maar ze niet <kan>>kàn> lenen
D2:
maar ze niet <kàn>>kán> lenen
Ts2:
als hij <[xxx]>>wil>. En hij bekijkt
mij . En ik gee<[x]>>f> hem [typefouten in Ts1]
Ts1:
<-,> ge moogt ze hebben<+,> zeg ik.
Ts2:
<+:> ge moogt ze hebben, zeg ik.
D2:
<:>>,> ge moogt ze hebben<-,> zeg ik.
Ts1:
<Z>>z>ondag>
Ts1:
<alle>>allen> uit het wezenhuis.
Ts1:
Van kinderen kunt <ze>>ge>[zetfout in Fr] zoiets verdragen,
VW:
Van kinderen kunt [ze]]ge]
zoiets verdragen,
Ts1:
grote mens<-ch>en
Ts2:
Zo <is>>was> er een ganse serie mensen die <Emile Zola>>emile zola> <willen>>wensten te> lezen<+,> omdat het een slechte schrijver is<,>>:> hebt ge niets van <Emile Zola>>emile zola><+,> <zeggen>>zegden> ze met een <vals gremelken>>valse gremel> <- om hun mond, een gremelken> waarvoor ge <[xxx]>>hen>[typefout in Ts1] zoudt kunnen doodslaan<,>>...>
D2:
Zo was er een ganse serie mensen die <emile zola>>Emile Zola> <wensten te>>wilden> lezen<-,> omdat het een slechte schrijver is<:>>,> hebt ge niets van <emile zola>>Emile Zola><-,> zegden ze met een <valse gremel>>vals gremelken> <+ om hun mond, een gremelken> waarvoor ge hen zoudt kunnen doodslaan...
Ts1:
of men leest het <- godomme> niet, wat voor <zever>>zeever> is dat nu,
Ts2:
of men leest het niet, wat voor zeever is dat nu<,>>...>
D1:
of men leest het niet, wat voor ze<-e>ver is dat nu...
D2:
of men leest het niet, wat voor zever is dat nu<...>>,>
Ts1:
met een schuwe<+n> hals in de halve<+n> donkeren
Ts2:
met een schuwe<-n> hals in de halve<-n> donkere<-n>
D2:
met een schuwe<+n> hals in de halve<+n> donkere<+n>
Ts1:
en het <dat>>dan>[zetfout in Fr] te lezen met de schrik op het lijf
VW:
en het [dat]]dan] te lezen met de schrik op het lijf
Ts1:
maar dat ze het u terugbrengen<+,> met een gezicht net of ge hen bedrogen hebt
Ts2:
maar dat ze het u terugbrengen, met een gezicht net of ge hen bedrogen hebt<+...>
D2:
maar dat