[terug]

Tekstverantwoording
[Copyright verantwoording, L.P. Boon-documentatiecentrum (Universiteit Antwerpen) en Vakgroep Nederlandse literatuur (Universiteit Gent)]

Keuze van de basistekst
Voor dit deel van het Verzameld werk hebben de tekstbezorgers gekozen voor de eerste druk die in 1956 is verschenen in de Boekvink-reeks van De Arbeiderpers. De boekuitgave verschilt slechts minimaal van de voorpublicatie in Tijd en Mens uit 1954. De verschillen zitten hem voornamelijk in regelverdeling, spatiëring en interpunctie. Daarnaast werden in de eerste druk een handvol grammaticale slordigheden verbeterd (vb. het hoopje kleren [...] worden > wordt meegenomen (p. 11); wetsdokter > wetsdokters (p. 11)) en op enkele plaatsen werd de spelling gecorrigeerd of aangepast (vb. enigzins > enigszins (p. 9); doodstrijd > doodsstrijd (p. 12); ‘mahomed’ [Franse schrijfwijze] > ‘mohamed’ (p. 23); ‘stiekum’ > ‘stiekem’ (p. 27)).

De titel van de gedrukte versies luidde kortweg de kleine eva uit de kromme bijlstraat, terwijl het handschrift, dat in privébezit berust, ook nog een ondertitel vermeldt: ‘De kleine Eva uit de kromme bijlstraat / een verhaal in zogezegde verzen’. Het handschrift, met blauwe pen genoteerd in een klein gelinieerd schoolschrift (21 x 16,7 cm.), is vrij slordig. Oorspronkelijk telde het schriftje 32 bladen, maar het eerste blad werd eruit gescheurd. Boon schreef de tekst op de rechterpagina’s; de pagina’s 13, 18, 21, 23 en 28 wer­den ook op de achterzijde beschreven. De auteur heeft het handschrift van 1 tot en met 21 genummerd. Vanaf pagina 22 houdt de nummering op en wordt het manuscript opvallend slordiger: er staan nog meer schrappingen, toevoegingen en direct op de oude tekst aangebrachte herschrijvingen in dan eerder al het geval was. Boons handschrift wordt ook steeds kleiner en almaar minder leesbaar. De bladspiegel krijgt uiteindelijk iets chaotisch. Het geheel, dat onder aan pagina 31 werd ondertekend en gedateerd (‘LP. Boon / december 53’), maakt al met al een voorlopige indruk.

Tien maanden later moet Boon zijn tekst nog eens onder handen hebben genomen met het oog op de publicatie in Tijd en Mens. De auteur bracht in deze fase nog talrijke wijzigingen aan, maar van deze tussenliggende versie(s) is geen materiaal overgeleverd.

De tweede druk van de kleine eva uit de kromme bijlstraat verscheen in december 1957, naar aanleiding van de toekenning van de Henriëtte Roland Holst-prijs in november van dat jaar, eveneens in de Boekvink-reeks. Deze druk vertoont vreemd genoeg opnieuw enkele kleine verschillen met de eerste boekuitgave, die vermoedelijk door een redacteur zijn aangebracht. In maart 1967 bracht De Arbeiderspers de tekst samen met Twee spoken en Vaarwel krokodil op de markt in de bundel Kleine omnibus. Vanaf 1974 werd de kleine eva opgenomen in de vaak herdrukte bundel Menuet en andere verhalen. Ten slotte werd het gedicht in 1979 afgedrukt in de Verzamelde gedichten. Voor de Verzamelde gedichten werd de eerste druk als basistekst gebruikt; voor Kleine omnibus en Menuet en andere verhalen gebruikte men de tweede druk.

Constitutie van de leestekst
De editeurs hebben bij de constitutie van de leestekst de grootst mogelijke terughoudendheid nagestreefd. Boons spelling werd niet geactualiseerd en er werd evenmin geraakt aan voor de schrijver typische inbreuken op de orthografie zoals ‘autos’ (p. 18), ‘van wege’ (p. 32), ‘exzema’ (p. 32), noch aan lexicale eigenaardigheden zoals ‘de oog’ (p. 12) en ‘jeukingen’ (p. 24). De ‘spelfout’ in de uitdrukking ‘een eindeloze rei van handen’ (p. 30) hebben de editeurs geïnterpreteerd als een allusie op het koor uit het klassieke drama; er werd dus niet ingegrepen. Vanzelfsprekend bleef ook de afwijkende of speels variërende schrijfwijze van plaats- en eigennamen (vb. ‘vogel’ vs. ‘voghel’; ‘gheel’ en ‘moll’; ‘van slooten en sluyters’, ‘sluyters en slooten’, ‘sluyten en van slooten’ én ‘slooten en sluyten’) bewaard, evenals het eigenzinnige, hier en daar symbolische gebruik van hoofdletters.

Een enkele keer krijgt de plaats van handeling in de tekst opeens een andere naam, namelijk de lange bijlstraat (p. 30). Ook deze ogenschijnlijke schrijffout werd niet ‘gecorrigeerd’; het is immers best mogelijk dat de dichter hier de naam ‘Lange Batterijstraat’, de straat waar de echte Eva, Cecilia Otte, woonde, door de fictionele tekst heen wilde laten schemeren. Al of niet berekende slordigheden en afwijkingen als deze dragen in elk geval bij tot het overduidelijk beoogde globale vervreemdingseffect. Daarin verschillen ze bijvoorbeeld niet van op interne tegenspraak berustende constructies zoals ‘daarom misschien nog niet Wel bezoedeld’ (p. 14), ‘meestal soms werkloos bedronken’ (p. 15), ‘kinderen die niet zoniet reeds alles we­ten’ (p. 23), ‘in elk in geen geval’ (p. 25), ‘een geen pakje’ (p. 28) en ‘zoniet zowel zonder twijfel’ (p. 34). Samen met vreemd aandoende uitdrukkingen zoals ‘niet zoals men de pan lekt’ (p. 22) en ‘een kolibri van alibi’ (p. 22) maken ze deel uit van het specifieke idioom van de dichter van de kleine eva. Al deze ‘dichterlijke vrijheden’ bleven natuurlijk behouden.

Uiteindelijk werd door de editeurs op vier plaatsen in de tekst ingegrepen; in alle gevallen betrof het evidente zetfouten. Onderstaande aanduidingen moeten als volgt gelezen worden: [zetfout]]ingreep]. Het complete variantenapparaat is te raadplegen op www.lpbooncentrum.be/verzameldwerk.

p. 22: [enigzins]]enigszins]
p. 26: [niemandal]]niemendal]
p. 30: voor een god waaraan geen enkele [maar]]meer] kan geloven
p. 40: [vrijgsproken]]vrijgesproken]


[terug]