[terug]

Tekstverantwoording
[Copyright verantwoording, L.P. Boon-documentatiecentrum (Universiteit Antwerpen) en Vakgroep Nederlandse literatuur (Universiteit Gent)]

Keuze van de basisteksten

Voor het Verzameld werk wordt in de regel de eerste druk als basistekst gekozen. Ook voor dit deel is dit het geval en de keuze voor deze basistekst was in tegenstelling tot bijvoorbeeld het deel Te oud voor kamperen? en andere verhalen (deel 5) voor de hand liggend. De afzonderlijke heruitgaven van Het nieuwe onkruid en Als het onkruid bloeit (1979) vertonen immers geen varianten ten opzichte van de eerste druk en de aanpassingen die in de verzamelband De liefde van Annie Mols / Als het onkruid bloeit (1979) zijn doorgevoerd, zijn eerder van typografische aard; bovendien is het niet duidelijk of Boon deze teksten zelf nog onder ogen heeft gehad. De keuze van de basistekst komt in alle drie de gevallen dus op de eerste druk te liggen.

De liefde van Annie Mols verscheen in eerste instantie als feuilleton. Nadien werden deze 18 afleveringen – elke aflevering werd voorzien van één illustratie – gebundeld. Voor de eerste druk werd hetzelfde zetsel gebruikt: de eerste druk is bijgevolg identiek aan de uitgave in de B.A.S.-reeks. In januari 1973 werden concrete plannen gemaakt om Boons halve pulproman opnieuw uit te geven en wel bij de Antwerpse uitgeverij De Vries-Brouwers. Blijkens het hiervoor opgestelde contract wenste de auteur dat het boek ook nu niet onder zijn eigen naam zou verschijnen, maar onder pseudoniem ‘Lew Waitman’. Op de eerste pagina mocht worden medegedeeld dat ‘dit boek geschreven werd door L. P. Boon in 1954, in opdracht van uitgeverij Het Licht, te Gent’. Voorts vroeg Boon de uitgever om het boek aan te kondigen als ‘een volksuitgave en voorstudie voor het latere werk Het nieuwe onkruid’. Tot deze heruitgave kwam het echter niet. Op 2 juli 1978 bericht de schrijver uitgeverij De Vries-Brouwers dan maar het volgende: ‘In het jaar 1973 kwamen wij [...] overeen tot een heruitgave van ‘De liefde van Annie Mols’. Daar in de nu voorbije vijf jaren geen sprake is geweest van een daadwerkelijke uitgave, veronderstel ik dat u geen belangstelling hebt gevoeld om het boek op de markt te brengen en zie ik me verplicht de rechten tot heruitgave over te maken aan mijn uitgeverij De Arbeiderspers, Singel 262, te Amsterdam’. Een jaar later verscheen bij De Arbeiderspers De liefde van Annie Mols, sámen met Als het onkruid bloeit in een band. Over deze bundeling merkt de auteur in de inleiding op: ‘De lezer vindt hierin nu de beide boeken pal naast elkaar. ‘Het is wel interessant na te gaan, hoe uw werken ontstaan,’ zei mijn uitgever. Ikzelf vind het niet interessant, maar ja – uitgevers hebben zo van die vreemde ideeën’, ondertekend Lew Waitmans én L. P. Boon. Voor deze tweede druk van Annie Mols werden voornamelijk spelling en interpunctie (weergave van de dialogen: gedachtestreepjes worden vervangen door aanhalingstekens) gemoderniseerd. Een aantal inconsequenties, zoals de spelling van ‘Ivette’, werd geüniformeerd, maar naast ‘Hélène’ komt ook nog de schrijfwijze ‘Helene’ voor in deze tweede druk. De correcties en aanpassingen zijn vermoedelijk door een corrector van de uitgeverij aangebracht.

Het nieuwe onkruid verscheen in 1964 bij De Arbeiderspers. In 1967 brengt de uitgever een tweede druk van Het nieuwe onkruid op de markt, en in 1990 verschijnt het boek samen met De Kapellekensbaan, Eros en de eenzame man, Wapenbroeders en 90 mensen in een, postuum samengestelde en als zodanig niet-geautoriseerde, verzamelbundel.

Als het onkruid bloeit verschijnt in juni 1972. Een tweede druk, met hetzelfde zetsel, ligt in oktober 1973 in de boekhandel en in 1979 verschijnt de derde druk van het boek, in de vermelde (geautoriseerde) verzameluitgave met De liefde van Annie Mols.

Constitutie van de leestekst

De editeurs hebben ook in deze editie de grootst mogelijke terughoudendheid betracht, hetgeen voor dit deel niet altijd evident was. We hebben hier namelijk te maken met een aantal werken die blijkbaar zonder al te veel redactie tot stand zijn gekomen. Het duidelijkst is dat bij Boons halve pulproman De liefde van Annie Mols, een boek dat hij naar eigen zeggen in tien dagen schreef. Of we aan deze bewering veel geloof moeten hechten, is natuurlijk de vraag. Feit is wel dat het boek de sporen draagt van een al te haastige en slordige constructie.

In deze editie hebben we ons, zoals gebruikelijk, niet de rol van schoolmeester toebedeeld en hebben we ervoor gekozen om het oorspronkelijke karakter van de – nogmaals slordige, maar o zo typisch Booniaanse – romans, te behouden. Wat de onkruidboeken betreft zouden we overigens ook de toenmalige correctoren op de vingers moeten tikken, want zij lieten een groot aantal evidente schrijffouten en inconsequenties staan.

Die inconsequenties zijn in alle drie de boeken prominent aanwezig, maar in de haastig geschreven en gezette pulproman wemelt het ervan. De meest opvallende ‘slordigheid’ in De liefde van Annie Mols is de schrijfwijze van eigennamen: ‘Yvette’ en ‘Ivette’; ‘Hélène’, ‘Helene’ en ‘Hélene’ (en natuurlijk haar introductie als ‘Martha’); Albert en Philip ‘van’ en ‘Van’ Dongen. Daarnaast komen ‘de Van Dongens’ voor, maar ook ‘de van Dongens’. Dit moet geweten worden aan de onoplettendheid van schrijver en zetter, variaties op namen in dit boek leveren namelijk geen enkele betekenis op. Dit in tegenstelling tot poëticaal complexere werken als De Kapellekensbaan, De paradijsvogel en Vaarwel krokodil. In dit laatste boek, bijvoorbeeld, speelt Boon aan de lopende band met de spelling van namen. Zo is er bijvoorbeeld sprake van Jane Mammefield, een variant op Jane Mansfield, de rondborstige filmster uit de jaren zestig. In het minder beladen Annie Mols is er van dit soort woordspel nauwelijks sprake.

Als daar gesproken wordt over een ‘Rolls Roice’, dan bedoelt Lew Waitmas wel degelijk het dure en chique automerk Rolls Royce en heeft hij geen bedoelingen met de spelling die als een gewilde modernisering of modieuze versimpeling van het woord zou kunnen overkomen. Ook de verschrijving ‘Duinkerken’ in plaats van ‘Duinkerke’ levert hier geen betekenis op. Lijken dit nog onschuldige vergissingen, problematischer wordt het als Boon het over ‘heataren’ of zelfs ‘Leataren’ heeft, terwijl hij ‘hetaeren’ bedoelt, de Griekse vrouwen van lichte zeden. In Annie Mols was het niet de bedoeling om de lezer van het volksfeuilleton met al te veel woordspel op te zadelen. De varianten in de spelling van de namen van de personages en de slordige weergave van reële fenomenen staan een vlotte lezing van het verhaal in de weg. Iets dat in het genre van de pulproman allesbehalve wenselijk is, de ‘boeiende roman over de moderne, bandeloze jeugd’ moest er ingaan als zoete koek.

Anders is dit bij de ‘onkruidboeken’. In tegenstelling tot Annie Mols zien we in de onkruidboeken weer de seismograaf Louis Paul Boon aan het werk en niet de broodschrijver Lew Waitmas. In plaats van het relatief eenduidige verhaal boordevol intriges en onverwachte ontwikkelingen (‘wordt vervolgd...’) schrijft Boon in eerste instantie het bijzonder gecomprimeerde Het nieuwe onkruid en later het nog complexere Als het onkruid bloeit. Daarin gebruikt hij de nieuwe generatie niet langer alleen maar om een al met al klassiek verhaal te vertellen, maar ‘bestudeert’ hij deze nieuwe generatie. Om dit fenomeen ten volle te kunnen belichten, grijpt de seismograaf naar complexe literaire strategieën. Hier krijgen zaken als overdrijving en woordspel wel betekenis. Een voorbeeld: als Boon in Het nieuwe onkruid de modieuze aandacht voor ‘homo’s’ registreert, evolueert dat in Als het onkruid bloeit tot de vaststelling dat er wel erg veel aandacht is voor ‘homofielten’, een ietwat grove, maar in de context van het verhaal, zeer betekenisvolle ‘verschrijving’. We zetten ‘verschrijving’ hier met opzet tussen aanhalingstekens, want van een vergissing is geen sprake. Het is een weloverwogen vervreemdingstactiek die in het confronterende Als het onkruid bloeit een functie heeft.

In De liefde van Annie Mols is er van dit soort strategieën geen sprake. Daardoor was het relatief evident om verschrijvingen en zetfouten in Annie Mols te herkennen. De spelling van de namen van de personages werd geüniformeerd; Rolls Royce, Duinkerke, en hetaeren werden gecorrigeerd. Door deze minimale ingrepen werd recht gedaan aan het karakter van het boek.

Spelling en andere eigenaardigheden

Boon was zijn leven lang een legendarisch eigenwijze speller en dat heeft ook zijn weerslag in de hier verzamelde boeken. Een groot punt van spellingonverschilligheid was zijn koppeltekenbeleid. Werden woorden nu met of zonder koppelteken geschreven? En meer nog, schreef je bepaalde woorden nu in één of twee woorden? Boon heeft die vragen gedurende zijn hele schrijversloopbaan veronachtzaamd. De letteranarchist had lak aan dit soort trivialiteiten en schreef vrolijk over ‘jazz-zanger’ (p. 59), ‘jazz-platen’ (p. 281) en ‘jazzmuziek’ (p. 49), over de ‘Sovjetunie’ (p. 724), de ‘Sowjet-Unie’ (p. 515) en ‘Westberlijn’ (p. 778), over ‘auto-stop’, ‘autostop’ (p. 17) en ‘auto-liftend’ (p. 530). Bovendien was het soms ‘tekort’, ‘teveel’, ‘telaat’, keken mensen af en toe ‘nietbegrijpend’ of ‘niet begrijpend’, waren ogen soms ‘halfgeloken’ terwijl ze elders ‘half geloken’ waren en was het ergens zelfs een genaai van ‘je welste’ (p. 707). Verder vallen de vele onorthodoxe werkwoordvormen op: ‘wegkon’, ‘losslaan’, ‘door gebracht’, ‘groenwordende’, ‘buitendreven’, ‘binnendrongen’, ‘terugben’, etc.

Ook andere spellingskwesties konden Boon maar matig boeien. Zo lezen we in Annie Mols bijvoorbeeld over ‘fabriekeigenaar’ en ‘fabrieksleider’, over ‘liefdeverklaring’ en ‘liefdesgeschiedenis’, werken er dingen ‘mekanisch’ en ‘mechanisch’, zijn mensen ‘sarkastisch’ en ‘sarcastisch’, zeggen ze zaken ‘werktuigelijk’ en ‘werktuiglijk’, verdiepen ze zich in ‘lektuur’ en ‘lectuur’ en ontlokken zij ‘reakties’ en ‘reacties’. En dan te bedenken dat we nog niet eens de helft van dit lijstje hier hebben opgenomen. In de beide onkruidromans wordt de spelling van woorden iets eenvormiger, al vinden we ook in Het nieuwe onkruid ‘jonge mannen’ en ‘jongemannen’, ‘bijvoorbeeld’ en ‘bij voorbeeld’ en in Als het onkruid bloeit nog ‘indirekte’ en ‘directe’ uitspraken. In De liefde van Annie Mols lijkt Boon bovendien niet altijd even zeker van woorden die nog maar een relatief korte tijd in het Nederlands waren opgenomen. Hij heeft het bijvoorbeeld afwisselend over de ‘hall’ en de ‘hal’ van een huis en er bedient zowel een ‘kellner’ als een ‘kelner’. Beide woorden, het ene afkomstig uit het Engels, het ander uit het Duits, hadden vrij laat hun definitieve Nederlandse spelling gekregen. Dat gold ook voor uit Amerika overgewaaide modeverschijnselen. De spijkerbroek was in de jaren vijftig een steeds frequenter voorkomend kledingstuk, maar Boon was nog niet zo vertrouwd met de Engelse term ‘blue-jeans’. Bij hem komt het nu ietwat vreemd aandoende enkelvoud ‘blue-jean’ voor. Ook die andere Amerikaanse rage stelde Boon voor een spellingprobleem. Hij liet zijn personages dan ook dansen bij de ‘juke-box’ ofwel bij de ‘jukebox’. Dit woord blijft overigens in alle drie de boeken een probleem. Het in Het nieuwe onkruid zelfs eenmalig ‘muziekdoos’ genoemde apparaat, bleef in de beide varianten voorkomen.

Het ontbreken van hoofdletters in merknamen werd ook niet aangepast. Het betreft hier bijvoorbeeld merken als Cadillac en Coca-Cola, die behalve als merknaam ook als soortnaam gebruikt kunnen worden (een cadillac, een cola). Ook elders werd het hoofdlettergebruik gerespecteerd, behalve in een hoogst enkel geval, bijvoorbeeld bij de Venus van Milo (in de basistekst ‘venus’); bedoeld is hier namelijk het bekende kunstwerk.

Boon spelde dus eigenzinnig. Nergens was deze modieuze eigenzinnigheid echter meer op zijn plaats dan in de hier verzamelde boeken. De verhalen over de moderne jeugd, schreeuwden als het ware om een bandeloze spelling. De ‘katolieken’ verloren al snel hun h, de ‘gynekoloog’ herkende zijn beroep nog amper in het woord en de ‘forsitsia’ stond ook niet bepaald in volle bloei. Net als de nieuwe jeugd die geen stap te veel zette, gebruikte Boon geen letter te veel om te beschrijven wat hij bedoelde. Hij schiep zijn eigen anarcho-chaotische turbotaaltje, waarin volstrekt unieke vormen als ‘kettingje’ en ‘zaadlozingje’ naast gewild haastige constructies staan als ‘naar kooi gaan’, ‘een ganse dag op dool zijn’, ‘er maagzweer bij krijgen’, ‘onder middag even goedag zeggen’, ‘op sukkel zijn’. Kortom, Boontje in luiletterland.

Boon stond daarin bepaald niet alleen. Vormen als ‘stiekum’, die hij reeds hanteerde in Annie Mols, zouden later bij onder anderen Remko Kampurt te vinden zijn, al gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat Boon ook hier allesbehalve consequent in was (ook ‘stiekem’ komt voor in Annie Mols).

Bovendien heeft Boon getracht een soort van ‘authentieke’ spreektaal in zijn boeken te verwerken. Er wordt ‘gepoeierd’ (p. 553) en ‘gebroeid’ (p. 24), iets is van ‘geen een belang’ (p. 574), er is een ‘eerste en enigste gelegenheid’ (p. 497), iemand is ‘als enigste in het hele huis’ (p. 762). Boon liet zich ook inspireren door regionaal taalgebruik. De invloed van het Vlaams blijkt uit uitdrukkingen als iemand ‘schorste’ de lippen (p. 219); uit bepaalde werkwoordsvervoegingen als ‘ruikte’ (p. 703) en ‘had ervaard’ (p. 793), maar ook uit verbuigingen als ‘een hele eind’, ‘een beste meisje’, ‘een uitstekende gedeelte’, ‘het best is’, ‘onze plan trekken’ en zo meer. Soms had ook de uitspraak van bepaalde woorden invloed op de schrijfwijze. Dit is bijvoorbeeld het geval in het diminutief van villa (dat in sommige Vlaamse dialecten in de onverkleinde vorm al met een eerder korte a wordt uitgesproken), dat als ‘villatje’ (p. 379) (de klemtoon ligt op de eerste lettergreep) wordt gespeld.


Hier leunen Boons lexicale eigenaardigheden, die balanceren op de grens tussen geestige vondst en ongelukkige verschrijving, dicht bij aan. Banden ‘knersen’, ‘knarsen’ en ‘kriepen’, mensen worden omschreven als ‘afstands’, het vuur wordt in het hart van een verwoede gokker ‘opgepokerd’, anderen worden op de ‘burgerlijkste stand’ ingeschreven en de straten worden geveegd door de ‘reinigheidsdienst’. Verder ‘zijpelt’ er nat uit broekspijpen, ‘mommelt’ Liesje een en ander en zijn Annies ‘vingertoppen beringd’.

Naast deze lexicale eigenaardigheden staat er ook een groot aantal zeer merkwaardige zinsconstructies in de hier gebundelde boeken. We kunnen hier slechts een fractie van de manke zinnen weergeven, maar deze selectie geeft wel een beeld van de kreupele zinnen die Boon van tijd tot tijd opschreef: ‘in de middag’, ‘de laatste keer waarop’, ‘de avond waarin’, ‘Koos, onder andere’, ‘een harde karwei, die’, ‘een slachtoffer, die’, ‘trots zijn over’, ‘onderdoen op’, ‘in betrekking met’, ‘op het invallen staan’, ‘iets met de gauwte aantrekken’, ‘zich op d’r stappen terugkeren’, ‘er zich ellendig aan toe voelen’, ‘zich iets kunnen wachten’. Ook redundante constructies zoals ‘waarvan ze met volle handen gebruik wou van maken’, ‘alsof zij er zo mee na een slapeloze nacht uit bed mee gestapt was’ en ‘Maar dat deed ze niet, ze was er echter te onthutst voor!’ bleven ongemoeid. Verhaspelde uitdrukkingen zoals ‘oog om oog staan’, ‘een riem onder het hart brengen’, ‘iets in de weegschaal werpen’, ‘er de tijd van nemen’, ‘alle remmen indrukken’ en ‘ergens het hoofd mee breken’ en de regelmatige verwarring van ‘hen’ en ‘hun’ werden natuurlijk ook niet gecorrigeerd. Aan vreemde Boonkronkels zoals bijvoorbeeld ‘tot Lenin ze gezegd had dat godsdienst opium voor het volk

was’ werd evenmin geraakt. Ook een enkele totaal ontsporende zin bleef staan, omdat elke ingreep een onverantwoorde interpretatie zou betekenen. Om de volgende zin te herstellen zouden veel te grote ingrepen noodzakelijk zijn: ‘Ook zij keek wel vreemd op, toen zij Liesje zag binnenkomen, en het uitproestend van de pret op een stoel liet neervallen.’

Nog enkele eigenaardigheden: ‘dan zullen we heel wat poer moeten verschieten’ (p. 68); ‘zij behoorde tot een nieuwe generatie, die al deze dingen vanzelfsprekend vonden’ (p.180); ‘Hij voelde zich er nog steeds ellendig aan toe’ (p. 100); ‘de innerlijke woordeloze strijd die hier afgespeeld werd’ (p. 235); ‘Ze wuifde hem alleen maar af’ (p. 359); ‘Annie vroeg zich af waarbij het kwam’ (p. 367); ‘waar hij na te tochten steeds weer terugkeren kon’ (p. 175); ‘Doch waren ze meer waard dan het Yvette was geweest?’ (p. 178); ‘maar niet op een manier die strafbaar was door de wet’ (p. 204); ‘en zomaar naast zich in de vloer had gegooid’ (p. 212); ‘Zoiets zou wel van stapel lopen’ (p. 338); ‘Een tweetal ervan stonden open’ (p. 342); ‘een honderd ten honderd beste meisje’ (p. 377); ‘Zij moest niet veel hebben dan wat geroosterd brood en wat melk’ (p. 379); ‘En dan ten slotte, met die man te komen, is ze volkomen ten gronde gegaan.’ (p. 435).

Dit lijkt een volledige lijst, maar het is in wezen niet meer dan een selectie. En alhoewel Annie Mols, waaruit al deze voorbeelden afkomstig zijn, de kroon spant, vinden we ook in de onkruidromans ‘bizonder’ vindingrijke constructies: ‘en ze had het niets de moeite waard gevonden’ (p. 512); ‘ze kon moeilijk een en al begeestering uitroepen’ (p. 578/820); ‘dan leerde de jongen hém de soorten automerken kennen, in plaats van hij de soorten onkruid.’ (p. 619); ‘wil je even opletten of niemand aankomt’ (p. 627); ‘ik wou wel dat hij er maagzweer bij kreeg’ (p. 720); ‘verscheen ook Symfonie en d’r broer Wim’ (p. 744). Al deze eigenaardigheden zijn ‘om wille’ (p. 122) van des schrijvers idioom ongemoeid gelaten.

Samengevat worden enkel, overeenkomstig de editieprincipes van het Verzameld werk, evidente schrijf- en zetfouten gecorrigeerd. De tekstbezorgers maken daarbij alleen gebruik van andere versies dan de basistekst om de ingrepen aan een extra controle te onderwerpen. In bepaalde gevallen kan bijvoorbeeld worden vastgesteld dat een fout die reeds voorkomt in een

vroege tekstversie blindelings werd overgenomen in de latere versies en dus ook in de basisteksten. Versies worden in géén geval gecombineerd.

Ook het soms afwijkende en naar de huidige smaak niet altijd even efficiënte gebruik van interpunctietekens in de basistekst bleef gehandhaafd; slechts een enkele keer is, om de leesbaarheid te bevorderen, een interpunctieteken toegevoegd of weggehaald. Het gebruik van aanhalingstekens werd gemoderniseerd en geüniformeerd: dubbele aanhalingstekens zijn vervangen door enkele. Accenten die de functie hebben om woorden te benadrukken zijn waar nodig veranderd in accents aigues. Titels van bestaande boeken, tijdschriften, en films werden door ons gecursiveerd; voorlopige titels of fictieve titels zijn tussen enkele aanhalingstekens geplaatst.

De alinea-indeling van de basisteksten werd overgenomen en slechts daar aangepast waar deze ingaat tegen de logica van het boek. Dit laatste betreft vooral het onderscheid tussen de directe rede en de beschrijvende alinea’s in De liefde van Annie Mols. In dat boek loopt het ook grondig mis met de hoofdstuknummering, deze werd hersteld. Punten na titels en afsluitingen werden verwijderd.

Ingrepen

De onderstaande lijst geeft alle door de tekstbezorgers uitgevoerde ingrepen in de basisteksten weer. Het gaat hier met andere woorden om correcties van evidente schrijf- en zetfouten of om ingrepen die door ons absoluut noodzakelijk werden geacht ten behoeve van de leesbaarheid van tekst. Deze aanduidingen moeten als volgt gelezen worden: [zetfout]]ingreep]. De complete variantenapparaten worden in de loop van het project raadpleegbaar gemaakt op: www.lpbooncentrum.be/verzameldwerk

De liefde van Annie Mols

p. 9: Rolls [Roice]]Royce]

p. 26: [plakzak]]platzak]

p. 27: een [bomelende]]boemelende] student

p. 31: hij zou haar [niets]]niet] eens hebben herkend.

p. 35: [vijf]]vijf-] of zesentwintig jaar

p. 40: Zo[boodt]]bood] ze hem de sigaret aan

p. 43: [Martha]]Hélène]

p. 44: [steken]]stikken]

p. 44: [behandelt]]behandeld]

p. 46: [J]]j]ukebox

p. 50: [eens]]een] veelbetekenend knipoogje

p. 53: [- er] niet kunnen van verkrijgen!

p. 56: [bederf]]bederft] gij

p. 60: de hele [verder]]verdere] nacht

p. 80: Gij ziet [alleen]]allen] in mij een negatieve kracht

p. 85: [Colliseum]]Colloseum]

p. 86: van de [krijgsgevangen]]krijgsgevangene]

p. 91: [schaftijden]]schafttijden]

p. 97: Nog steeds [zij]]zei] niemand iets.

p. 101: strompelden [zijn]]zij] voort

p. 101: [rijgen]]krijgen]

p. 102: het licht [aanflapte]]aanfloepte]

p. 106: [Juguar]]Jaguar]

p. 112: [rei]]rij]

p. 113: Al wat [eetbaars]]eetbaar] en vooral drinkbaar was,

p. 133: [te gemoet]]tegemoet] te komen.

p. 140: allerlei detectiefverhalen, [waar in]]waarin] de slimme speurder alle

sporen terugvond

p. 143: wat u het hart [bezwaard]]bezwaart]

p. 147: het was toch [daar]]waar] dat hij daar toen sliep!

p. 147: hadden reeds een worsteling [betekent]]betekend]

p. 151: [venus]]Venus] van Milo

p. 161: elkeen tergend, alle mannen op stang [jagen]]jagend]

p. 166: [Ganiet]]Ga niet]

p. 181: [Leataren]]Hetaeren]

p. 181: [waarom]]waar om] alles heendraait

p. 181: [heatare]]hetaere]

p. 182: [Heataren]]Hetaeren]

p. 188: [vleide]]vlijde]

p. 198: een [ietjse]]ietsje]kouder kon zijn

p. 201: haar [innerlijk]]innerlijke] monoloog

p. 203: Een van beide partijen, de vader of de zoon, [moesten]]moest]

p. 210: Albert was een vriend van dat meisje, [die]]dat]op haar beurt een

vriendin van Annie bleek.

p. 217: mevrouw [van Donken]]Van Dongen]

p. 218: [Duinkerken]]Duinkerke]

p. 221: [wijds]]weids] gebaar

p. 228: [‘Lelita’]]Lolita]

p. 239: [aanvleide]]aanvlijde]

p. 246: een [ietjse]]ietsje] te scherp

p. 247: [Elk]]Elke] eigenaar

p. 257: [belangrijks]]belangrijk]

p. 259: [zeuwachtig]]zenuwachtig]

p. 261: [Gaan]]Geen] fantasie

p. 262: [wenkbrouw]]wenkbrauw]

p. 265: zoudt kunnen [bezorgen]]bezorgd]hebben...

p. 269: en [- het]hem het hevigst kwetsen

p. 270: [verbied]]verbiedt]

p. 271: als zij zich [alleen]]allen]het maar voorstelden.

p. 273: Wat [moet]]moest] ze doen?

p. 275: [antwoorde]]antwoordde] ze

p. 277: [handpolmen]]handpalmen]

p. 286: [verstrikt]]verstikt]

p. 289: Ze zag de brief [waar op]]waarop]haar naam...

p. 289: mevrouw [Von]]Van]Dongen

p. 293: zij kon wel raden [welke]]welk]

p. 295: wel [en en]]en] degelijk

p. 296: maar Annie, die heel wat scherper [ogen]]oren]had, hoorde er de

verborgen wanhoop doorheen klinken

p. 297: [vleide]]vlijde]

p. 300: Schoklachend antwoordde [Yvette]]Annie]

p. 308: iedereen[rijd]]rijdt] per auto

p. 312: aan het praten [+ was]

p. 323: [theoriën]]theorieën]

p. 329: gij onmiddellijk [had]]hadt]

p. 333: Hij [storte]]stortte] naar beneden

p. 333: dan zou [me]]men] hem

p. 334-334: zei [ik]]ze]

p. 338: [Zijn]]Een] gestalte

p. 339: Daarna ving ze het geluid op [+ van] stappen

p. 340: Ze hadden [allen]]alleen] wat tijd nodig

p. 341: [is het]]het is] uw vader, hij ligt hier!

p. 345: [Carroussel]]Carrousel]

p. 346: [Carroussel]]Carrousel]

p. 349: [u]]uw] tent

p. 349: [alkohool]]alkohol]

p. 350: Ik moet opletten [hierdoor]]hiervoor]

p. 351: [wegtitselde]]wegritselde]

p. 351: [naar]]haar] ontzettende angst

p. 355: zei ze tot zichzelf. [- zelf.]

p. 359: [ergens]]nergens] een levend wezen

p. 370: [gibsverband]]gipsverband]

p. 371: [op]]op-] of omkeek

p. 376: Op de [keeper]]keper] beschouwd hebben

p. 379: [Albert’s]]Alberts] moeder

p. 384: [hebbelijkheidsjes]]hebbelijkheidjes]

p. 385: die ge mij nu tot troost [hebben]]hebt] willen zeggen

p. 406: Het drong pas langzaam tot [haar]]hem] door.

p. 415: [ogeblik]]ogenblik]

p. 422: [voor]]over] de parkingplaats

p. 425: of [vermoeden]]vermoedden] zij het

p. 427: [+ een] paar hortende zinnen

p. 431: [veelbetekend]]veelbetekenend]

p. 435: geen rekening meer met [hen]]hem] houden

p. 443: Toen keerde ze zich plots naar Philip [op]]om].

p. 444: Het is [+ te] zeggen

p. 454: [frtíes]]frites]

p. 466: een [zijdelings]]zijdelingse] blik

p. 475: in haar leven [+ te] brengen

p. 475: op de mouw [spelt]]speldt]

p. 481: [aanbied]]aanbiedt]

p. 484: [te gelijk]]tegelijk]

p. 491: waar ik helemaal niet wijs uit [wordt]]word]

Het nieuwe onkruid

p. 517: [juxeboxen]]jukeboxen]

p. 527: [bestempeld]]bestempelt]

p. 532: [voorwend]]voorwendt]

p. 545: heeft [zo]]ze] nooit of nooit

p. 554: [aanvleiend]]aanvlijend]

p. 556: [ontstuimig]]onstuimig]

p. 560: [daar]]dat] haar de ogen deed dichtknijpen

p. 576: roes uit [+ te] slapen.

p. 589: [beschikgen]]beschikten]

p. 594: dadelijk had [opmerkt]]opgemerkt]

p. 596: drong het [+ tot] me door

Als het onkruid bloeit

p. 609: maar nu wil [+ ik] toch eerst

p. 610: Hij droeg steeds een boek bij [+ zich]

p. 643: spoor[barm]]berm]

p. 644: [mans]]mams]

p. 650: zal ik dan [meer]]maar]

p. 654: door de politie opgeleid [+ge]worden

p. 654: [mans]]mams]

p. 670: [glimlachten]]glimlachen]

p. 688: Over [dit]]dat] boek van mij

p. 690: [teweeggebracht]]teweegbracht]

p. 693: [maakt]]maakte]

p. 709: En van die school jaag [+je] me niet weg,

p. 709: [glazenkastje]]glazen kastje]

p. 739: [beldeze]]belde ze] op

p. 745: [uit]]over] haar kinderjaren

p. 750: [vertouwd]]vertrouwd]

p. 757: [genieten van van wat geboden wordt]]genieten van wat geboden

wordt]

p. 773: [waar voor]]waarvoor]

p. 793: [reeds lang en en best]] reeds lang en best]

p. 796: [wie zei hem niet dat het deze rat zelf was]]wie zei hem dat het niet

deze rat zelf was]

p. 802: dat [hij had]]had hij] gegapt,

p. 809: monsterachtig[zelf]]zelfs]

p. 814: [hog]]nog]hopelozer

p. 822: hij had [+ het] over datgene


[terug]