Louis Paul Boon, De voorstad groeit, Em. Querido's Uitgeverij N.V./Diogenes P.V.B.A., Amsterdam/Neirinck, 1963, 254 p.

   Serie: Reuzensalamander 15.

   Omslagtekening: Max Velthuijs. Foto LPB: achterzijde door J.C. Boon.

   Collatie: [1-4], 5-250, [251-254]; 19,9 x 12,5 cm. Bindwijze: garenloos gebrocheerd.

   Belgische Bibliographie: februari 64-512.

   Flaptekst

Dit heeft Boontje (Louis Paul Boon noemt zich vaak zo) laatst geschreven:
U weet, op de flap van het boek staat steeds iets zeer lovends over de inhoud, om de mogelijke koper ervan te overtuigen: dat is nu eens Het boek! En meestal wordt die zeer lovende tekst door de schrijver van het boek zelf geleverd ...
Maar wat moet ik erover zeggen?
Nadat ik de vrieskelders verliet heb ik nog heel wat meer getekend en geschilderd. Maar dat was tijd en geld weggegooid, want geen mens die er wat in zag. Eens zag ik zelfs een mijner meesterwerken vastgenageld op een paneel van een ijsroomkarretje. En een man die me voortdurend kwam vragen naar nieuwe schilderwerken, bleek die achteraf nodig te hebben voor het betimmeren van een kippehok.
Dus schreef ik maar liever. Want het werd vrij regelmatig door een uitgever afgenomen, die me daar in het begin wat centen en wat later guldens voor gaf. Mijn vrouw was daar zo blij om, dat ze me zelfs een schrijftafel kocht, een prachtstuk waardoor ze mijn produktie meende te zullen zien verhogen. Die schrijftafel heb ik echter nooit gebruikt, dan om er eens een inktpot over uit te gieten en er een abstract schilderij van te maken.
Als ik schreef moest dat aan de hoek van de keukentafel gebeuren.
Ik weet niet hoeveel romans, verhalen, short-stories en een verzenbundel het zijn geworden. Ze hebben het me eens gevraagd voor de televisie. Er was een quiz, en de ultieme vraag ervan ging dan zijn: hoeveel boeken heeft L.P. Boontje geschreven? Ze hebben er in de t.v. niet kunnen op antwoorden, want ik wist het zelf niet. De ultieme vraag is dan geloof ik over Walschap gegaan.
Maar onlangs heeft me iemand nog gezegd: die Voorstad groeit, dat is het mooiste boek dat ge geschreven hebt.
Het deed me wel iets, aan de ene kant bekeken. Maar aan de andere kant gaf het me toch een onbehaaglijk gevoel: dat al de rest alleen maar wat rest is geweest.
Want ik geloof niet in mijn boeken, zoals ik ook niet heb geloofd in mijn schilderwerk. Toen het de tweede druk ging krijgen moest het van de ouwe in de nieuwe spelling overgebracht, en heeft mijn vrouw dat moeten doen. Hierdoor komt het, dat soms nog een vis zijn staart van ch heeft behouden. Ook nu durf ik het niet herlezen, voor deze nieuwe druk. Het is best mogelijk dat het me een prul blijkt te zijn, en dan ga ik door de grond van schaamte. En het is best mogelijk dat het inderdaad mijn beste werk is gebleven, maar dan ben ik een verloren man. Want dan ga ik weten, dat ik de rest van mijn leven heb verknoeid en verschreven.
Boontje is bescheiden.

   Annotatie: zie ook: Over de herdruk van De Voorstad groeit in Vooruit / Nieuws, Singel 262, (1963) voorjaar, 4.

   Recensies

   F. van Tartwijk, ‘[De voorstad groeit].’ In: Streven, XVIII (1963/1964), 2, (november 1963), p.194.
   Anonymus, ‘De voorstad groeit van L.P.B. als pocket.’ In: Vooruit van 9 januari 1964.
   LH [Hubert Lampo], ‘Herdrukken van Daisne en Boon.’ In: Volksgazet van 17 september 1964.